Cruciaal voor het christelijk geloof t.a.v. God en mens zijn de triniteitsleer en de scheppingsleer.
De triniteitsleer betekent dat God als de Drieënige (Vader, Zoon, Geest) volmaakt leven heeft in zichzelf en genoeg heeft aan zichzelf.
De scheppingsleer houdt in dat God uit vrije wil ervoor gekozen heeft om een wereld te scheppen die Hij liefheeft en verzorgt.
De schepping en de mens vloeien dus niet uit Gods wezen voort of zijn ingebed in Gods wezen: schepselen zijn van God afhankelijk, maar hebben een eigen, relatief zelfstandig bestaan.
Op allerlei manieren, ook heel intieme manieren, wil God met mensen omgaan, maar daarbij blijft de eigenheid van God en mens bewaard.
Evenals God een vrije wil heeft, heeft ook de mens een vrije wil (al is die beperkt omdat wij maar zo weinig van de wereld overzien, zoals in een citaat van andries werd gesteld).