quote:
Pier schreef op 23 augustus 2004 om 15:20:[...]
Mee eens, en als één van deze 3 ontbreekt, ben ik niet meer die ik was. Maar van God bestaat wél het idee dat Hij een deel van Zichzelf naar deze wereld stuurde om daarna Zichzelf te straffen.
Jezus legde zijn heerlijkheid af, maar Hij heeft nooit zijn Godheid afgelegd......
Zelfs toen Hij aan het kruis hing, was Hij God. En Hij had als God
af kunnen komen van het kruis, maar Hij deed het niet. Uit liefde voor de zondige wereld.
Maar ja, wij kunnen niet snappen met ons menselijk verstandje, dat Hij God
en Mens was.
Dus de eenheid is nooit opgeheven.
Dat Jezus in de schoot van de Vader is, moet je ook niet
letterlijk als 'schoot' opvatten... Hij geeft aan dat er een innige eenheid bestaat tussen de Vader en de Zoon. Vandaar dat Jezus ook hier op aarde kan zeggen:
Ik en de Vader ZIJN 1.quote:
Maar wat zegt Paulus:
Hebreeën 1: 1 Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, 2 heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon, die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft.
En met God, doelt Paulus op de God van het Oude Testament, die 1 is. En een erfgenaam is toch niet dezelfde als degene die doet erven? Want als de Zoon een deel van God is, dan was alles toch al van de Zoon?
Als God de Zoon, is Hij de erfgenaam van God de Vader.......
Hij heeft Zichzelf openbaar gemaakt in de Zoon.
Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.
Want God bewoont een ontoegankelijk licht, en als Jezus Hem niet had 'verklaard' als de 'afdruk van het wezen van God....(hebr. 1).'...dan had niemand geweten Wie God werkelijk is.
Maar het is een onbegrijpelijk iets voor ons mensen... Sommige dingen moet je geloven als een kind, in vetrouwen aanvaarden dat het zo is.
Jezus is degene door Wie de wereld is geschapen.
In den beginne was het Woord, en het Woord was BIJ God, en het Woord WAS God.Hier is duidelijk dat God bestaat uit
onderscheiden personen. En dat Woord, (dat BIJ God -de Vader- is,
en God -de Zoon- IS) is vlees geworden en heeft onder ons gewoond: de Here Jezus....
Zoals ik gisteren las hierover:
quote:
Joh. 1: 1
1 In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.
De beginwoorden van Johannes 1 vers 1, voeren ons terug naar een ogenblik
zo lang geleden dat ons verstand het zich niet kan indenken: het ogenblik dat het eerste ding begon dat ooit een begin had;
voor dat ogenblik was daar alleen GOD.
Op dat ogenblik van "het begin" "was" het Woord, d.w.z. Hij bestond. Hij begon toen niet. Hij bestond toen. Zijn
eeuwige Zijn wordt verkondigd, en we worden teruggevoerd tot voor de beginwoorden van Genesis 1.
Verder was Hij "bij God". Wij zien dus nu, dat Hij op dat ogenblik, zo lang geleden, een onderscheiden Persoon was. Het Woord is niet een titel van de Godheid in algemene zin, zonder een bijzonder onderscheid te maken, want dat Hij "bij God" was, verklaart ons zo duidelijk mogelijk dat Hij een bijzonder onderscheiden plaats innnam.
"Als dit zo is"; is nu het redenerend verstand geneigd te betogen, "kunnen we niet van het Woord spreken als van God, in de volle eigenlijke betekenis; ook al is Hij niet bepaald een schepsel omdat Hij al bestond voor de schepping".
Zulk geredeneer wordt zonder meer weerlegd door de laatste woorden van vers 1: "hett Woord was God."
Hij was
waarachtig God. Er zijn pogingen gedaan om de kracht van deze zo belangrijke verklaring te verzwakken en te vertalen: "Het Woord was Goddelijk", of "het Woord was een god"; dit baseert men dan op de weglating van het bepaalde lidwoord: d.w.z., er staat niet: "Het Woord was
de God". Maar mensen die Grieks kennen vertellen ons dat er in die taal geen onbepaald lidwoord bestaat, en het Woord vertaald "God" heeft grote betekenis en duidt aan: de Godheid zelf, en, absolute Godheid.
Had er gestaan dat het Woord de God was, dan zou dit de Godheid beperkt hebben tot het Woord en de andere Personen van de Godheid daarvan hebben uitgesloten.
