* Ratificatie van synodebesluiten is nodig, omdat de synode als zodanig geen autoriteit heeft in de kerken. De kerken en -raden zijn verantwoordelijk voor het besturen van de gemeente en moeten daarom de besluiten zélf (over)nemen. Normaliter zal dat ook gebeuren; de kerkorde geeft aan, dat de enige reden omdat niet te doen, onschriftuurlijkheid van de besluiten is (art. 31).
* De synode is een overlegorgaan van de kerken, waarin zaken die op plaatselijk niveau te moeilijk blijken te zijn, aan het geheel van het kerkgenootschap wordt voorgelegd. Als de synode zó functioneert, zullen de kerken i.h.a. blij zijn met het resultaat, omdat er nu een knoop kan worden doorgehakt op een maximaal wijze manier.
* Problemen ontstaan als er gebrek is aan vertrouwen. De 'bezwaarden' zijn bang dat er op de synode invloeden spelen, die aansturen op ongereformeerde conclusies; vandaar dat ze niet meer automatisch instemmen met de synode-conclusies. Ratificatie wordt zo een probleem. Bovendien is er de klacht, dat de synode zélf, en met name de deputaatschappen, een te grote rol spelen en niet meer 'de kerken' vertegenwoordigen. Opvallend in dit verband is bijvoorbeeld, dat het eerste nummer van Aanvulling zich richtte op de kopstukken uit het deputaatschap Kerkmuziek, om zo aan te tonen dat deze mensen wel eens een ongereformeerd vooroordeel zouden kunnen hebben. Op grond van een dergelijke 'deputatocratie' worden de synodebesluiten als verdacht beschouwd en wordt ratificatie een groot probleem.