Een heleboel Hollywoodfilms maken handig gebruik van deze menselijk eigenschap. Misschien heb wel een een Rambofilm gezien met Silvester Stallone. Daarin bouwen de makers heel handig een stuk onrecht in, bijvoorbeeld een terugkerende Vietnam veteraan die geen enkel begrip vindt voor de heldendaden die hij in naam van het Amerikaanse volk heeft verricht. En in al die films wordt hem dan onrecht aangedaan door de plaatselijke politie of door wat dan ook en je voelt dan langzaam het bloed in je aderen gaan koken totdat, meestal zo’n half uurtje voor het einde van de film onze held wraak gaat nemen op zo’n verschrikkelijke manier. En als argeloze toeschouwer ben je op dat punt zo opgefokt dat de wraakaktie van onze held weldadig overkomt. En dan voel je je heerlijk als de film afgelopen is. Ziezo, er is recht geschied, lekker puh! Is er recht geschied? Helemaal niet. Ja, hij heeft het recht in eigen hand genomen. En dat is wat de Bijbel absoluut veroordeeld.
Ik zeg u, de boze niet te weerstaan.Dat klinkt niet populair. En daarom komen we in de verleiding om uitvluchten te bedenken in plaats van deze woorden simpelweg te gehoorzamen.
Jezus geeft ons vier concrete voorbeelden van situaties waarin we niet wraakzuchtig mogen zijn en Hij laat zien hoe we moeten reageren als we verlies lijden door het toedoen van anderen.
In het eerste voorbeeld gaat het om verlies van onze trots. Wie u een slag geeft op de linker wang, keer hem ook de rechter toe. Volgens de Joods-rabbijnse wet (de misnah) was een klap met de rug van de hand (op de rechter wang) twee keer zo vernederend als een klap met de vlakke hand (op de linker wang). Ook tegenwoordig wordt in het MO een klap in het gezicht nog ervaren als een zeer vernederende aanval. Ook Jezus zelf heeft meerdere malen zo’n vernedering verdragen.
Er was eens een mijnwerker in Engeland die tot geloof kwam en daarna evangelist werd. Hij heete Bill Bray. Voor zijn bekering hij stond bekend als een vechtersbaas.Vlak na zijn bekering nam een collega-mijnwerker de proef op de som. Hij gaf hem een klap in zijn gezicht zonder dat daar enige aanleiding toe was. Bill had hem gemakkelijk bewusteloos kunnen slaan, maar in plaats daarvan keek hij hem aan en zei "Ik hoop dat God jou vergeeft, net zoals ik jou vergeef.
Hoe zouden wij reageren op zo’n test? God bouwt regelmatig zulke testjes in in ons leven. Misschien heb je het wel eens gemerkt. Als je trots een beetje wordt gekrenkt, als ze kritiek op je uitoefenen, hoe reageer je dan? Kritiek kun je opvatten als een slag (slagje) op je rechterwang. God beproeft ons. Net zoals je op school proefwerken krijgt, of SO’s moet ik tegenwoordig zeggen, om te zien hoe ver je bent, of je echt wat geleerd hebt en of je het nu ook kunt toepassen. En ik moet zeggen dat ik op mijn leeftijd nog veel onvoldoendes haal. Maar ik blijf God vragen "Heer, beproef mij, want ik wil slagen voor die proefwerken"!
In het tweede voorbeeld gaat het om verlies van bezittingen. "Wil iemand met u rechten en uw hemd nemen, laat hem dan ook uw mantel", zegt Jezus in vers 40. Nu moet je bedenken dat een mantel in die dagen heel belangrijk was. Een hemd geven is nog niet zo erg, de meeste mensen hadden er wel meer. Maar een mantel was veel waardevoller. De meeste mensen hadden er maar één en die gebruikten ze overdag als jas en ‘s nachts als deken. Kijk maar wat er in Exodus 22 vers 26 staat:
26 Indien gij het opperkleed (dat is die mantel) van uw naaste tot pand neemt, zult gij het hem voor zonsondergang teruggeven,
27 want dat is zijn enige bedekking, dat is de bekleding voor zijn huid. Waarin zal hij zich te ruste leggen?
