quote:
Theodoor schreef op 31 december 2005 om 18:08:Elle schreefIk ben het niet met je eens: ook al eerder heeft Paulus het in deze brief over gemeenteleden die onderdeel van het lichaam van Christus zijn, bijvoorbeeld in
hoofdstuk 6.
15 Weet u niet dat uw lichaam
een deel is van het lichaam van Christus?(bold door P&A)
Theodoor reageertZoals jezelf ook aangeeft gaat het hier over het lichamelijk leven en het rein bewaren van het lichaam. Dat is de eerste stap voor het interpreteteren van deze tekst.
Volgens mij staat in het gequote gedeelte dat we
een deel zijn van het lichaam van Christus. En dat is wat anders dan deel
hebben aan het lichaam van Christus. Dat is hier in dit hoofdstuk niet aan de orde: het gaat hier nl ook niet over het Avondmaal, waar bij je door het eten van het broood aangeeft deel te hebben aan het offer van Christus. Zijn lichaam is voor mij verbroken.
quote:
De tweede stap is te beseffen dat we, ieder persoonlijk, één zijn met het lichaam van Christus omdat we met hem gestorven en opgestaan zijn.
En dit is dus wat mij betreft het verkeerde accent dat jij legt.
Wat hebben we eraan om deel te hebben aan het letterlijke/vleselijke lichaam van Christus? Wij kennen Hem niet niet meer naar het vlees. Het gaat er niet letterlijk om deel te hebben aan Zijn verbroken
lichaam, maar om deel te hebben aan het
offer wat Hij bracht. En dan is dat Zijn leven dat Hij heeft gegeven, waarbij zijn lichaam is verboken en Zijn bloed heeft gevloeid.
Wij zijn één met Christus - mi.i.
niet door letterlijk Zijn lichaam te eten, maar door Hem in ons hart te hebben omdat we Zijn offer hebben aanvaard. En Hij woont in ons door de Heilige Geest en zo hebben we deel aan Hem.
Anders zouden mensen die nooit het Avondmaal vieren, geen deel aan Hem hebben?

Het Avondmaal is geen voorwaarde tot behoud, door deze interpretatie zou je dat wel zo kunnen gaan denken. En moet je zoveel mogelijk het Avondmaal vieren. Bij wijze van spreken.

