Wat heel duidelijk uit het verhaal van 1 Samuel 28 naar voren komt is dat Saul zijn heil zoekt in het contact met waarzeggende geesten en niet bij de HERE. En dat is nu juist wat God niet wil. Wij moeten niet ons vertrouwen op andere 'goden' stellen. We moeten het enkel en alleen van Hem verwachten. God ziet het - als we dat wel doen - als overspel. Zo 'jaloers' is Hij.
Maar dat niet alleen. God weet dat we dan volledig de deur openzetten voor satan en zijn gevallen engelen. We geven satan als het ware alle ruimte. God wil ons daartegen waarschuwen en beschermen.
Het is overigens een teken van de tijd waarin we leven, al die aandacht voor het occulte. Ik wil wijzen op een aantal Schriftgedeelten, die hiermee verband houden. Onze tijd lijkt op de tijd van Noach, en ook op de tijd van Lot in Sodom en Gomorra:
Jezus zei tegen zijn discipelen:
Luk 17
26 En gelijk het geschiedde in de dagen van Noach, zó zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen: 27 zij aten, zij dronken, zij huwden, en zij werden ten huwelijk genomen tot op de dag, waarop Noach in de ark ging en de zondvloed kwam en allen verdelgde. 28 Op dezelfde wijze als het geschiedde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden. 29 Maar op de dag, waarop Lot uit Sodom ging, regende vuur en zwavel van de hemel en verdelgde hen allen. 30 Op dezelfde wijze zal het gaan op de dag, waarop de Zoon des mensen geopenbaard wordt.
Petrus haalt dit ook aan in zijn 2e brief. Zowel Noach als Lot en hij legt er nog wat bij uit:
2 Petr 2
4 Want indien God engelen, die gezondigd hadden, niet gespaard heeft, maar hen, door hen in de afgrond te werpen, aan krochten der duisternis heeft overgegeven om hen tot het oordeel te bewaren; 5 en de wereld van de voortijd niet gespaard heeft, maar Noach, de prediker der gerechtigheid, met zeven anderen bewaard heeft, toen Hij de zondvloed over de wereld der goddelozen bracht; 6 en de steden Sodom en Gomorra tot as verbrand, tot omkering gedoemd en ten voorbeeld gesteld heeft voor hen, die goddeloos zouden leven, 7 maar de rechtvaardige Lot, die zwaar te lijden had onder de losbandige wandel dier zedelozen, heeft behouden 8 – want deze rechtvaardige heeft, onder hen wonende, dag aan dag zijn rechtvaardige ziel gekweld door het zien en horen van hun tegen alle wet ingaande werken – 9 dan weet de Here de godvruchtigen uit de verzoeking te verlossen en de onrechtvaardigen te bewaren om hen op de dag des oordeels te straffen, 10 vooral hen, die, begerig naar onreinheid, het vlees volgen en (hemelse) heerschappij verachten.
Wie zijn die engelen die gezondigd hebben? In Gen 6 lezen we over zonen Gods:
Gen 6
1 Toen de mensen zich op de aarde begonnen te vermenigvuldigen en hun dochters geboren werden, 2 zagen de zonen Gods, dat de dochters der mensen schoon waren, en zij namen zich daaruit vrouwen, wie zij maar verkozen. 3 En de HERE zeide: Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven, nu zij zich misgaan hebben; hij is vlees; zijn dagen zullen honderd twintig jaar zijn. 4 De reuzen waren in die dagen op de aarde, en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen, en zij hun (kinderen) baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, mannen van naam.
De 'zonen Gods' komen we in het OT ook tegen in Job:
Job 1
6 Op zekere dag nu kwamen de zonen Gods om zich voor de HERE te stellen, en onder hen kwam ook de satan.
Zonen Gods zijn dus: engelen, althans in het OT. In Gen 6 gaat het dan om gevallen engelen. Ze namen lichamelijke vorm aan:
Brief van Judas:
6 en dat Hij engelen, die aan hun oorsprong ontrouw werden en hun eigen woning verlieten, voor het oordeel van de grote dag met eeuwige banden onder donkerheid heeft bewaard gehouden; 7 zoals Sodom en Gomorra en de steden in hun nabijheid, die op gelijke wijze als genen haar hoererij hebben botgevierd en ander vlees achternagelopen zijn, daar liggen als voorbeeld, onder een straf van eeuwig vuur.
Ook hier weer: engelen, die ontrouw werden en ook de vermelding van Sodom en Gomorra. Het valt op dat Judas voor zijn waarschuwingen net als Petrus verwijst naar gevallen engelen en Sodom en Gomorra. Beide hadden dezelfde bron: Jezus. Deze engelen verlieten hun eigen woning. Dat kan heel goed uitgelegd worden, als dat ze hun geestelijke 'woning' verruilden voor een lichamelijke woning: een lichaam. Ze verschenen als mannen. Net zoals de goede engelen in Sodom en Gomorra. Ook Hebreeen vermeld dat engelen verschijnen als gewone mensen:
Heb 13
2 Vergeet de herbergzaamheid niet, want daardoor hebben sommigen, zonder het te weten, engelen geherbergd.
De gevallen engelen namen vrouwen uit de dochters der mensen, wie zij maar verkozen. Dat klinkt in ieder geval niet alsof het uit liefde ging. Deze vermenging kon God niet toestaan.
Gen 6
5 Toen de HERE zag, dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was, 6 berouwde het de HERE, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart. 7 En de HERE zeide: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb. 8 Maar Noach vond genade in de ogen des HEREN.
Dus daarom moest God de aarde met al wat erop leefde vernietigen. Er was vermenging tussen gevallen engelen, die een lichaam hadden aangenomen, en mensen. De mensen lieten zich letterlijk in met gevallen engelen, demonen.
En dat zien we nu in deze tijd weer! Al die aandacht voor het occulte, new age, hekserij etc. Het lijkt erop dat satan de mensheid aan het voorbereiden is.... Voor de zoon des verderfs:
2 Thes 2
3 Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, 4 de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is.
9 Daarentegen is diens komst (die van de zoon des verderfs) naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen, 10 en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden.
Mensen, laat je er niet mee in!