quote:
Priscilla en Aquila schreef op 13 juli 2004 om 11:21:@Chaveriem:
Je stelt dat naaste volksgenoot betekent. Je hangt daar een conclusie aan.
Maar in de gelijkenis staat dat 'een zeker mens' afdaalt van Jeruzalem naar Jericho.
Ik zie in 'een zeker mens' mogelijk iedereen, ook al komt hij van Jeruzalem - het kan best een Romein zijn. Hoe zie jij dit?
Je probeert van de betekenis van het woord naaste af te komen

Toch zie ik 'een zekere mens' als een Jood. Motivatie hiervoor ligt in het feit dat hij enorm veel hoop koesterde uit het feit dat een Cohen en een Leviet langskwamen, en absoluut geen hoop had toen de Samaritaan langskwam. Als niet-Jood had je niets te verwachten van Joden, daar er een verbod bestaat voor Joden om met niet-Joden om te gaan.
Een Romein had per definitie geen hoop te verwachten van Joden, daar zij overwegend gehaat en gevreesd werden door de Joden. Daarnaast denk ik dat een Romein niet snel op eigen gelegenheid door het Joodse land zou trekken (gezien de onderlinge verhoudingen).
Dan de betekenis 'een zeker mens'. In het Hebreeuws is dit Adam, dit slaat zowel op mens als man.... Adam was iemand die, ondanks de zonde val, wandelde met G'd. Iemand waar een Jood met zekere eerbied naar kijkt. Daarmee zie ik de vereenzelviging met een Romein niet zitten.
En dan houden we de letterlijke betekenis van het woord over, die een stam verwantschap tussen Romein en Samaritaan uitsluit, terwijl die er tussen Samaritaan en Jood wel ligt.
Verder zie ik ef 4:25 als ook Hebr 8:11 als bevestiging hierin:
Ef: 4:25:
Daarom legt af de leugen, en spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; want wij zijn elkanders leden.In deze tekst wordt gesproken over ‘elkanders leden’. In het algemene beeld gezien heeft de schrijver het over ‘leden van de gemeente/ van een lichaam’. Gaan we dit invullen krijgen we: “……een ieder met zijn naaste, want wij zijn elkaars leden”. Volgens deze tekst zou je kunnen concluderen dat naaste verband houdt met leden van de gemeente, en daarmee gaat het dan per definitie om een medegelovige.
Heb 8: 11:
En zij zullen niet leren, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, zeggende: Ken den Heere; want zij zullen Mij allen kennen van den kleine onder hen tot den grote onder hen. - deze tekst staat overigens ook in Jer 31:34 voor. 3x raden welk wordt er daar staat, jawel, stamgenoot.
Opvallend is de combinatie broeder-naaste, maar ook het vervolg: “….want zij zullen Mij allen kennen, van den kleine tot den grote onder hen”. Allen slaat taalkundig gezien terug op naaste en broeder in de vorige tekst. Hiermee ben ik wederom geneigd om te concluderen dat de naaste per definitie een medegelovige is.
Blijft wel staan dat je je vijand lief moethebben en goed moet zijn voor de vreemdeling. Dus het kan niet zo zijn dat je mensen willens en wetens om niet te lijf gaat.
Overigens Yeshua zegt: "Heb je vijanden lief", maar Yeshua zegt ook:"Koop een zwaard!" (Lu 22:36). Een zwaard koop je niet om aardappels mee te schillen.
quote:
Ook komt dan het hogere niveau erbij: iedereen daalt af van zijn hoge positie af naar de vloekstad Jericho, omdat wij allen zondigen en daarmee vervloekt zijn. Onderweg komen wij de Priester tegen, de Leviet, maar zij kunnen ons niet beschermen tegen die straf. Nu komt de naaste, De Here Jezus en redt ons.
Ik dacht dat Jericho reeds overwonnen was?