Ik neem maar even de vrijheid om twee liederen te posten waarin ik heel veel herken als het om de ervaring van God gaat:
Liedboek 472
Door uwe donk're sluier heen
zoekt U mijn hart met zijn gebeên,
o eeuw'ge bron van al wat is,
o groot, o diep geheimenis.
Gelijk de bloem naar zonnegloed
zo neigt mijn ziel naar 't hoogste goed;
ze is voor altijd aan U geboeid,
o liefde, die het al doorgloeit!
Wie is er, die me aan U ontrukt?
Uw merk, mijn ziele ingedrukt,
uw zegel in de edelsteen,
wijst altijd naar haar oorsprong heen.
Gelijk aan 't verre, vreemde strand
gedachten gaan naar 't vaderland,
zo midden in dit aards gewoel
vraagt mijne ziel naar 't eeuwig doel.
De draad, die in de donkerheid
mij door des doolhofs gangen leidt,
brengt mij tot U, Gij trekt, Gij spant:
want 't einde is in uwe hand.
In 's levens droom en schemerschijn
laat mij in U geborgen zijn,
wees in de schaduw van de tijd
mijn licht, o liefdes werk'lijkheid!
Liedboek 395
O Heer, verberg U niet voor mij,
wanneer ik mij verberg voor U.
Gij weet het, ik ben bang voor U,
ontwijk U en verlang naar U.
O ga niet aan mijn hart voorbij.
En wees niet toornig over mij,
wanneer ik U geen liefde bied.
Ik noem U, maar ik ken U niet,
ik buig mij, maar ik ben het niet
en mijn gebed is tegen mij.
Spreek zelf in mij het rechte woord.
Zo vaak ik woorden voor U vond,
heb ik mij in mijn woord vermomd.
Nu wacht ik tot Gij zelve komt
en spreekt, zodat uw knecht het hoort.
Heer, roep mij als uw dwalend schaap,
dat U niet zoekt en U niet vindt.
Geef mij, als een die Gij bemint,
geef, dat ik als uw eigen kind
uw stem mag horen in mijn slaap.