quote:
--------------------------------------------------------------------------------
Ch; ja in zekere zin (takken ipv bomen), zoals ook de mensenrassen als takken uit dezelfde stam ontstaan zijn en niet bijv. uit verschillende aapsoorten
--------------------------------------------------------------------------------
Maar als alle mensenrassen vertakkingen zijn uit de stam, wat is er dan nog van de stam over? Of anders gevraagd: wat groeit er dan door? (Of groeit de mens nu niet meer verder?)
Ch; vertakkingen is hier inderdaad niet het goede woord (dat bedoelde ik als ik zei _in zekete zin_), want de soort mens an sich blijft gewoon, en de differentiatie komt door invloeden van bodem, land, voeding, zonnestand , planeteninvloed etc. en wordt erfelijk, dus bedoel ik eigenlijk meer differentiatie binnen de soort, of aanpassing aan uiterlijke omstandigheden,
de mens krevolueert nog steeds verder en wordt daarbij niet meer zozeer afhankelijk van invloeden van buitenaf, maar van binnen uit (vanuit intelligentie), daar zelfbewustzijn ontstaan is,
bijv. het is heel goed mogelijk dat er 2 mensensoorten gaan ontstaan,
1) mensen die een verdere geestelijke ontwikkeling gaan en steeds meer los komen van de materie
2) mensen die nog dieper in het materialisme duiken en de mens gaan _verbeteren_ middels genetische manipulatie en chipsimplantaten etc.
voorbeeld daarvan beschreven van uit visie nr.2:
Omdat elke ouder het beste voor zijn kinderen wil, en genetische technieken zich snel ontwikkelen, zullen op een dag twee verschillende mensensoorten bestaan. De ene soort is genetisch verrijkt en ongevoelig voor allerlei ziektes, terwijl de andere soort leeft als de hedendaagse mens. Dat voorziet althans de Amerikaanse moleculair bioloog Lee Silver, die zich zorgen maakt over de morele dilemma's die in zo'n maatschappij onherroepelijk zullen ontstaan.
Übermensch
Kinderwens maakt nieuwe mens
“Goed, ik vat het nog even samen. U wilt niet dat uw kind drukke ADHD-kuren zal krijgen, het mag geen alcoholist worden, en het zal volledig resistent zijn tegen aids. Mooi, dat komt dan op 8500 euro. En dan kan ik u misschien nog blij maken met de genen tegen vroegtijdige kaalheid, vetzucht en kanker? Die zijn deze week in de aanbieding – samen voor 1000 euro, en dat is dan inclusief de implantatie in het embryo. Zullen we dat er maar meteen bij doen?”
Ridiculiseren is gemakkelijk. Het idee dat ouders bij een ivf-arts een bestellijstje met erfelijke eigenschappen voor hun kroost gehonoreerd zien, lijkt zuivere science fiction. En dat is het ook, stelt hoogleraar Lee Silver. Althans, nog wel, zo vertelt hij aan de toehoorders van zijn openbare lezingen en colleges in de Verenigde Staten. Want pas op, je kunt niet elke denkbare ontwikkeling in het erfelijkheidsonderzoek afdoen als science fiction. “Sommige zaken waar ik over praat klinken te absurd voor woorden, terwijl dat wel dingen zijn die we dagelijks met muizen uithalen. Muizen zijn met allerlei veranderde eigenschappen al lang op bestelling verkrijgbaar. Andere kwesties waar mensen zich zorgen over maken, zijn wel erg onwaarschijnlijk, zoals het idee dat er hoofdloze mensen in broedkasten gekweekt gaan worden.”
Silver (1952) zette zijn toekomstvisie van de mens uiteen in zijn boek ‘Remaking Eden – Cloning and beyond in a brave new world’ uit 1998. Dat boek maakte de hoogleraar moleculaire biologie, verbonden aan de Princeton Universiteit, een van de eerste geleerden die na de geboorte van het gekloonde schaap Dolly openlijk speculeerde over het genetisch verrijken en kopiëren van mensen. Want dat dat gaat gebeuren, is zijn stellige overtuiging. Op het omslag van het boek wordt dan ook Aldous Huxley aangehaald, die in 1932 de roman ‘Brave new world’ uitbracht. Net als in dat verhaal zal er volgens Silver op termijn een onder- en bovenklasse ontstaan van verschillende mensen, die genetisch zo veel van elkaar afwijken, dat ze samen geen nageslacht meer kunnen krijgen.
