quote:
op 09 Jan 2004 15:55:53 schreef els:
[...]
Mijn vraag is : wat staat er in Hebr.13:17?
In de nbg 51 staat: Gehoorzaamt uw voorgangers en onderwerpt u (aan hen), want zij zijn het, die waken over uw zielen, daar zij rekenschap zullen moeten afleggen. Laten zij het met vreugde kunnen doen en niet al zuchtende, want dat zou u geen nut doen.
Nu heb ik eens ergens gelezen dat er eigenlijk iets anders wordt bedoeld dan gehoorzamen en onderwerpen. Alvast bedankt voor je antwoord.
Oeps, een tekst uit Hebreeën! Dat is niet het gemakkelijkste grieks. Maar goed, met enig speurwerk...
Griekse grondtekst:
Peithesthe tois hègoumenois humoon kai hupeikete; autoi gar agrupnousin huper toon psuchoon hoos logon apodoosontes; hina meta charas touto poioosin kai mè steanazontes; alusiteles gar humin touto.
Statenvertaling:
Zijt uw voorgangeren gehoorzaam, en zijt hun onderdanig; want zij waken voor uw zielen, als die rekenschap geven zullen; opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende; want dat is u niet nuttig.
NBG-vertaling:
Gehoorzaamt uw voorgangers en onderwerpt u (aan hen), want zij zijn het, die waken over uw zielen, daar zij rekenschap zullen moeten afleggen. Laten zij het met vreugde kunnen doen en niet al zuchtende, want dat zou u geen nut doen.
peithomai = zich laten overreden, gehoorzamen
hège-omai = voorgaan, de weg wijzen
hupeikoo = wijken, terugtreden; inschikkelijk zijn, gehoorzamen
agrupne-oo = slapeloos zijn, wakker zijn, waken
logon apodidoomi = rekenschap geven
chara = vreugde, blijdschap
stenazoo = zuchten, bejammeren
alusitelès = nutteloos, schadelijk
peithesthe > vorm (geb. wijs) van: peithomai
hègoumenois, vorm (3e nv. mv.) van: hègoumenos > afgeleid van het werkwoord hège-omai
hupeikete > vorm (geb. wijs) van: hupeikoo
agrupnousin > vorm (3e pers. mv.) van: agrupne-oo
apodoosontes > vorm (teg. deelw.) van: apodidoomi
steanazontes > vorm (teg. deelw.) van: stenazoo
Het gaat hier over de predikanten. Hègoumenos: zij die de gemeente voorgaan in geestelijk opzicht, zij die de gemeenteleden de weg wijzen. En dat is een hele verantwoordelijkheid: zij waken over zielen! Zij zijn (mede) verantwoordelijk voor het zieleheil van de mensen. In deze tekst wordt op een zeer waardige wijze over ze gesproken, vanuit een toon van respect. (Zo komt de griekse tekst op mij over.)
Tot dat respect worden de gemeenteleden opgeroepen. Het gaat immers over zeer grote zaken: de zaligheid der zielen!
Het gaat hier dus bepaald niet over despotische heersers, onder wiens tiranie je zou moeten bukken. Nee, bepaald niet. Zo behoort een voorganger niet te zijn. Voorgangers zijn als herders, niet als huurlingen. Als dat niet functioneert, is er iets grondig mis.
Als zij dat al zuchtende moeten doen, zegt dat iets alarmerends over het geestelijke leven van de gemeente. Dan willen zij zich niet bekeren. Dat is zwaar voor een voorganger. Dan ziet hij met lede ogen zijn schapen gevaar lopen, dat zij niet tot de rust zullen ingaan. (Daar wordt in Hebreeën ook over gesproken, zie Hebr. 3 en 4.) Daarom staat er ook: want dat is u niet nuttig.
Dat is wat ik in deze tekst zie staan. Het is dus geen beschrijving van iedere willekeurige predikant. Dit haal ik puur uit de tekst, met wat die aan gedachten bij mij oproept.