Hier staat een hedendaagse vertaling:
http://www.willibrordbijbel.nl (bij 'boeken')
Geweldig stuk:
Wijsheid van Jezus Sirach 31,12-31Tafelmanieren12 Wanneer je aanzit aan een rijke tafel,
sper je keelgat dan niet open
en zeg niet: `Er staat zo veel op!'
13 Bedenk dat een jaloers oog iets ergs is.
Iets ergers dan zo'n oog is er niet geschapen;
daarom traant het ook bij alles wat het ziet.
14 Als iemand met zo'n oog toekijkt, moet jij je hand niet uitsteken
en je moet zijn hand in de schotel niet aanraken.
15 Beoordeel de gevoelens van je disgenoot naar jezelf
en denk na bij alles wat je doet.
16 Wat voor je staat moet je als een behoorlijk mens opeten
en je moet niet gulzig zijn:
anders wek je weerzin op.
17 Wees de eerste die ophoudt, dat is welgemanierd,
en wees geen veelvraat, anders geef je aanstoot.
18 Als je in een groot gezelschap aanzit,
steek dan niet als eerste je hand uit.
19 Een welgemanierd mens neemt met weinig genoegen,
en hij ligt niet op zijn bed naar adem te snakken.
20 Op matig eten volgt een gezonde slaap:
hij staat vroeg op en voelt zich uitgerust.
Hinderlijke slapeloosheid, onpasselijkheid
en maagkrampen zijn het lot van de veelvraat.
21 En als men je dwingt veel te eten,
sta dan op en braak het maar uit
en je zult je opgelucht voelen.
22 Luister naar mij, mijn kind, en wijs mij niet af:
dan zul je ten slotte mijn woorden wel begrijpen.
Wees bescheiden in alles wat je doet:
dan overkomt je geen enkele ziekte.
23 Wie goede tafelmanieren heeft wordt geprezen
en het getuigenis van die goede manieren blijft bestaan.
24 Over degene die slechte tafelmanieren heeft
spreekt de hele stad schande
en het getuigenis van die slechte manieren blijft bestaan.
25 Bij het wijn drinken moet je geen held willen zijn,
want de wijn heeft velen te gronde gericht.
26 De oven beproeft het staal op zijn hardheid:
zo beproeft de wijn de harten
als de hoogmoedigen ruzie maken.
27 Wijn staat voor de mens gelijk met leven,
als je hem met mate drinkt.
Wat is het leven voor iemand die geen wijn heeft?
Hij is al in het begin geschapen om vreugde te geven.
28 Als wijn op zijn tijd met mate wordt gedronken,
geeft hij blijdschap van hart en vreugde in de ziel.
29 Als wijn overdadig wordt gedronken,
geeft hij verbittering in de ziel door twist en conflict.
30 Dronkenschap maakt het hart van de dwaas zo heftig dat hij komt te vallen:
zij ondermijnt zijn kracht en bezorgt hem ook nog wonden.
31 Als je samen wijn drinkt,
moet je je buurman geen verwijten maken
en hem niet minachten als hij vrolijk wordt.
Je moet hem dan ook niet uitschelden
en hem niet lastig vallen
door iets van hem terug te vragen.