“Huxley heeft goed voorzien dat we de voortplanting van de mens naar onze hand zouden zetten,” schrijft Silver. Alleen zal het volgens hem niet een dictatoriale overheid zijn die daar belang bij heeft, zoals in Huxleys boek. “De drijvende kracht achter de totstandkoming van vruchtbaarheidstechnieken zijn mensen die kinderen willen, en die hun kinderen de best mogelijke kansen voor een gezond en gelukkig leven willen meegeven. Als er dan een mogelijkheid is om je kinderen genetisch te verrijken met gunstige erfelijke eigenschappen, dan zal er weinig aarzeling zijn. De enige voorwaarde is dat je er het geld voor hebt. Maar dat is niets nieuws: wie nu geld en kinderen heeft, verrijkt zijn kind met een computer en educatieve software. Genetische verrijking van je kind is alleen maar een volgend aspect van hetzelfde principe.”
Wie van dat vooruitzicht schrikt, kijkt volgens Silver niet goed naar de realiteit. Kinderen worden immers al genetisch verrijkt, meent hij, zij het alleen nog passief. Dat gebeurt bij ivf-behandelingen, waarbij een aantal eicellen wordt bevrucht. Bij de selectie welke daarvan in de baarmoeder zal worden geplaatst, kan elk embryo op verschillende erfelijke eigenschappen worden getest. Langzaam begint het toeval terrein te verliezen.
Dat toeval wordt helemaal uitgebannen als we de genetische verrijking van ons nageslacht ook actief ter hand gaan nemen. Daarvoor moeten de ei- en spermacellen van potentiële ouders worden veranderd. Haal er bijvoorbeeld de genen uit voor eigenschappen die het kind niet mag krijgen, of voeg de gewenste eigenschappen toe – resistentie tegen ziektes, een grotere intelligentie. “Technisch is dat gemakkelijk,” zegt Silver. “Mijn doctoraalstudenten leren al om de voortplantingscellen van proefdieren als muizen te veranderen.” En met de DNA-kaarten van allerlei organismen die beschikbaar komen, denkt de hoogleraar dat er een breed aanbod van transplanteerbare erfelijke eigenschappen zal ontstaan.
Het is niet dat Silver daar naar streeft – hij constateert slechts dat het zal gebeuren. Omdat ouders het beste met hun kind voor hebben, is hij ervan overtuigd dat het huidige taboe op het veranderen van menselijke geslachtscellen eraan gaat. Een verlanglijstje als ‘geen ADHD, resistentie tegen aids’ wordt dan realistisch, meent Silver. “De erfelijke basis van die eigenschappen kun je bij andere organismen zoeken. Vind je een gen, dan kun je proberen dat in de mens in te bouwen.” Hij denkt dat dat binnen vijftig jaar mogelijk wordt. Dan voorziet hij het bestaan van ‘genpaketten’ met veertig, vijftig, of desnoods honderd genen. Die zijn vastgekoppeld aan een kunstchromosoom, dat aan de geslachtscellen van potentiële ouders wordt toegevoegd.
In Silvers visie is het niet de vraag of dat mogelijk wordt. Waar het om gaat, is wie zo'n genetische verrijking kan betalen. Tegelijkertijd is dat ook het aspect dat hem zorgen baart. De maatschappij wordt opgezadeld met wat hij noemt 'genetische apartheid' - een deel van de mensen is als een soort Übermensch wel erfelijk verrijkt, een ander deel niet. De verschillen zullen uiteindelijk onoverbrugbare kloven worden, zodat er twee verschillende mensensoorten ontstaan: de 'GenRich' en de 'Naturals', zoals Silver ze noemt. "De verschillen die je nu al tussen arm en rijk ziet, krijgen dan een genetische basis. Wat voor maatschappij zal dat zijn? Hoe bekijkt een mens een mensensoort waar hij zelf niet bij hoort? Op dezelfde manier als wij nu naar mensapen kijken?"
http://www.vpro.nl/wetens...6+3823365+9497461+9614176