Wat mij helpt bij het denken over de concrete gemeente (waarvan ik lid ben) helpt is het besef van
- wie wij zijn,
- wat gemeente nu is in de praktijk en
- wat de gemeente nu al is in de ogen van Christus en straks zal zijn.
Ik heb steun aan een citaat uit het boek De gemeente en haar liturgie, een leesboek voor kerkgangers, C. Trimp, Kampen 1983:
“De kerk is metterdaad een verzameling mensen. En waar mensen zijn, zijn ook alle gebreken van mensen, alle kleinmenselijkheden, kortzichtigheden en benepenheden. Waar mensen zijn, komen ook domme praatjes los en gemene roddelverhalen, misverstanden en konflikten, jaloersheden en onechtheden, heerszucht en geldingsdrang, enzovoorts.
…
We begrijpen dat wij allemaal in dergelijke beschrijvingen als tamelijk armetierige mensen in het beeld komen. Ons eigen leven en ons samenleven geven geen toonbeeld van ideale menselijkheid en hoog-gekwalificeerde humaniteit. De gemeente van Christus is niet een sociëteit van christenen.
Het is goed om zich dat scherp te realiseren. Zij, die in de bijbel de stralende, vlekkeloze bruid van Christus wordt genoemd, is tegelijk die gebrekkige gemeenschap van beperkte mensen. We zouden dat, met een eigentijds woord, een `spanningsveld' kunnen noemen. Maar dat woord is veel te afstandelijk, in dit geval. Want het is juist de diepte van de liefde van Christus, dat Hij die konkrete gemeente zijn bruid noemt. Het is de onvoorstelbare macht van zijn verzoeningswerk, dat Hij dat, gebrekkige volk eenmaal zonder vlek of rimpel voor Zich zal stellen.”