quote:
Zijnkind schreef op 06 april 2004 om 14:59:[...]
Waarschijnlijk heb je mijn vorige post niet gelezen. Ik zou zeggen...spreek eens met iemand die in de occulte scene heeft gezeten en er nu uit is. En zeg dan nog eens dat het overtrokken is om de duivel aan het werk te zien. Denk je niet dat hij wil meeliften op de hypes zolang het maar niet over God gaat? Iets met een briesende leeuw...weet je nog?[/q]
Ik heb je post wel gelezen, alleen niet op gereageerd.

Ik zit er helemaal niet op te wachten om met zo iemand te praten. Wat word ik daar beter van? Als ik me er niet mee inlaat, kan het me ook niet schaden. Erbij uit de buurt blijven is het devies voor mij. Ze doen maar.

quote:
Hoe dat gaat (bedrog van Jomanda is uiteindelijk ook zonde en dus zoals de duivel het wil) is onbelangrijk. Of Hij nu actief meewerkt...of dat hij iets in gang heeft gezet en het aan de zondige mens verder laat....het resultaat is vergelijkbaar. En jij en ik zullen er niet intrappen. Dat is echter geen argument. Zolang er mensen intrappen is de satan tevreden. Voor ons verzint hij wel iets anders.
Dat is een interessante gedachte.

[q]Uiteraard is niet alles duivelswerk. Ons eigen vlees doet ook zijn werk. Onze eigen verantwoording voor onze daden neemt echter nooit weg dat er een geestelijke strijd te voeren valt. Je tegenstander dan niet (of te weinig) willen zien is onverstandig temeer daar de bijbel ons er herhaaldelijk voor waarschuwt.
Die geestelijke strijd is het moment van aanvechting/verzoeking waar ik het eerder over gehad heb. Dat zijn de aanvallen waarvan ik best wil geloven dat die afkomstig zijn van de duivel. In zoverre erken ik het bestaan, en onderken ik het gevaar van die tegenstander. Daar kun je je echter tegen wapenen met het geloof zelf.
Het is daarom inderdaad goed om vast te stellen dat 'zondig' niet automatisch inhoudt: 'duivelswerk'. Wanneer wij tegen Gods geboden handelen, dan is dat als zondig te bestempelen. Het is daarmee niet automatisch als werk van de duivel aan te merken. Dat zou namelijk betekenen dat er geen ruimte zit tussen de werkzame God en de werkzame duivel. Dat zou betekenen, dat óf God mij naar Zich toetrekt, of de duivel mij van God af tracht te houden. In dat geval zou ik willoos zijn. In dat geval zou ik een pion van één van beide machten zijn. Nu, dat weiger ik aan te nemen, en dat is ook niet in overeenstemming het idee dat de mens bekeerd kan worden. In dat geval ben je bekeerd als God meer dan 50% aan jou getrokken heeft? En een minuut later weer niet, als de duivel even aan het langste eind trekt? In dat geval zou iedereen gelovig moeten zijn, want God heeft het beste met ons voor, Christus heeft de dood overwonnen, dus dan is de duivel ook geen partij voor Hem.
Zo zit het niet. Ik heb een zekere keuzevrijheid, binnen bepaalde grenzen, die eenieder zich anders voorstelt. Ikzelf heb de *keuze* gemaakt om met God te leven. Als ik die keuze al gemaakt heb, dan kan de duivel best zo nu en dan een poging doen om mij te verleiden, maar dan kan ik die aanval ook afslaan
juist omdat ik die keuze voor God gemaakt heb. Het verhaal van Job leert ons datzelfde: ondanks dat de duivel hem sloeg met de ergste kwaden, bleef hij bij God. Vandaar bovendien, dat ik de tekst uit Romeinen 8 aanhaal: noch krachten, noch machten kunnen mij scheiden van de liefde van Christus. Voor mensen die niet de liefde van God hebben mogen smaken, ligt die zaak anders denk ik. Zij kunnen eenvoudiger twee kanten op. Ik word enigszins beschermd door de wapenrusting van het geloof. De liefde van God is oneindig groot, ik moet alleen God aannemen als mijn enige hoop en redding. "Aannemen", daar zit een stukje vrije wil in.
Tot slot: het is heel moeilijk om voor een ander te beoordelen wat voor geestelijke of persoonlijke strijd hij heeft gevoerd voordat hij tot geloof kwam. Het is niet zo dat ik m'n tegenstander te weinig wil zien. Ik verrek het alleen om bij elk nieuwsfeitje de duivel erbij te slepen. Door zo'n verkrampte levenshouding ben je volgens mij op een gegeven moment meer bezig het gevaar van de duivel te onderscheiden, dan dat je daadwerkelijk bouwt aan je geloof. Ik zie meer heil in dat laatste. Als ik maar van harte bij God blijf kan mij niets gebeuren. Als ik me zo druk ga maken over de duivel, dat ik in elke menselijke misstap een actie van hem zie, dan hou ik geen tijd meer over om me bezig te houden met wat écht van belang is, namelijk het geloof zelf.