De termen ‘kerk’ en ‘gemeente’ worden in verschillende groepen anders gewaardeerd.
Kerk komt van het Griekse
kurios, wat ‘van Christus’ betekent (dacht ik). Iemand die in een Kerk zit, belijdt dus dat hij ‘Van Christus’ is. Dit is waarschijnlijk ook direct de reden waarom de Gereformeerde
gemeenten zich geen kerk noemen. Immers, zij zijn er gezien hun bevindelijkheid niet zeker van of ze wel ‘van Christus’ zijn, laat staan dat de gehele gemeenschap ‘van Christus’ is.
‘Gemeente’ komt van Gemeenschap, Ecllesia, en heeft meer de lading van ‘groep’ of ‘verzameling mensen die iets gemeen hebben’. Bevindelijke groepen voelen zich door deze term aangetrokken, omdat ze er niet de pretentie van Kurios aan hoeven te hangen.
Daarnaast is een ‘gemeente’ of gemeenschap al lange tijd de paraplunaam voor lossere groepen geweest. Waarschijnlijk omdat het woord gemeente iets van informaliteit uitstraalt, voelen de evangelischen zich meer aangetrokken tot deze terminologie.
‘Kerk’ en ‘Gemeente’ worden behoorlijk door elkaar gebruikt.
* Hervormden spreken over ‘kerk’ als zijnde het landelijke verband: de Nederlandse Hervormde Kerk (de énige kerk die God geplant heeft, en daarom de ware Ecclesia. Vrijgemaakte hebben zeker niet het patent op de vermeende ‘ware kerk-gedachte!)
als Hervormden het over de plaatselijke afdeling van de NH-kerk hebben, spreken ze van ‘gemeente’. Een plaatselijke gemeente is ook een onderdeeltje van de landelijke NH-kerk, de gemeente heeft bv zelf niet de zeggenschap of het eigendomsrecht op de kerk, maar dat berust bij het landelijke verband.
* Bij Gereformeerden uit de Middenorthodoxie is de term ‘gemeente’ pas de laatste decennia in opkomst geraakt. Dat heeft deels te maken met het gereformeerde kerkmodel, waarbij alle kerken -ondanks het feit dat ze verantwoording aan de synode moeten afleggen- een redelijke vorm van zelfstandigheid hebben. Het zijn meer zelfstandig opererende kerken. Het feit dat gereformeerden spreken over de plaatselijke kerk en hervormden over de plaatselijke gemeente heeft waarschijnlijk (maar ik gok) te maken met de verschillen in organisatiestructuur t.o.v. de Hervormden en de behoefte van gereformeerden om dit ook in woord en geschrift uitdrukking te geven.
* Bevindelijken (Gereformeerde Gemeenten (Ger. Gem) Gereformeerde Gemeente in Nederland (Ger. Gem in Ned.), Oud Gereformeerde Gemeenten en dergelijke groepen zul je vrijwel nooit het woord ‘kerk’ in de mond horen nemen. Voor hen is de kerk de onzichtbare kerk van Christus, waarvan alleen diegenen deel uitmaken die hun persoonlijke roeping van de Here ontvangen hebben. Sommige kleine zelfstandige groepen vinden, vanuit een hun puriteinse een ultrabevindelijke opvattingen, zelfs het woord ‘gemeente’ te ver gaan. Immers: We zijn geen gemeenschap die Christus zoekt. Nee, we zijn dwalende schapen, zondaars en overtreders van de geboden Gods. Dat is geen gemeenschap: gemeenschap is er slechts in Christus, en bij de weinigen die behouden zijn. Zij noemen zich dan ook bijvoorbeeld ‘Gereformeerde Samenkomst’, ‘Gereformeerde Evangelisatie’ en dergelijke.
* Evangelischen zullen het woord kerk in algemene zin ook alleen in de mond nemen als ze spreken over de ‘onzichtbare kerk’, de uitverkorenen. Of hier een diepere theologische visie achter schuilgaat weet ik niet, maar ik vermoed dat dit meer een sociologische dan een theologische achtergrond heeft. Immers, in Amerika, waar evangelische stromingen wel tot ‘de gevestigde orde’ behoren, spreekt men wel over een kerk: The Southern Baptist Church, bijvoorbeeld of de ‘Redeemer Church’. Overigens zien we die tendens ook in Nederland ontstaan. Wellicht heeft dit te maken met een verdere emancipatie van de evangelische beweging in ons landje.
Extra aandacht verdient overigens de Vergadering van Gelovigen (of de Vergadering Der Gelovigen, dat is de meer behoudende tak.) Deze zijn dermate wars van organisatie dat ze ook de term ‘gemeente’niet gebruikten. Ook binnen deze groep is de laatste decennia een kentering te bespeuren.
De laatste jaren wordt de term ‘gemeente’ steeds meer salonfähig, ten koste van het woord ‘kerk’. Dat is volgens mij jammer, want ‘kerk’ straalt uit wat een groep gelovigen volgens mij per definitie wil zijn: Van Christus!
Daarnaast is het zo dat er in het verleden iets bleek over de identiteit van een ‘kerk’ of een ‘gemeente’, als je hoorde welke terminologie gebruikt werd. Dat verdwijnt steeds meer; kerk en gemeente worden in de middenorthodoxie en de behoudende evangelische beweging steeds meer en meer door elkaar gebruikt. Dat gaat soms ten koste van de helderheid, maar misschien is het een eerste stap naar nog meer samenwerking. Je weet maar nooit….
overigens: Bovenstaande is mijn eigen interpretatie van de situatie zoals die nu in Nederland is. Ik kom hiertoe op basis van gesprekken met vrienden en kennissen uit evangelische, orthodoxe en bevindelijke kring (jaja, ik heb een brede vriendenschaar
) uiteraard kan het zo zijn dat bepaalde opvattingen niet gedeeld worden door iedereen. Ik hoop in ieder geval dat mensen zich niet gekwetst voelen door het beeld dat ik hier schets. Dat geldt voornamelijk voor onze bevindelijke en evangelische broeders en zusters.