quote:
Wat wij gewend zijn, is dan onmiddelijk het lichaam van Christus in te vullen als gemeente Gods. Toch geloof ik niet dat Paulus dat hier bedoeld. Het gaat volgens mij hier opnieuw om de oproep tot besef wat het betekent om één te zijn met Christus. Hoe intiem verbonden we zijn met Christus en zijn lichaam dat voor ons verbroken is, gestorven is en weer opgestaan is.
In 1kor 6:15b, verwijst Paulus naar zichzelf, hij spreekt in de ik vorm en hij ziet zichzelf zoals hij ook de gemeente voor houdt in eenheid met het lichaam van Christus en laat zien wat de gevolgen hiervan is in zijn schrijven alhier.
"Zou ik dan van de delen van zijn lichaam de lichaamsdelen van een hoer maken? Dat nooit! "
Heeft hij het over de gemeente hier? Ik geloof van niet, want in de hele context heeft hij het steeds over lichamelijke zonde. Hou zou Paulus gemeente leden kunnen nemen en ze tot lichaamsdelen van een hoer maken? Dat lijkt me een vreemde manier van praten en buiten Paulus macht omgaan. Veel logischer is het als Paulus het hier, zoals ik geloof, heeft over zijn eigen lichaam dat hij verbonden ziet met het lichaam van Christus.
Even het stukje erbij pakken om te zien wat je bedoelt:
1 Kor. 6:
vers 13... Maar het lichaam is niet voor de hoererij, doch voor de Here, en de Here voor het lichaam.
Ik denk dat Hij hier de afzonderlijke gelovige bedoelt die nog een lichaam heeft hier - logischerwijs.
En zo is ons lichaam voor de Here. Vergelijk Paulus in Rom 12,1 Ik vermaan u dan, broeders, ... dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst.
vers 14 God heeft niet alleen de Here opgewekt, maar zal ook ons opwekken door zijn kracht.
Omdat we de Heer toebehoren, zal ons lichaam ook eens worden opgewekt; we hebben hetzelfde leven nu al, en zullen in de toekomst geheel gelijkvormig zijn aan Hem - ook wat betreft ons lichaam. vers 15 Weet gij niet, dat uw lichamen leden van Christus zijn? Zal ik dan leden van Christus wegnemen om er leden ener hoer van te maken? Volstrekt niet!
Wij zijn leden van Hem - hier wordt het meervoud gebruikt en Paulus geeft aan dat de gelovigen, ook qua lichaam, leden van Christus zijn.
Hoe zie jij hier Paulus persoonlijk in?
Hij zegt hier mi.i. dat als gelovigen hoererij bedrijven, zij zich los maken van Christus - omdat je niet én aan Christus, én aan een hoer kan toebehoren. De hoererij is een zonde die niet buiten je lichaam (dat van de Heer is) wordt bedreven. Zie ook de hierop volgende tekst:vers 16 Of weet gij niet, dat wie zich aan een hoer hecht, één lichaam (met haar) is? Want, zegt Hij, die twee zullen tot één vlees zijn. 17 Maar die zich aan de Here hecht, is één geest (met Hem).
quote:
Er is maar één lichaam van Christus en één betekenis van het lichaam van Christus, waar de kerk al (en dat gebeurt alleen in efeze) het lichaam van Christus genoemd wordt
Dat zeg je heel stellig, maar toch staat dat ook duidelijk in 1 Kor. en ook dan bijv. die tekst uit Hst. 12: 27 Gij nu zijt het lichaam van Christus en ieder voor zijn deel leden..
quote:
is er een grote mate van eenheid, zoals God het bedoeld heeft met het daadwerklijke lichaam van Christus, is er zo'n grote afstraling van Gods heerlijkheid, dat Paulus de kerk ook aanduidt als lichaam van Christus (en in efeze ligt dan meer de nadruk op het opstandingslichaam van Jezus).
Je citeert hier een uitdrukking uit Collosenzen, die op de Here Jezus slaat. Waar zie je die grote afstraling van Gods heerlijkheid genoemd in verband met de gemeente?
quote:
Wat Paulus niet doet is zomaar elke gemeente Gods het lichaam van Christus te noemen. Zeker niet de kerk van Korinte. Hij roept wel op tot eenheid, eenheid die gevonden kan worden in en alleen in het Lichaam van Christus.
Niet zomaar, alleen de ware gelovigen horen bij het lichaam en vormen de gemeente. En Paulus roept ieder lid van de gemeente, die belijdt erbij te horen, zich er dan ook naar te gedragen. Dan zijn er geen scheuringen als ieder dat besef laat doordringen.
Er IS éénheid, al praktiseren de korinthiers dat niet. Daarom is zo erg dat ze het lichaam van Christus - de gemeente - verdelen. Het lichaam is namelijk een eenheid en wij zijn leden t.ov. elkander - aan elkaar verbonden. Wat wil je, we hebben allemaal de Geest ontvangen als gelovigen en daarom is er een eenheid:
1 Kor. 12
12 Want gelijk het lichaam één is en vele leden heeft, en al de leden van het lichaam, hoe vele ook, één lichaam vormen, zo ook Christus; 13 want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met één Geest gedrenkt.
quote:
Ik meen dat door te snel invullen van 'lichaam van Christus is gemeente van God' de rijkdom van de betekenis van het gebroken lichaam van Christus aan het kruis onder gesneeuwd is en mensen niet meer na denken over wat die lichamelijke dood van Jezus nu voor waarde heeft voor hen. Zoals je gelezen hebt opent dat nog wat prachtige bijbelse beloftes op genezing, welzijn en een lang leven.
We zijn toch niet letterlijk een stukje van Jezus letterlijke lichaam dat is verbroken. Zoals ik hierboven ook al aangaf.
De beloftes die je opnoemt lijken me meer de OT-beloften voor Israel: als ze de geboden van Jaweh zouden bewaren, zouden ze voorspoed hebben in het land en een lang leven hebben. De Christen wordt geen kalme reis beloofd en we zullen verdrukkingen moeten ondergaan voor Zijn Naam. Bijvoorbeeld. Iets andere koek.

quote:
Tot nu toe zie ik veel te veel mensen die het hier zonder moeten doen.
We gunnen mensen idd iets moois op aarde; alleen ziet God de dingen anders en zien we nu nog door een spiegel en blijven veel dingen een raadsel. Maar God ziet het als een lichte last der verdrukking die niet in verhouding staat tot de heerlijkheid die Hij ons geeft als we bij Hem zullen zijn. (Zie Rom. 8 )
quote:
Ik wens iedereen dan ook toe dat 2006 het jaar mag zijn dat ieder meer van de rijke beloftes van God door Christus werk mag ontvangen. Meer mag begrijpen van wat Jezus door zijn lichamelijke dood voor ons heeft bewerkstelligd.