Het volgende citaat komt uit het interview met prof. George Harinck, historicus (nog bedankt voor de tip Jan W, het is dus inderdaad gelukt!)
quote:
Het is een karikatuur, zegt Harinck, alsof gereformeerden in die tijd alleen maar bij gereformeerde winkeliers kochten en niet naar de VARA luisterden. En het is ook niet waar dat de verzuiling het volk verdeeld hield. ,,In dezelfde periode kwam ook een sterk nationaal gevoel op. Iedereen deelde daarin. Er waren geen tweederangs burgers meer, zoals gereformeerden en rooms-katholieken lange tijd waren geweest. Zij werden geëmancipeerd en opgenomen in een groter verband.''
We stellen vanuit onze moderne tijd verkeerde vragen aan de maatschappij van toen, vindt Harinck. Hij heeft sympathie voor de christelijk-conservatieve Edmund Burke Stichting. ,,Wij vinden dat een samenleving dynamisch moet zijn. In onze tijd is iedereen op drift. Mensen voelen zich onveilig. De vooroorlogse maatschappij was misschien statischer, maar ook veiliger. Zat daar niet iets goeds in?.''
U wilt een positiever beeld van de verzuiling. Zegt u daarmee ook iets over de vrijgemaakt-gereformeerden, als een van de laatst overgebleven zuilen?
,,Ik vind vrijgemaakten vaak erg negatief over hun verleden. Van Kuyper willen we niets meer weten. Geert Mak en Agnes Amelink, die doen het goed. Dat zijn ook mooie boeken. Ze voeden een zekere nostalgie. Maar kan het gereformeerde boek daarmee dicht?''
Het is, nu de strakke kaders zijn weggevallen, een fase waar de vrijgemaakten doorheen moeten, denkt Harinck. Tegelijk waarschuwt hij tegen de ,,a-historische gedachte'', dat ,,wij het beter doen dan de vorige generatie''. ,,Ik geloof niet in vooruitgang, cultureel en geestelijk gezien. Wij hanteren onze overtuiging niet beter, onze wereld is niet rechtvaardiger. We zeggen nu bijvoorbeeld dat we beter omgaan met verschillen. Stel dat dat waar is. Tegelijk laat je dan op andere terreinen iets vallen. Misschien gaan we niet beter met verschillen om; we praten er alleen niet meer over. Alsof de verschillen er niet toe doen. En dat is nog maar de vraag. Zo los je niets op.''
In vogelvlucht zet Harinck de voorbije zestig jaar van de vrijgemaakt-gereformeerden in historisch verband. Kuyper verbouwde de samenleving via een bolwerk van organisaties. ,,Hij had succes: je kon in Nederland niet om zijn christelijke vakbond, zijn politieke partij, zijn krant heen. Na hem werd Schilder zich als eerste gereformeerde theoloog bewust van de secularisatie. Maar hij hield vast aan de cultuuropdracht in de samenleving. Hij paste het kuyperiaanse model aan. Dat was helemaal gefundeerd op de organisaties. De kerk was uitgehold, vond Schilder. Daar werd het evangelie verkondigd, maar wilde je dat toepassen in de samenleving, dan moest je bij de ARP, het CNV, De Standaard zijn. Schilder zei: Als de kerk niet de vuurhaard is, red je het niet. Vandaar dat de vrijgemaakten al hun kaarten op de kerk hebben gezet. De organisaties werden ondergeschikt aan de kerk, niet andersom.
Nu staan wij bij de brokstukken van het standpunt van Schilder. De kerk als vuurhaard is nooit goed gaan branden. De vrijgemaakten hebben nooit invloed, nooit wervende kracht in de samenleving gehad. Nu voelt de kerkelijke begrenzing als een beklemming. Wat komt ervoor in de plaats? Voorlopig niets.''
Politiek vinden kerkmensen niet meer zo belangrijk; de samenleving raakt buiten beeld. Maar ze zijn wel enthousiast om anderen voor Christus te winnen.