De woorden zijn met Goddelijke naukeurigheid gekozen: Het Woord was waarlijk en volkomen God.
quote:
Johannes 1 : 2
2 Dit was in den beginne bij God.
Dan voert vers 2 ons terg tot de eerste en de tweede verklaring van vers 1. Deze onderscheiden Persoon, die het Woord kenmerkt, is niet iets dat Hij op een of ander later tijdstip heeft aangenomen. Hij is een
eeuwige Persoon.
In het begin was Hij "bij God"., want deze onderscheiding van de Persoon behoort juist tot het wezen van de Godheid.
Er zijn ons nu dus vier dingen meegedeeld over het Woord:
1. Zijn eeuwig Wezen.
2. Zijn onderscheiden Persoon.
3. Zijn waarachtige Godheid.
4. Zijn eeuwige Persoon.
Wat we verder nog mogen leren omtrent het Woord, deze vier dingen moeten ons wel er toe brengen dat we ons in nederige aanbidding neerbuigen.
quote:
Johannes 1 : 3
3 Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is.
Hierna lezen de vijfde waarheid: Hij is de
Schepper en
Oorsprong, en dat in de ruimste zin. We lezen nu van de dingen die gemaakt zijn, d.w.z., die
ontstaan zijn. In vers 1 en 2 wordt een ander woord gebruikt. Het Woord
ontstond niet: Hij
was, want Zijn Wezen was eeuwig. Maar Hij gaf aan alles wat ontstaan is het aanzijn, want Hij heeft "alle dingen" geschapen.
Om niet de minste ruimte te laten voor dwaling, wordt hierop in het tweede deel van het vers de nadruk gelegd. De taal is opmerkelijk met het oog op de 'ten onrechte zogenoemde wetenschap' die overal zo populair is en alles tracht verklaren "zonder Hem".
Maar in werkelijkheid kan Hij niet buiten beschouwing gelaten worden. Van al die ontelbare dingen waaraan in het begin het aanzijn werd ggeven, onstond er niet 1 zonder Hem.
quote:
Johannes 1: 4
4 In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen;
In vers 4 vinden we het zede belangrijke feit. Het Woord heeft
leven in Zichzelf.
Het leven dat in Hem is heeft Hij niet verkregen, maar Hij bezit het in de oorsprong en in Zichzelf.
Voegen we dit bij al het voorafgaande, dan zien we hoe volkomen juist de Godheid van het Woord verklaard en in bescherming genomen wordt. De gebruikte woorden zijn uiterst beknopt en eenvoudig; ze zijn geladen met een Goddelijke betekenis.
quote:
Johannes 8
58 Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Eer Abraham was, ben Ik.
Op een zeker oment "werd" Abraham. Het hier gebruikte werkwoord is hetzelfde als in hoofdstuk 1: 14, waar we lezen dat 'het Woord is vlees geworden'.
Het werkwoord dat hier vertaald is door 'ben', (ben ik..) duidt echter een blijvend bestaan aan, zoals het ook gebruikt is in hoofdstuk 1: 18, de Zoon
is in de schoot van de Vader.
Hetzelfde werkwoord wordt in de verleden tijd gebruikt als er gesproken wordt over het Woord in de voorbije eeuwigheid in hoofdstuk 1: 1 en 2 (Hierboven besproken)
De Here Jezus zegt hier in hoofdstuk 8 dus eigenlijk:
Voor Abraham werd geboren, of begon te leven, BEN IK van eeuwigheid.Toen de Joden dit hoorden, wilden ze Hem stenigen. En als het niet de zuivere waarheid was geweest, zouden ze gelijk gehad hebben.
- Ik ging hier even uitgebreid op in, omdat je 'bewijs' wilde vanuit het NT, dat Jezus de God van het OT is.- Hij is de IK BEN DIE IK BEN.
Ook hiermee in overeenstemming zijn de woorden van Johannes de Doper:
Joh 1,
15 Johannes heeft van Hem getuigd en heeft geroepen, zeggende: Deze was het, van wie ik zeide: Die na mij komt, is vóór mij geweest, want Hij was eer dan ik. ....
30 Deze is het, van wie ik zeide: Na mij komt een man, die vóór mij geweest is, want Hij was eer dan ik.quote:
Paulus ziet de Here Jezus dus als afzonderlijk, als de Zoon van de God van het Oude Testament. En hij houdt daarmee: er is maar 1 God en die God is 1, recht overeind.
Ik denk dat het anders is; volgens mij sluit het 'erfgenaam zijn' en het 'woord zijn waardoor de schepping heeft plaatsgevonden', niet uit, dat de eenheid overeind blijft.
Het is niet met elkaar in tegenspraak.