quote:
op 11 Jan 2003 15:11:35 schreef Pulpeet:
In het gebed wordt meestal een zegen over het eten gevraagd (Here zegen deze spijze...), maar, zo vraag ik mij af, heeft iemand wel eens concreet resultaat van die zegen gemerkt? Wordt je minder door de maaltijd gevoed als je er niet voor bidt?
Als God jouw eten ook zegent als je vergeet te bidden, zegt dat meer over zijn trouw dan over de kracht van jouw gebed. Hij is geen snoepautomaat waar je een gebed in stopt om er zegen uit te krijgen.
Bovendien is het een rare reductie om zegen over het voedsel terug te willen zien in de spijsvertering. Zou je niet veeleer moeten kijken naar wat jij doet met de energie die je krijgt door het voedsel? Is je maaltijd gezegend als je daarna voldaan voor de tv kunt gaan hangen, of als je de energie hebt om je broeder of zuster fysiek of geestelijk te ondersteunen?
In het gebed dat jij uitspreekt, zegen je
God. Binnen de interpretatie van zegenen die je beschreef, kan dat natuurlijk helemaal niet. God gaat er heus niet beter op functioneren als jij Hem zegent. Waarom verwacht je wel dat je darmen beter gaan functioneren als Hij jouw voedsel zegent?
Voor achtergrond informatie is dit citaat uit het Theologische Woordenboek op het Oude Testament misschien instructief: (onder BRK, "zegenen")
quote:
The great formula of blessing, the Aaronic benediction still used on some occasions in churches today, was primarily a prayer for the Lord's presence, grace, and keeping power. It was summed up in the expression "they shall put my name upon the children of Israel," i.e. God himself would be their God (Num 6:23-27).
In general, the blessing is transmitted from the greater to the lesser. This might involve father to son (Gen 49), brothers to sister (Gen 24:60), king to subjects (1Kings 8:14). The blessing might be conveyed at departures on special occasions (2Chr 6:3) or upon introduction (Gen 47:7, 10). Its major function seems to have been to confer abundant and effective life upon something (Gen 2:3; 1Sam 9:13; Isa 66:3) or someone (Gen 27:27ff; Gen 49). (In this respect, notice that Michal, despising her husband's blessing, was afflicted with barrenness, 2Sam 6:20-23). It could, however, become merely a form. This was especially true of the greeting (1Sam 13:10; 1Sam 25:14; Psa 118:26).
The verbal blessing, as just discussed, was normally futuristic. However, it could be descriptive, an acknowledgement that the person addressed was evidently possessed of this power for abundant and effective living (Gen 14:19; 1Sam 26:25; etc.). This address becomes a formalized means of expressing thanks and praise to this person because he has given out of the abundance of his life. Very commonly, the Lord is addressed in this way. It is significant that chesed "kindness" and 'emet "faithfulness" are very frequently those attributes for which God is praised (e.g. Psa 31:21 [H 22]; Psa 106:48). It is clear that for the OT the abundant life rests directly upon the loving and faithful nature of God.
Het NT woord voor zegenen geeft ook een mooie insteek.
Eu-logeo betekent: goed-zeggen. (Net als het Latijnse
bene-dicere.) Als je om Gods zegen bidt, vraag je God om je met het voedsel ook zijn goedheid te schenken. Als je God zegent, zeg je dat Hij goed is.
Tenslotte: zelfs al is zo'n gebed voor het eten snel, formeel en soms sleur -- zou je het daarom niet doen? Het is in elk geval een goede gewoonte. Jezus zelf deed het ook:
Hij nam de zeven broden en de vissen, dankte en brak ze, en Hij gaf ze aan zijn discipelen en de discipelen gaven ze aan de scharen (Mat 15,36).