Ach... toen ik in de examenklas zat eindigde de voorjaarsvakantie vrij apart. Ik werd op maandagochtend m'n bed uit gebeld (ik had het eerste uur vrij) met de mededeling dat één van mijn beste vrienden in de vakantie een ski-ongeluk had gehad en na enkele dagen in coma te hebben gelegen was overleden. Alsof een film stopgezet wordt en je enkele minuten naar een stilstaand beeld zit te kijken... Alsof je ineens volslagen alleen bent en de vaste grond onder je wegzakt...
Ja ik heb een vuist gemaakt naar de hemel. Ik had het uit willen schreeuwen... het wáárom?! Ik kon m'n vuisten wel kapotknijpen. Ziedend. Een jongen van zeventien jaar die niet gered was door *mijn* almachtige God. Wat theologische theorieën?! Waar is dan die genade?! Bitter drama, dat vond ik het. En dan... alsof Gods hand zelf een boodschapper stuurt... krijg je een mailtje van iemand van wie je 't helemaal niet verwacht. Die persoon wijst je op het boek Job.
In een moment van hevige aanvechting word je vanuit onverwachte hoek met de neus op teksten gedrukt, die spreken van een volhardend geloof, ondanks het feit dat de loop der dingen ondoorgrondelijk is. "Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet (Hebr. 11:1)," staat in dat mailtje. En dan weet je weer waar je het moet zoeken. Ik heb God dingen verweten, dat is niet mooi. Maar: ik heb *God* dingen verweten. Ik bleef bij God!
Toen het te zwaar werd voor een mens alleen... de uitroep: "God, schiet mij ter hulpe, want het water staat me aan de lippen!" Vervolgens ben ik zelf gaan bladeren. De bijbel door. Duizend bladzijden vloeipapier... als dáár het antwoord niet staat, dan houdt het op. Ik kwam uit bij Romeinen 8:31-39.
Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad. Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here.Noch dood, noch leven zal mij kunnen scheiden van de liefde van God! Niet dat daarmee het verlies goedgemaakt is. Niet dat er daarna nooit meer een moment van woedende onmacht is voorgekomen... Maar liever leven met een verlies, met momenten van woede... onder de beschermende vleugelen van de Heer, dan in de lege diepte van de eenzame worsteling.
Zonder dat mailtje had ik de Bijbel er vast ook wel bijgepakt die avond. Maar het moment, de situatie, de tekst... Dat deed me vóelen dat God me nabij was, dat ik niet alleen die weg hoefde te gaan. Dat ik gedragen werd waar ik niet meer verder kon. Dat
gevoel gun ik een ieder. Het mailtje was goud waard voor mij. Ik denk niet dat je snel iets verpest met een Bijbeltekst. Wat ik zelf gemerkt heb toen: 't is altijd goed, wat mensen ook tegen je zeggen. Ieder heeft z'n eigen manier om z'n medeleven te betuigen, en 't komt altijd uit een goed hart.
De een doet dat met een Bijbeltekst en soms is dat een schot in de roos, soms treft het geen doel. Het zaad dat naast de akker valt richt echter geen schade aan naar mijn idee. Niet in zo'n situatie. Bemoediging met het Woord ten Leven is altijd goed denk ik. Het Evangelie leert ons ook dat we niet stil moeten zitten. Iemand die met zo'n verlies te kampen heeft, mag best een blik gegund worden op de Weg des Levens. Doet hij of zij er niets mee, dan houdt het op. Maar indien wel... dan kun je daar iemand z'n leven mee veranderen. Niet overdrijven. Een handreiking... al doe je het alleen maar voor jezelf...
