Voor Roodkapje:
Deze eerste tekst geeft heel mooi het verschil aan tussen Adam en Christus; de laatste Adam zorgt ervoor dat onze geest weer levend wordt....
Verder lijkt het mij zo toe dat de geest inderdaad i.v.m. de goddelijke dingen, zo je wilt de 'geestelijke dingen' genoemd wordt.
1 Kor 15,45
Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel; de laatste Adam een levendmakende geest.
Hand 17,16
En terwijl Paulus te Athene op hen wachtte, werd zijn geest in hem geprikkeld, toen hij zag, dat de stad zo vol afgodsbeelden was.
Rom 1,9
Want God, die ik met mijn geest dien in het evangelie van zijn Zoon, is mijn getuige, hoe ik onophoudelijk te allen tijde bij mijn gebeden uwer gedenk,
Rom 8,10
Indien Christus in u is, dan is wel het lichaam dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid.
Rom 8,16
Die Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen Gods zijn.
Rom 12,11
in ijver onverdroten, vurig van geest, dient de Here.
1 Kor 2,4
mijn spreken en mijn prediking kwam ook niet met meeslepende woorden van wijsheid, maar met betoon van geest en kracht,
1 Kor 2,11
Wie toch onder de mensen weet, wat in een mens is, dan des mensen eigen geest, die in hem is? Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest Gods.
1 Kor 5
3 Want mijnerzijds heb ik, hoewel lichamelijk niet, maar naar de geest wèl aanwezig, reeds, als aanwezig, vonnis geveld over hem, die op zulk een wijze zo iets heeft begaan. 4 Wanneer wij vergaderd zijn, gij en mijn geest met de kracht van onze Here Jezus,
5 leveren wij in de naam van de Here Jezus die man aan de satan over tot verderf van zijn vlees, opdat zijn geest behouden worde in de dag des Heren.
1 Kor 6,17
Maar die zich aan de Here hecht, is één geest (met Hem).
1 Kor 14,15
Hoe staat het dan? Ik zal bidden met mijn geest, maar ook bidden met mijn verstand; ik zal lofzingen met mijn geest maar ook lofzingen met mijn verstand.
2 Tim 4,22
De Here zij met uw geest. De genade zij met ulieden. (Dit staat er veel vaker op deze manier )
1 Petr 4,6
Want daartoe is ook aan doden het evangelie gebracht, opdat zij wèl, naar de mens, wat het vlees aangaat, zouden geoordeeld worden, doch, naar God, wat de geest betreft, zouden leven.
Ziel en geest is niet inwisselbaar, maar wel moeilijk te onderscheiden. De bijbel zegt dat het woord van God als het zwaard des Geestes dit wel kan....
Heb 4,12
Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zó diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten des harten;
Waarom hebben wij via onze geest contact met God?
Omdat God ook Geest is...lees het volgende vers.. En God wil ook dat contact, zie het vers uit Jac. 5.
2 Kor 3,18
En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immersdoor de Here, die Geest is.
Jak 4,5
Of meent gij, dat het schriftwoord zonder reden zegt: De geest, die Hij in ons deed wonen, begeert Hij met jaloersheid?
De ziel is wat wijzelf zijn, ons gevoel onze wil enz.
Wat mij bij deze teksten opvalt dat het ook gaat over de ziel i.v.m. matheid, behouden van de dood, (je geest is tot leven gebracht dus daar geldt dat niet voor), vleselijke begeerten en strijd tegen de ziel,, het kwellen van de ziel, heeft met emoties te maken....
Mat 10,28
En weest niet bevreesd voor hen, die wèl het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden; weest veeleer bevreesd voor Hem, die beide, ziel en lichaam, kan verderven in de hel.
Mat 16,26
Want wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won, maar schade leed aan zijn ziel? Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn leven?
Mat 26,38
Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is zeer bedroefd, tot stervens toe; blijft hier en waakt met Mij.
Heb 12,3
Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt.
Jak 5,20
weet dan, dat, wie een zondaar van zijn dwaalweg terugbrengt, diens ziel van de dood zal behouden en tal van zonden bedekken.
1 Petr 2,11
Geliefden, ik vermaan u als bijwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerten, die strijd voeren tegen uw ziel;
2 Petr 2,8
– want deze rechtvaardige heeft, onder hen wonende, dag aan dag zijn rechtvaardige ziel gekweld door het zien en horen van hun tegen alle wet ingaande werken –
3 Joh 1,2
Geliefde, ik bid, dat het u in alles wèl ga en gij gezond zijt, gelijk het uw ziel wèl gaat.