De afgelopen weken heb ik Die Blechtrommel van Gunter Grass gelezen (wel in het Nederlands). Hieronder een stukje dat ik over dit boek geschreven heb:
Gunther Grass - Die Blechtrommel
Datum: 16 maart 2003
De afgelopen weken heeft Die Blechtrommel van Gunther Grass naast m'n bed gelegen. Onlangs had ik 'm eindelijk uit. Het boek stond al een tijdje op de nominatie om gelezen te worden, omdat het een beroemd werk is en het verhaal zich afspeelt in Hitler's Derde Rijk. De Tweede Wereldoorlog en het Derde Rijk hebben altijd mijn speciale belangstelling gehad (nee, ik ben geen nazi) en bij het lezen van Die Blechtrommel kwam mijn kennis van die periode goed van pas. Voor de leek zijn een hoop door de verteller genoemde namen en gebeurtenissen niet te plaatsen.
Die Blechtrommel kan het beste worden getypeerd als een magisch-realistische schelmenroman. Hoofdpersoon is Oskar Matzerath, patient in een psychiatrische instelling. Vanuit zijn bed vertelt Oskar zijn levensverhaal, waarbij de lezer zich logischerwijs afvraagt hoe betrouwbaar de verteller is, gezien zijn mentale conditie.
Het verhaal van Oskar is bizar en bij vlagen erg humoristisch. Personages worden uitvoerig en met oog voor (vaak absurde) details beschreven. De geschiedenis begint met de ontmoeting (die uiteraard op bizarre wijze plaatsvindt) tussen de oma van Oskar, de Poolse Anna Bronski, en Joseph Koljaiczek. Joseph is pyromaan en verdrinkt wanneer hij op de hielen wordt gezeten door de politie. Zijn lichaam wordt echter nooit gevonden. Anna en Joseph hebben een dochter, Agnes, die, hoewel ze verliefd is op haar neef Jan Bronski, trouwt met de Duitse kruidenier Alfred Matzerath. Agnes baart een zoon, Oskar, die op zijn derde verjaardag een rood-wit gelakte trommel van zijn moeder cadeau krijgt. Oskar heeft altijd vermoed dat Jan Bronski zijn echte vader is. Gedurende het hele verhaal noemt hij hem dan ook "mijn vermoedelijke vader Jan Bronski". Wanneer Oskar de trommel heeft gekregen, besluit hij voor altijd klein te blijven. Hij laat zich daarom van de keldertrap vallen, waarvoor Alfred van Agnes de schuld krijgt. Al roffelend op zijn trommel gaat Oskar door het leven, dat zich voornamelijk afspeelt in de toen nog Duitse havenstad Danzig. Dat Grass een speciale band met Danzig heeft, is wel duidelijk want de stad wordt gedetailleerd beschreven. Naast zijn liefhebberij om te trommelen, beschikt Oskar over een bijzondere gave waar hij maar al te graag gebruik van maakt: hij kan glas stukzingen. Wanneer Oskar zich boos maakt, is geen ruit in Danzig veilig.
Gedurende het verhaal ontmoet Oskar tal van aparte personages, zoals de theaterman Bebra en zijn meisje Roswitha. Beide zijn, net als Oskar, dwergen. Roswitha is de eerste liefde van Oskar. Later zullen er nog een paar dames volgen waar hij speciale gevoelens voor koestert, waarbij Oskar een opmerkelijke voorkeur heeft voor verpleegsters. Tijdens de Kristallnacht wordt de Joodse speelgoedwinkelier Sigismund Markus, waar Oskar altijd zijn trommels van kreeg, vermoord. Net als de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog, wordt de moord op de winkelier zonder emotie door Oskar beschreven. De historische gebeurtenissen vormen slechts de achtergrond voor het levensverhaal van de kleine trommelaar. Een poging tot onderwijs op een reguliere school is geen succes. Oskar krijgt daarom een beperkte vorm van onderwijs van een buurvrouw. Ze heeft Oskar weinig boeiends te leren, maar twee boeken vindt de ukkepuk bijzonder interessant: werken over Goethe en Raspoetin, twee tegenpolen. In de plaatselijke Heilige Hartkerk maakt Oskar kennis met het katholieke geloof. Hij moet er weinig van hebben. Een beeld van een Jezusknaap trekt hem bijzonder aan. Op een gegeven moment laat Oskar het beeld zelfs trommelen. Absurd en een tikkeltje blasfemisch. Wanneer de Tweede Wereldorlog uitbreekt, komt Oskar met Jan Bronski (die postbesteller is) terecht in het postkantoor dat ze tegen de Duitsers verdedigen. Oskar heeft er (indirect) de hand in dat Bronski zijn einde vindt tegen een gekalkte muur op het kerkhof, waar hij wordt gefusilleerd. Wederom is Oskar onaangedaan, net als bij de overige sterfgevallen in het verhaal.
