Behalve de aarde heeft ook de hemel een vergelijkbare, onbeschreven, ontwikkeling doorgemaakt tijdens de scheppingsdagen. Tijdens de scheppingsdagen werd de aarde ‘versierd’. Dat geldt waarschijnlijk ook voor de hemel. Hieruit is te concluderen dat er in de geestelijke wereld minstens zo’n grote diversiteit is als in de stoffelijke. Er zijn Cherubijnen en Serafijnen, engelen als Michaël en Gabriël, elk met verschillende diensten en vaardigheden. Naast de stoffelijke is er dus een complete geestelijke wereld. Die twee werelden zijn ook op elkaar betrokken. Het is één schepping en er komt openbaring van de geestelijke wereld naar de stoffelijke wereld. Die openbaring is een wonder. Een mens kan immers zelf de kloof tussen de twee werelden niet overbruggen. Als je dat wel probeert kan je ten prooi vallen aan geesten die je zelf hebt opgeroepen. Engelen brengen deze openbaring over en hebben zo waarde voor het religieuze leven. Maar dit is niet de oorspronkelijke dienst van de engelen. Het is buitengewone dienst, een dienst die pas na de zondeval geactiveerd werd. Voorbeelden daarvan zijn de Cherubijnen die de hof bewaakten, engelen die Gods raad uitlegden, engelen die Jezus dienden nadat hij verzocht was in de woestijn.
Maar wat is dan de gewone dienst? Dat is het loven van God. Het waken over de gelovigen, het begeleiden van de gemeente. Hoe dat precies gebeurt, weten we niet. De bijbel is daarover niet expliciet. Maar dat het gebeurt is boven alle twijfel verheven. Engelen spiegelen ons daarnaast een andere, betere wereld voor, waar God volmaakt gediend wordt. Ze prikkelen ons om daarna uit te zien, sporen ons aan en zijn ons tot voorbeeld om de mens op zijn einddoel aan te laten komen.