Paulus vertelt hier aan het slot van zijn brief over zijn reisplannen. Hij legt uit waarom hij tot nu toe niet naar Rome heeft kunnen komen. Hij reisde de hele wereld af om overal te vertellen dat Jezus Christus de Zoon van God, die uit de dood is opgestaan, door wie alle volken uit de hele wereld bij de enige echte God, de God van Israël, thuis kunnen komen, als Gods Kinderen nota bene.
Het was Paulus' missie om deze boodschap niet zozeer aan de mensen van het volk Israël zelf bekend te maken, maar aan alle andere volken - voor zover mogelijk.
Hij zag in zijn eigen werk profetieën uit het OT in vervulling gaan. Hij mocht waar maken wat onder andere Jesaja al aangekondigd had. In het slot van Jesaja blijkt een aantal keer dat God in zijn knecht alle volken op het oog had. Paulus citeert hier uit Jesaja 52, vers 15. Zo zag hij zijn werk, als vervulling van deze profetie: mensen die van niets weten, die de God van Israël niet kennen, de schepper van hemel en aarde, die zullen hem leren kennen, hem zelfs zien. Ze hebben niet eerder over hem gehoord, maar ze zullen het begrijpen.
Daar was Paulus zo druk mee - hij reisde het hele romeinse rijk door - dat hij geen tijd had gehad tot nu toe om naar Rome te komen.