@Laodicea: RNA is leuk, maar geen verklaring. Van 1 gen kun je vaak inderdaad verschillende eiwitten maken (daarbij wordt een tussenstap via RNA gemaakt), omdat er meerdere manieren van processing mogelijk zijn. Er wordt gedacht dat we middels zo'n 100.000 eiwitten bestaan. Maar RNA-processing levert een verklaring voor het gegeven dat we 'slechts' zo'n 25.000 genen hebben en toch kunnen zijn wie we zijn. Het levert geen verklarig voor evolutie. (Ter vergelijking: een fruitvlieg heeft zo'n 13.000 genen, sommige wormen 20.000, diverse planten hebben er 10.000en meer).
Junk-DNA
Junk-DNA is dat deel van het DNA dat niet codeert, dwz geen gen is. Er wordt dus geen eiwit van gemaakt. Het is alleen niet overbodig, zoals aanvankelijk wel werd gedacht. Als je junk-DNA wegknipt, blijkt het organisme niet levensvatbaar. De rol van het junk-DNA is voor een deel ontrafeld: het is onder andere betrokken bij routing van eiwitmakers (het 'aan en uit zetten' van genen) en bij het oprollen van het DNA.
Genen
Het human genome project is op dit moment aan het uitzoeken hoeveel genen we hebben. Daarna volgt ongetwijfeld het proces van uitzoeken waar die genen voor dienen, welke eiwitten ze vormen. Zo ver zijn we nog niet. Daarom is het op zich best mogelijk dat we eiwitten in ons lichaam hebben die nu niets doen. Behalve over ettelijke generaties ineens met een ander nieuw eiwit een nieuw eigenschap vormen. Alleen gaat de huidige wetenschap (vreemd genoeg?) daar niet vanuit: elk eiwit heeft een taak, zo wordt geloofd.
Mutaties
Zoals Zijnkind al aangaf, kent de cel van dieren een proof-reading system, waarbij het oude DNA dat gecopieerd is, wordt vergeleken met de nieuwe copie. Het werkt aardig, maar niet voor 100%. Daarnaast zijn er invloeden van buitenaf die het DNA beschadigen: rontgen- en UV-straling, virussen ea. Mutaties komen dus voor (en leveren al te vaak kanker en andere aandoeningen op).
Adaptatie
Een van de concepten van de evolutie is dat het zou verlopen via een adaptatieproces. Leuk bedacht, maar zo werkt dat voor dieren (/meercelligen met geslachtsorganen) niet. Voor de geboorte wordt al bepaald welke cellen de eicellen of zaadcellen produceren. Bij de geboorte is dat dus een statisch iets, dat (voor zover we nu weten) niet meer beinvloed wordt. Het organisme zelf kan zich dus aanpassen aan de omgeving, dat heeft echter geen effect op de nazaten ervan. Een nieuwe eigenschap van een nakomeling moet dus het gevolg zijn van een 'foutje' tijdens de embryogenese van zichzelf, of van de ouder.
Ballast
Als een stel halve vleugels voordeel oplevert, waarom hebben zoogdieren dan niet regelmatig halve vleugels? Waarom zijn er niet veel meer dingen die ons voor raadsels stellen? Er zijn wel een paar voorbeelden: dodo's, struisvogels en pinguins met rare vleugels, tepels bij mannen, een bekken in walvissen. Maar of dit nu past bij evolutie of bij devolutie, daar durf ik geen uitspraak over te doen. Gezien het random karakter van mutaties, denk ik dat het beter bij 'devolutie', oftewel verlies van eigenschappen past.
De berkenspanner (een vlinder) is een voorbeeld van devolutie. Was het vlindertje 300 jaar geleden mooi zilverwit zodat het niet opviel als het op de bast van een berk zat, tegenwoordig heb je allerlei zwartgrijze exemplaren. 'Ja, zie je wel', riep men: evolutie. De berken waren inmiddels ook zwartgrijs geworden door de roet van de industrie. Alleen is bij het uitpluizen van de genetische oorzaak gevonden dat het eiwit dat de vleugelkleur bepaalt, stuk is gegaan en nu dus zwartgrijze vleugels oplevert (dus: devolutie). Alleen leverde dat nu toevallig een voordeel op, omdat de berken ook van kleur waren veranderd.
Ook op DNA-niveau bestaat ballast. Foutjes qua chromosomen bij de celdeling leveren slecht levensvatbare nakomelingen op. Voorbeelden bij de mens zijn: trisomie 21 (syndroom van down), 13 (sterft voor de geboorte) en 18 (sterft bij de geboorte). Ook verlengingen van chromosomen zijn dikwijls geassocieerd met ziekte (fragiele X-syndroom ea). Er heerst kennelijk een nauw evenwicht in ons genoom, daar mag ook niet teveel gerommeld worden. Zoveel speelruimte voor experimenten van de natuur is er niet.
Waar ik mij aan stoor is dat 'de natuurwetenschap' willens en wetens oogkleppen op doet als het op evolutie aankomt. Er wordt veel gezwamd naar mijn mening, om alles maar een beetje passend te krijgen.
Voorbeeld: mensen lijken meer op elkaar dan logisch is, qua varieteit in genen. O, dat verklaren we dan door een 'bottle-neck event': een gebeurtenis een miljoen jaar terug ofzo waardoor de meeste mensen zijn uitgestorven en slechts een kleine groep voort kon bestaan (oa Lucy in noord-afrika, ons aller stammoeder). Dat is fantastisch, letterlijk. In plaats van het te nemen zoals het is, een minpunt voor de evolutietheorie, wordt de theorie uitgebreid met nog een onfalcificeerbaar hersenspinsel. De theorie wordt daardoor alleen zwakker, ipv sterker.
Let wel: ik ben ook geen deskundige op dit gebied, mijn afstudeerrichting had hier niet veel mee te maken. Maar tijdens de studie heeft de manier waarop 'de wetenschap' omgaat met het concept evolutie mij enorm verbaasd. Ze weten prima hoe je wetenschap moet bedrijven, maar op dit vlak nemen ze dat niet serieus.
Hoe kan ik hen dan op dit vlak serieus nemen? (Dat is afgezien van het gegeven dat ik in Jezus een prima alternatief ken. Een van mijn studiemaatjes is door bovenstaande vraagstukken gaan twijfelen aan de evolutietheorie, nog voordat hij Jezus leerde kennen).