"De hel: een echt bestaande plaats
Waar is de hel? Wanneer we verschillende passages in Gods Woord gaan bekijken, dan wordt er altijd gesproken over het feit dat de hel beneden is. Spreuken 15 : 24 zegt: “De weg des levens is voor de verstandige naar boven; opdat hij afwijke van de hel, beneden.” Tegen de duivel wordt in Jesaja 14 : 15 gezegd: “Ja, in de hel zult gij neergestoten worden, aan de zijden van de kuil.” Numeri 16 : 30 zegt bijvoorbeeld: “Maar indien de Heere wat nieuws zal scheppen, en het aardrijk zijn mond zal opendoen, en verslinden hen met alles wat het hunne is, en zij levend ter helle zullen neervaren, alsdan zult gij bekennen, dat deze mannen de Heere getergd hebben.” Niet opvaren, maar neervaren, beneden, zegt Gods Woord. De hel is beneden. Zo zijn er nog wel meerdere teksten in Gods Woord te vinden die dit laten zien (Deut. 32 : 22, Amos 9 : 2). In de laatste tekst zagen we echter dat de mensen ter helle zouden neervaren, nadat het aardrijk zijn mond zou hebben opengedaan. De hel bevindt zich (nu) dus in de aarde!
Dan gaan we begrijpen dat we in Openbaring het beest uit de aarde zien opkomen (Openb. 13). In Jesaja lazen we daarnet van de satan die neergestoten was in de hel, aan de zijden van de kuil. Dan gaan we begrijpen dat we in Openbaring 9 : 1 – 3, wanneer we lezen over de afgrond, te maken hebben met een afgrond in de aarde! De ster viel op de aarde en opende de afgrond, staat er in vers 1 en 2a. We lezen dat er rook uitkomt, “als rook van een grote oven”. We lezen dat de wezens (‘sprinkhanen’) een koning over zich hebben (Openb. 9 : 11), en die koning is “de engel van de afgrond”. De King James 1611 spreekt over de “bodemloze put”. Is dit in tegenspraak met onze Statenvertaling? Nee! Wanneer we de toelichting in de kanttekeningen bij de Statenvertaling opzoeken, met betrekking tot de afgrond, dan leggen de Statenvertalers hetzelfde uit: “D.i. een diepte zonder grond” (bij Luk. 8 : 31). Hoe kan die afgrond, die bodemloze put zich in de aarde bevinden? De aarde is toch rond, en niet zonder bodem? Het geheim zit in Jesaja 14 : 15: “Ja, in de hel zult gij neergestoten worden, aan de zijden van de kuil.” De kuil, de afgrond heeft geen bodem, maar wel zijden. Wanneer we nu naar het hart, naar de kern van de aarde gaan kijken, dan zien we dat deze inderdaad alleen maar zijden heeft.
Zulke plaatjes kunt u in alle boeken over geologie terugvinden. Wanneer we aan één zijde van de kern beginnen en naar binnen toe gaan, door het midden heen gaan, komen we vanzelf weer aan een andere zijde uit. Zo kunt u op willekeurige plaatsen beginnen, en u komt alleen maar aan zijden uit. Deze put, deze afgrond heeft geen bodem! Ziet u hoe nauwkeurig onze Bijbel is! De hel bevindt zich in het hart van de aarde, en is een vurige oven, en is een bodemloze put met zijden!
Het hart der aarde
Er is nog iets met betrekking tot de ‘hel’. Laten we Lukas 16 : 19 – 31 lezen. Heel duidelijk blijkt uit dit gedeelte dat er eigenlijk twee afdelingen zijn. De ene afdeling heet ‘HEL’, de andere ‘ABRAHAMS SCHOOT’. Deze passage speelt vóór het lijden en sterven van de Heere Jezus, en is dus eigenlijk in de Oudtestamentische situatie. In het Oude Testament is er maar één woord voor ‘hel’: het Hebreeuwse Sheol. De ene keer wordt dit vertaald met graf, de andere keer met hel. We zien echter dat zowel Oudtestamentische heiligen als ongelovigen naar het Sheol gaan! (Jakob in Gen. 42 : 38 en 44 : 31; mensen die de Heere getergd hebben in Num. 16 : 30, 33; Job in Job 17 : 13 en goddelozen in Job 21 : 7 – 13). Hoe kan dat? De verklaring vinden we in Lukas 16 : 19 – 31! Het Sheol, het hart van de aarde (Spr. 30 : 16), bestaat uit twee delen. Aan de ene kant de hel, waar pijniging is, door een kloof gescheiden van Abrahams schoot, waar rust is (was).
Jezus Christus daalde af in het hart der aarde
Wanneer we dan naar het lijden, sterven en de opstanding van Jezus Christus gaan kijken, gaan we de reis begrijpen die de Heere Jezus gemaakt heeft! In Matthéüs 12 : 40 staat: “Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten was in de buik van de walvis, alzo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten wezen in het hart der aarde.” Nu zult u zeggen: “Ja, de Heere Jezus is in het graf geweest!” Maar een graf is niet in het hart der aarde! Laten we daarom naar Handelingen 2 : 27 gaan, waar staat: “Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten, noch zult Uw Heilige overgeven, om verderving te zien.” In vers 31 staat vervolgens: “Zo heeft hij [David, zie vers 29], dit voorziende, gesproken van de opstanding van Christus, dat Zijn ziel niet is verlaten in de hel, noch Zijn vlees verderving heeft gezien.” Met andere woorden: terwijl de Heere Jezus aan het kruis riep: “Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest” (Luk. 23 : 46), terwijl Zijn lichaam in het graf werd gelegd (Luk. 23 : 49 – 56), is Zijn ziel afgedaald ter helle! Jezus Christus is in het hart van de aarde, in de hel en in Abrahams schoot, geweest!
Maar waarom ging Jezus Christus naar de hel? Jezus Christus Zelf was zonder zonden, maar Hij is voor ons door de Vader tot zonde gemaakt (2 Kor. 5 : 21). Dat ging zelfs zover dat Jezus Christus voor ons aan het kruishout van Golgotha tot een vloek werd (Gal. 3 : 13). Jezus Christus droeg onze zonden in Zijn lichaam (1 Petr. 2 : 24)! Maar over het moment dat Hij terugkomt, lezen we met Hebreeën 9 : 28: “Alzo ook Christus, eenmaal geofferd zijnde, om veler zonden weg te nemen, zal ten andere male zonder zonde gezien worden door hen, die Hem verwachten tot zaligheid.” Met andere woorden: Jezus Christus heeft de zonden van ons van Zich afgelegd. Heeft Hij onze zonden aan de voeten van de Vader in de hemel gebracht? Nee! In Openbaring 21 : 27 lezen we bijvoorbeeld: “En in haar [het Nieuwe Jeruzalem] zal niet inkomen iets, dat verontreinigt, en gruwelijkheid doet, en leugen spreekt, maar die geschreven zijn in het boek des levens des Lams.” Bij God kan ongerechtigheid niet bestaan. Er is niet voor niets in Handelingen opgenomen dat Jezus Christus in de hel is geweest. Jezus Christus heeft onze zonden gebracht naar de plaats waar zij behoren! Hijzelf, Zijn ziel, is in de hel niet verlaten, Zijn lichaam heeft geen verderving (ontbinding in het graf) gezien! Jezus Christus is opgestaan uit de dood! Hij heeft onze zonden weggedragen!