Offtopic: Voor de liefhebbers de recensie over een boekje van Ronald Giphart die ik een half jaar geleden heb geschreven.
De liefde die Feyenoord heet
Ronald Giphart, wie kent hem niet? De in Dordrecht geboren auteur schreef romans als ‘Ik ook van jou’, ‘Giph’, ‘Phileine zegt sorry’ en ‘Ik omhels je met duizend armen’, die stuk voor stuk bestsellers werden. De vooral bij scholieren populaire Giphart was dit jaar ook verantwoordelijk voor het Boekenweekgeschenk (‘Gala.’) ‘Ik ook van jou’ werd verfilmd en momenteel zijn de opnames in volle gang van ‘Phileine zegt sorry.’ In 1998 verscheen van de hand van Giphart (de schrijver vind dit overigens maar een rare uitdrukking, een boek schrijf je nu eenmaal niet met je voeten) een boekje over Feyenoord: ‘De liefde die Feyenoord heet.’ Giphart schreef het vermakelijke werkje samen met Rob van Scheers en Peter Blokdijk, met wie hij in het seizoen 1997/98 de thuiswedstrijden van Feyenoord bezocht.
Net als Hugo Borst (‘De Coolsingel bleef leeg’) vallen Giphart en zijn maten niet bepaald met hun neus in de boter. Een enkel schaars hoogtepunt (de 2-0 winst op Juventus) wordt overschaduwd door talloze wanvertoningen van Feyenoord, met als gevolg een uiteindelijke vierde plaats in de competitie en een achterstand op landskampioen Ajax van maar liefst 28 punten. ‘De liefde die Feyenoord heet’ is hierdoor niet minder vermakelijk. Het begint al op de eerste bladzijde als Rob vertelt hoe hij Feyenoorder is geworden. Als kind vond hij een plaatje van Willem van Hanegem op straat en thuis in Utrecht vroeg hij wie dat was. “Ze noemen hem de Kromme jongen” antwoordde zijn vader. “Het is een beetje een rare gozer, hij komt uit Utrecht, maar is wel een goede voetballer.” Zijn moeder voegde eraan toe “Is het je opgevallen dat zijn wenkbrauwen doorlopen? Dat hebben alleen misdadigers.” Voor Rob was dit de beste aanbeveling denkbaar; vanaf dat moment was hij Feyenoord-fan. Ronald komt uit een Feyenoord-familie. Zijn oma vertelde hem bijvoorbeeld - al voor haar dementie - urenlang over de bootreis naar Lissabon, toen ze was meegereisd om Feyenoord te steunen in de beroemde wedstrijd tegen Benfica.
Hoewel Rob & Ronald (zoals ze zichzelf in ‘De liefde die Feyenoord heet’ noemen) dus al jong met het Feyenoord-virus zijn besmet, worden hun bezoekjes aan de Kuip in de loop der jaren steeds schaarser. Tot het duo Peter Blokdijk tegen het lijf loopt. Deze “twee meter lange en brede Rotterdamse godheid en Feyenoord-fan van dezelfde proporties” heeft iets bijzonders voor Rob & Ronald: het Pak van Feyenoordsjaalman, een enorme verzameling smakelijke anekdotes van en over Feyenoord-supporters. Peter wil de anekdotes en verhalen verwerken in een boek en dat komt Rob & Ronald bijzonder goed uit, want hun carrière als columnist bij de Feyenoord Krant is geen succes geworden. Na welgeteld drie columns wordt het duo vriendelijk de wacht aangezegd. “Jullie schrijven te moeilijk voor ons publiek”, krijgen ze te horen als reden voor hun onvrijwillige transfer. Geheel onbegrijpelijk is dit niet. Bij het lezen van ‘De liefde die Feyenoord heet’ valt op dat het woordgebruik van de schrijvers een tikkeltje literair is. Ook zijn hun beschouwingen bij vlagen ietwat aan de intellectuele kant. Niet iedere Feyenoord-fan zal hier door worden aangesproken.
