Beste HenkG,
Je schreef: ‘De zonde in de aangehaalde tekst is heel duidelijk het niet erkennen van Jezus als Gods Gezalfde (=Christus) Zoon die mens geworden is om voor ons de last van de zonde te dragen en de dood in te jagen, om ons vervolgens door Zijn Geest te vervullen met het nieuwe opstandingsleven’.
--------------------------------------------------------------------------------------------------
Antwoord: Om het wezen van de antichristus te verstaan, moeten eigenlijk alle teksten bestudeerd worden, waarin de antichristus genoemd wordt. Ik denk daarom, dat het niet zo eenvoudig is, als je voorstelt, Henk. Er is veel meer aan de hand met de antichristus. Meestal wordt hij gezien als een eindtijdfiguur, maar dat is hij beslist niet.In de gemeente waaraan Johannes schreef, waren er zelfs al vele (zie 1.2.18). Waren dat dan ongelovigen in de gewone zin des woords? Dat denk ik niet, want alleen het feit, dat zij uit de gemeente weggingen, was het échte bewijs, dat zij antichristen waren. Overigens waren het dus vrijwel zeker meelevende gemeenteleden. Misschien stonden zij wel in het ambt, of bedienden zij zelfs het Woord. Maar dríe dingen geloofden zij persé niet. Allereerst geloofden zij inderdaad niet, dat Jezus de Christus was. Ten tweede loochende zij echter óók de Vader. Jezus had immers gezegd, dat Hij en de Vader één waren. Een ieder die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet (1.2.22 en 23). Maar er is ook nog een derde punt. In 4.2-5 staat: Hieraan onderkent gij de Geest Gods: Iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God (en let nu goed op), en iedere geest die Jezus niet belijdt, is niet uit God’. Nú liet Johannes de Christusnaam achterwege! Dat kan niet zonder betekenis zijn. Heeft hij soms bedoeld dat wie niet belijdt, dat Gods Geest in ieder mens vlees geworden is, ook niet uit God? Jezus wás immers, qua schepsel, een mens zoals wij! Hij wordt wel meer dan twintig keer ‘mens’ genoemd. In Joh.8.40 zei Hij zélf tegen de Joden, die Hem wilden doden:’…..maar nu tracht gij Mij te doden, een MENS, die u de waarheid gezegd heeft’. Mogen wij geloven, dat als de bijbel het over een mens heeft, ook werkelijk een mens bedoeld wordt? Tot slot: In 1.4.4 staat: ‘…want Hij die IN u is, is meerder dan die in de wereld is’. Is dat niet het bewijs, dat bij Johannes óók gaat om het geloof in de innerlijke Christus? Hij bedoelde dus, dat wie niet gelooft, dat Christus in de mens hem woont, ten diepste ook een antichrist is.
Piet Strootman