Even naar hier gekopieerd :
door Mientje op 02 Mar 2004 22:17
In het topic over zaaddonor werd mij gevraagd wat er in het tweede gebod bedoeld werd met : "Want Ik de HERE, uw God, ben een ijverig God, die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht dergenen die Mij haten....."
Ten eerste bevreemde het mij dat die vraag gesteld werd, ik was er zo van overtuigd dat iedereen daar wel eens een catechismuspreek over gehoord zou hebben.
Maar tot mijn verbazing zie ik dat de catechismus er met geen woord over rept, en het zomaar over slaat. Zouden de heren er geen raad mee geweten hebben ?
Ten eerste zie je in dit gebod dat het een gevolg is van het dienen van andere goden, en dat zijn niet alleen beelden, maar dat kunnen veel dingen zijn waar je een afgod van maakt.
Je haalt in dit geval de jaloezie van God over je heen, en krijg je daarom een "vloek"over je heen dat God het bezoekt aan je kinderen tot in het vierde geslacht.
Zo zie je bepaalde ziekten of zonden steeds in volgende geslachten terug komen, tewijl je niet weet waar ze vandaan komen, maar dat zijn zonden van het voorgeslacht.
Is daar dan geen vergeving voor, zul je zeggen ?
Ja natuurlijk, maar meest moet dat gebed om vergeving ( voor het voorgeslacht)gepaard gaan met een bevrijdingsbediening door voorganger en oudsten.
Dit zal bij de meesten vreemd over komen, omdat deze handeling in de kerken bijna niet voorkomt, maar bij ons is dat normaal.
En zo wordt deze "vloek" in de naam van Jezus verbroken, en zie je dat de gebondene vrij is.
Lees eens Luc. 13 : 10 t/m 13