,,Ja, dat is ook een sterke trek in de geschiedenis van het christendom: getuige zijn. Kuyper en Schilder bestreden juist dat het daar alleen op aankwam. Maar veel mensen voelen zich daar vandaag goed bij. Ze zoeken een 'authentiek' geloof, praktisch, concreet, echt. Dat wordt ook gevoed door het enthousiasme voor de evangelische beweging, met zijn nadruk op het persoonlijk geloof, waar de gereformeerde traditie meer op de groep gericht is. En laten we eerlijk zijn: het christendom is ook begonnen als een beweging, niet als organisatie. Ik veroordeel die trek dus niet, maar hij is wel eenzijdig.''
Zou de samenleving dan nog op inbreng van kerkelijke organisaties zitten te wachten?
,,Misschien moet de kerk een heel ander soort organisatie worden. Veel concreter aanwezig in de directe omgeving. Nu is het kerkgebouw alleen open op zondag en doordeweeks voor vergaderingen van eigen mensen. Zó is het christendom in elk geval niet bedoeld: alleen voor de eigen achterban. Maak van de kerk een wijkcentrum, laagdrempelig, met allerlei sociale functies. Daar is behoefte aan, nu de verzorgingsstaat wegvalt.''
U wilt vrijgemaakt-gereformeerden corrigeren die zich erg afzetten tegen dat verleden. Daarnaast zijn er mensen die er juist aan willen vasthouden. Beide groepen hebben hun eigen beeld van het verleden, dat ze koesteren. Zit er wel iemand op uw werk, historisch onderzoek, te wachten?
,,Nee, maar dat is juist een van de functies van historisch onderzoek: vanzelfsprekendheden openbreken en ter discussie stellen. En tegelijk wat alom ter discussie wordt gesteld, weer eens bevestigen. Je moet ervan uitgaan dat mensen kunnen veranderen en bereid zijn zich te bezinnen. Dat gebeurt vaak niet, maar anders heeft je werk geen zin. Dan heeft ook een krant maken geen zin.''
(...)
Wordt uw werk alleen relevant voor de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) of ook daarbuiten?
,,Een van de dingen die ik graag in kaart zou willen brengen, is de rol van de vrijgemaakt-gereformeerden in de samenleving. Je kunt niet zeggen: Nederland is in hoog tempo geseculariseerd, alleen een klein groepje ging niet mee. Daar hebben de vrijgemaakten een rol in gespeeld. In 1944 zijn veel meelevende gereformeerden uit de Gereformeerde Kerken gegaan, veel ambtsdragers, zeg maar de ruggengraat van de kerk. Daardoor is de 'stille revolutie' in die kerken enorm versneld.
Maar die gezichtsbepalende groep heeft zich teruggetrokken in het bastion van de kerk. Ze hebben nooit invloed, nooit wervende kracht in de samenleving gehad. Ze wilden na de Tweede Wereldoorlog een nieuw begin maken. Dat streven zag je overal: de Doorbraak in de PvdA, de Hervormde Kerk, die zich als kerk voor heel het volk positioneerde. Ook de vrijgemaakten zetten het verleden opzij en wilden opnieuw beginnen, als zuivere kerk. Dat fascineert mij, die power in zo'n groep. Het ideaal is prachtig; ik begrijp dat ouderen de tranen in de ogen krijgen als ze het over die tijd hebben.
Welke kant gaat het nu op? Er is een wereld bezig te verdwijnen, maar wat betekent dat voor die wereld? Soms denk ik: het wordt nog veel erger. De ChristenUnie verdwijnt, het Nederlands Dagblad verdwijnt, er blijft niets van over. Net als de kerk uit Paulus' tijd in Klein-Azië. Tegelijk is de gereformeerde traditie ook heel taai. Een traditie van vijf eeuwen verdwijnt niet zomaar in dertig jaar.''
Sorry voor de lange lap tekst, maar het leek me toch wel relevant voor dit topic.
Als ik het goed begrijp, hebben we de maatschappelijke organisaties teveel gelijk getrokken met de kerkgrenzen, oftewel ondergeschikt gemaakt aan de kerk. Maar doordat de vuurhaard van de kerk nooit is gaan branden, zijn we onze maatschappelijke relevantie verloren. Dat zijn de 'brokstukken van het standpunt van Schilder'.
Reformanda beschuldigt ons ervan, dat we de maatschappelijke organisaties loskoppelen van de kerkgrenzen. Dan blijft toch de vraag of dit persé verkeerd is! Of begrijp ik het zo niet goed?