Maar dit neemt niet weg dat ‘De liefde die Feyenoord heet’ een zeer lezenswaardig boekje is. Naast de vele anekdotes wordt de rode draad gevormd door de bezoekjes van Rob & Ronald aan de thuiswedstrijden van Feyenoord. Hierbij worden ze gedurende het seizoen vergezeld door een ratjetoe aan bekende en minder bekende gasten, waaronder een fanatieke supporter (Brenda, beter bekend als Pippi), een (Amsterdamse) homo en voetbalhater (Rob Vos: “Waarom geven ze die jongens geen lekkere strakke stretchpakjes?”), een schrijver (Thomas Rosenboom: “Als je iedere dag met je hoofd in de boeken zit is ieder uitje welkom. Ik heb nu al meer meegemaakt dan in een maand achter mijn schrijftafel.”), een blinde cabaretier (Vincent Bijlo: “Voor jullie vieze zienden is het makkelijk om naar het stadion te gaan of de tv aan te zetten.”) en een psycho-analyticus (Anna Enquist: “Uit de psychologie is bekend dat een onbeantwoorde liefde meer energie genereert bij de verliefde. Een onbeantwoorde liefde betekent: doorgaan, beter je best willen doen om indruk te maken, er nog hechter aan vast willen zitten, in de ijdele hoop nog eens beloond te worden voor dat doorzettingsvermogen. Dat is Feyenoord.”) Gedenkwaardige gasten zijn verder de eminente sportcommentator Herman Kuiphof, met wie Rob & Ronald Feyenoord – Juventus aanschouwen (“Hè toe, meneer Kuiphof, vertel nog eens van Feyenoord – Celtic in het San Siro”) en topkok Pierre Wind, die een geheel eigen kijk op Feyenoord blijkt te hebben: “Cruz! Echt kicken! In Cruz zie ik een ondergewaardeerd spruitje. Iedereen kijkt eigenlijk neer op “het spruitje”, maar in feite zijn spruitjes heerlijk, als ze maar goed worden bereid.” Hilarisch is de culinaire test van het stadionvoedsel. Wind is geschokt: “Supporters verdienen iets beters dan deze turf. Hoe kun je zo’n bespottelijke ebola-burger aan mensen verkopen?” vraagt hij zich vertwijfeld af.
In ‘De liefde die Feyenoord heet’ verbazen Rob & Ronald zich over de onvoorwaardelijke liefde van supporters voor Feyenoord en de bizarre manier waarop die soms wordt geuit. Het boekje is een aaneenschakeling van ironisch commentaar, bijtende humor, (quasi-) intellectuele beschouwingen, talloze grappige en ontroerende verhalen en mooie momenten uit de Feyenoord-historie. Wanneer Rob & Ronald op de Open Dag van 1998 Peter Blokdijk tegen het lijf lopen en deze aan hen vraagt of ze nog een seizoenkaart nemen voor het volgende seizoen, kijken Rob & Ronald hem glimlachend aan. “Gelukkig hebben wij Feyenoorders dat onverwoestbare gevoel voor humor…”
Hoewel Ronald Giphart momenteel druk bezig is met de verfilming van ‘Phileine zegt sorry’, had hij gelukkig tijd voor een kort vraaggesprek met Hand in Hand.
Hoe staat het met de opnamen van 'Phileine zegt sorry'?
‘Heel goed. De gedeelten die zich in New York afspelen zijn helemaal opgenomen, in Nederland zijn we bijna klaar. In oktober dit jaar is de première.’
Wanneer kunnen we weer een roman van je hand verwachten?
‘Volgend jaar verschijnt er weer een roman van mij.’
Heb je naast 'De liefde die Feyenoord heet' nog meer over voetbal geschreven?
‘Voor Hard Gras heb ik een paar voetbalverhalen geschreven. Sommige daarvan zijn gebundeld in 'Het feest der liefde.' Onder andere het verhaal 'De ontdekking van Amerika' over mijn supportersreis naar het WK 1994.’
Het seizoen 1997/98 is niet bepaald het meest succesvolle in de historie van Feyenoord. Wat vond je de mooiste wedstrijd die je destijds hebt bezocht? En wat was de slechtste?
‘De mooiste wedstrijd was de winst van 2-0 tegen Juventus. De slechtste was het laatste competititieduel (Feyenoord – NEC 1-2, red.), waar ik in godsnaam hier niet verder op in zal gaan.’
Bezoek je nog wel eens wedstrijden van Feyenoord? Wat vind je van het huidige elftal?
‘Zeer sporadisch kom ik nog wel eens in de Kuip. De laatste wedstrijd van Feyenoord zag ik in de Galgenwaard, waar Feyenoord tegen Utrecht mooi de winst pakte. Ik zat in een hoogdoos (zeg maar skybox) tussen allemaal Utrecht-fans. Toen Van Persie de eerste scoorde kon ik me niet inhouden en juichte hardop. Bleek er nog een Feyenoord-supporter incognito te zitten. Het huidige elftal vind ik zeer goed, objectief gezien beter dan dat van PSV (over Ajax zwijg ik liever.)’
Voor het boek heb je verscheidene gasten meegenomen tijdens je bezoekjes aan de Kuip. Wie was de leukste?
‘Stuk voor stuk waren het prima gasten, variërend van topkok Pierre Wind (die de kwaliteit van de snacks kritisch vaststelde; de uiteindelijke score lag in de buurt van de nul), de toekomstige schrijver van het Boekenweekgeschenk Thomas Rose