Van de nazi's moet Oskar weinig hebben. Hij schept er genoegen in massabijeenkomsten van de NSDAP met zijn getrommel in de war te sturen. Hij loopt Bebra weer tegen het lijf en samen met enkele andere dwergen vormen ze de 'fronttheatergroep'. Ze reizen door het Derde Rijk en vermaken op verschillende plekken de manschappen met hun show. Zo wordt onder meer een bezoekje gebracht aan de Atlantikwall in Normandie. Terug in Danzig wordt Oskar verliefd op het meisje Maria. Hij verleidt haar met zogenaamd 'bruispoeder', waar vroeger limonade van gemaakt werd. Oskars moeder is inmiddels overleden. Ook de wijze waarop dit gebeurt is weer bizar en komisch beschreven. Op de havenpier van Danzig zijn Oskar, Alfred en Agnes getuige van een bijzonder walgelijk tafereel: een visser die palingen vangt met behulp van een paardenkop. De palingen komen uit alle gaten in de paardenkop gekronkeld, sommige onder de witte hersensmurrie. Wanneer je een beetje verbeelding hebt, zie je het levendig voor je. Zum kotzen. Oskars moeder is bijzonder geschokt door wat ze ziet. Tegen haar zin koopt Alfred enkele palingen van de visser (Alfred houdt van koken). Agnes wordt ziek van de palingen en sterft. Dit is min of meer haar eigen wil, want ze is zwanger van neef Jan Bronski (waar ze al die tijd een verhouding mee heeft gehad.) Alfred krijgt na de dood van zijn vrouw een relatie met Maria, die in de kruidenierswinkel achter de toonbank staat. Maria raakt zwanger en trouwt met Alfred, wat Oskar hem nooit zal vergeven. Hij is er vast van overtuigd dat hij de vader is van Kurtje.
Wanneer de oorlog tegen zijn einde loopt en de Russen Danzig verwoesten en innemen, is Oskar ook verantwoordelijk (volgens eigen zeggen) voor de dood van Alfred. Alfred is lid van de NSDAP en probeert zijn partijspeldje weg te moffelen voor de Russen door het in te slikken. Alleen heeft Oskar het speldje opengemaakt, zodat het in de keel van Alfred blijft steken en de arme kruidenier stikt. Tegelijkertijd wordt hij doorzeefd met kogels van een Russisch machinegeweer. Op de datum van de Duitse capitulatie besluit Oskar te gaan groeien. Dit lukt, maar hij houdt er wel een bochel aan over. Met Maria en Kurtje vertrekt Oskar naar Dusseldorf, waar hij de meest uiteenlopende baantjes vervult: maker van grafstenen, model in een kunstacademie en muzikant in een jazzorkest. Oskar heeft een obsessie voor zuster Dorothea, die naast hem woont. Wanneer het verhaal bijna is afgelopen, vindt Oskar een ringvinger die hij bewaart en aanbidt. De vinger blijkt van zuster Dorothea te zijn die is vermoord. Oskar is hoofdverdachte en wordt opgesloten in een inrichting. Wanneer Oskar zijn dertigste verjaardag viert en de moordzaak wordt heropend omdat er nieuw bewijsmateriaal is (Oskar heeft het niet gedaan), eindigt Die Blechtrommel.
Die Blechtrommel is geen makkelijk boek. Het duurde even om het ritme te pakken te krijgen en in het verhaal te komen, omdat de verteller pietluttigheden en kleine gebeurtenissen uiterst gedetailleerd en uitvoerig beschrijft. Het verhaal heeft daardoor weinig vaart. Af en toe slaat de verteller op hol, wat tot uiting komt in bijvoorbeeld herhalingen van woorden en absurde, onbegrijpelijke zinnen. Op deze momenten is duidelijk dat de verteller niet helemaal spoort (Oskar zit niet voor niets in een inrichting.) Knap gedaan van Grass trouwens. Die Blechtrommel is magisch-realistisch, zodat er een hoop symboliek in het verhaal zit. Het meeste zal me wel ontgaan zijn, maar enkele elementen ben ik via internet op het spoor gekomen. Grass schildert het klein-burgerlijke milieu in Danzig voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Danzig ligt op het snijpunt van Polen en Duitsland, de geschiedenis van Danzig is in feite een geschiedenis van de Duits-