Jezus roept ons hier dus niet alleen op om waardeloze dingen zonder protest af te staan, maar de dingen die voor ons onmisbaar zijn op de koop toe te geven.
Heeft de Heer jou wel eens een proefwerkje laten maken in "geven"? Is er wel eens een collectezak in je handen geduwd terwijl je alleen maar 25 gulden bij je had? Tja, wat doe je dan? Gauw doorgeven die zak aan je buurman! Zou God je hiervoor een voldoende geven? In hoeverre zitten wij vast aan materiele dingen? Heel vast, denk ik. Er staat zo’n scherp zinnetje in Psalm 119. Het is een uitroep van David als hij bemerkt hoe zeer hij met hart en ziel vastzit aan materiele en vleselijke dingen. Ik denk dat wij allemaal vanmorgen samen met David mogen uitroepen vers 25 van Psalm 119:
Mijn ziel kleeft aan het stof (de materie), maak mij levend naar uw woord.
Wil iemand met u rechten en uw hemd nemen, laat hem dan ook uw mantel, zegt Jezus.
In het derde voorbeeld gaat het eigenlijk ook om een verlies, namelijk verlies van tijd. "En zal iemand u voor één mijl pressen, ga er twee met hem". Je zult zeggen, wie prest iemand nou om een mijl met je te gaan. maar in die dagen was dit heel bekend. De Romeinen hadden als bezettende macht de gewoonte om burgers te dwingen hun bagage te dragen. En als een burger de aanraking van een speer op zijn schouder voelde wist hij dat hij gedwongen zou worden om duizend stappen lang (dat is I mijl) bagage te dragen. Deze vorm van "dienstbaarheid" werd uiteraard als onredelijk en vervelend gevonden. Ook Simon van Cyrene werd op grond van dit gebruik gedwongen om het kruis van Jezus te dragen.
Jezus leerde dat we op dit kwaad niet met wraakgevoelens moeten reageren, maar dat we moeten aanbieden dubbel zoveel te doen! Stel je voor, je bent laat voor een afspraak en iemand tikt je op de schouder en dwingt je duizend stappen lang zijn bagage te dragen. Wat zouden we ons vernederd voelen. Jezus zegt "draag zijn bagage maar 2000 stappen".
En in het vierde voorbeeld gaat het om verlies van geld. "Geef hem die van u vraagt, en wijs hem niet af die van u lenen wil. Het OT leert ons al dat we vrijgevig moeten zijn. In Deuteronomium 15:7 v v:
7 Wanneer er onder u een arme mocht zijn, een van uw broeders, in een van uw woonplaatsen, in het land, dat de Here, uw God, u geven zal, dan zult gij uw hart niet verstokken noch uw hand gesloten houden voor uw arme broeder,
8 maar gij zult uw hand wijd voor hem openen en hem met mildheid lenen, voldoende voor wat hem ontbreekt.
9 Neem u ervoor in acht, dat in uw hart niet de lage gedachte opkomt: het zevende jaar, het jaar der kwijtschelding, nadert. Waardoor gij onbarmhartig wordt jegens uw arme broeder, en gij hem niets geeft, zodat hij tegen u tot de Here roept en gij u bezondigt.
10 Gij zult hem met mildheid geven en uw hart zal niet verdrietig zijn, wanneer gij hem geeft, want ter wille daarvan zal de Here, uw God, u zegenen in al uw werk en in alles wat gij onderneemt.
11 Want armen zullen nooit in het land ontbreken; daarom gebied ik u aldus: Gij zult uw hand wijd openen voor uw broeder, voor de ellendige en de arme in uw land.
Zowel het OT als Jezus leren ons dat we nee moeten zeggen tegen elke vorm van krenterige gierigheid. We moeten de noden van anderen belangrijker vinden dan onze eigen verlangens en zelfs bereid zijn om financieel verlies te lijden door mensen te helpen.
1. trots 2. bezittingen 3. tijd 4. geld