Misschien leuk om wat vergelijkingen te doen:
Bijv. psalm 8. Die is nog te overzien.

Eerst de psalm in zijn geheel. Ik begin bij de Statenvertaling, dan de NBG, dan de GNB, dan de NBV:
Statenvertaling1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Gitthith.
2 O HEERE, onze Heere! hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde!
Gij, die Uw majesteit gesteld hebt boven de hemelen.
3 Uit de mond der kinderkens en der zuigelingen
hebt Gij sterkte gegrondvest,
om Uwer tegenpartijen wil,
om den vijand en wraakgierige te doen ophouden.
4 Als ik Uw hemel aanzie, het werk Uwer vingeren,
de maan en de sterren, die Gij bereid hebt;
5 Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt,
en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt?
6 En hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen,
en hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond?
7 Gij doet hem heersen over de werken Uwer handen;
Gij hebt alles onder zijn voeten gezet;
8 Schapen en ossen, alle die;
ook mede de dieren des velds.
9 Het gevogelte des hemels, en de vissen der zee;
hetgeen de paden der zeeen doorwandelt.
10 O HEERE, onze Heere! hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde!
NBG1 Voor de koorleider. Op de Gittit. Een psalm van David.
2 O HERE, onze Here,
hoe heerlijk is uw naam op de ganse aarde,
Gij, die uw majesteit toont aan de hemel.
3 Uit de mond van kinderen en zuigelingen
hebt Gij sterkte gegrondvest, uw tegenstanders ten spijt,
om vijand en wraakgierige te doen verstommen.
4 Aanschouw ik uw hemel, het werk van uw vingers,
de maan en de sterren, die Gij bereid hebt:
5 wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt,
en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet?
6 Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt,
en hem met heerlijkheid en luister gekroond.
7 Gij doet hem heersen over de werken uwer handen,
alles hebt Gij onder zijn voeten gelegd:
8 schapen en runderen altegader
en ook de dieren des velds,
9 de vogelen des hemels en de vissen der zee,
hetgeen de paden der zeeën doorkruist.
10 O HERE, onze Here,
hoe heerlijk is uw naam op de ganse aarde.
De GNB (Groot Nieuws)1 Voor de voorzanger.
Op de wijs van het lied uit Gat.
Een psalm uit de bundel van David.
2 Heer, onze Heer,
hoe groot is uw naam
overal op aarde!
U die aan de hemel uw luister spreidt,
3 voor u is de stem van kinderen, van de allerkleinsten,
het bolwerk waarmee u vijanden stuit,
het wapen waarmee u hen doet zwijgen,
aan wraakzucht een einde maakt.
4 Als ik naar de hemel kijk,
het werk van uw vingers,
naar de maan en de sterren,
door u daar vastgezet,
5 dan denk ik:
Wat is toch de mens dat u om hem geeft,
wat betekent hij dat u voor hem zorgt?
6 U hebt hem weinig minder dan een god gemaakt,
hem met glorie en eer gekroond.
7 U laat hem heersen
over alles wat u gemaakt hebt,
alles hebt u aan zijn voeten gelegd:
8 de schapen en de runderen,
de wilde dieren op het land,
9 de vogels in de lucht en de vissen in de zee,
alles wat zich een weg zoekt door het water.
10 Heer, onze Heer,
hoe groot is uw naam
overal op aarde!
NBV1 Voor de koorleider. Op de wijs van De Gatitische. Een psalm van David.
2 HEER, onze Heer,
hoe machtig is uw naam
op heel de aarde.
U die aan de hemel uw luister toont –
3 met de stemmen van kinderen en zuigelingen
bouwt u een macht op tegen uw vijanden
om hun wraak en verzet te breken.
4 Zie ik de hemel, het werk van uw vingers,
de maan en de sterren door u daar bevestigd,
5 wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt,
het mensenkind dat u naar hem omziet?
6 U hebt hem bijna een god gemaakt,
hem gekroond met glans en glorie,
7 hem toevertrouwd het werk van uw handen
en alles aan zijn voeten gelegd:
8 schapen, geiten, al het vee,
en ook de dieren van het veld,
9 de vogels aan de hemel, de vissen in de zee
en alles wat trekt over de wegen der zeeën.
10 HEER, onze Heer,
hoe machtig is uw naam
op heel de aarde.
En dan nu vers voor vers in de volgorde St. Vert., NBG, GNB, NBV. Hierbij houdt ik om praktische redenen geen rekening met de oorspronkelijk vers layout. Af en toe geef ik wat commentaar.
1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Gitthith.
1 Voor de koorleider. Op de Gittit. Een psalm van David.
1 Voor de voorzanger. Op de wijs van het lied uit Gat. Een psalm uit de bundel van David.
1 Voor de koorleider. Op de wijs van De Gatitische. Een psalm van David.
2 O HEERE, onze Heere! hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde! Gij, die Uw majesteit gesteld hebt boven de hemelen.
2 O HERE, onze Here, hoe heerlijk is uw naam op de ganse aarde, Gij, die uw majesteit toont aan de hemel.
2 Heer, onze Heer, hoe groot is uw naam overal op aarde! U die aan de hemel uw luister spreidt,
2 HEER, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde. U die aan de hemel uw luister toont –
In vers 2 vind ik het opmerkelijk om te zien dat de St.Vert. het als enige vertaling heeft over Gods majesteit die gesteld is
boven de hemelen. Hier komt naar mijn mening beter het bijbelse wereldbeeld naar voren: God troont in de derde hemel (zie 2 Kor 12:2), boven de 2e (het heelal) en de 1e hemel (de atmosfeer).
3 Uit de mond der kinderkens en der zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest, om Uwer tegenpartijen wil, om den vijand en wraakgierige te doen ophouden.
3 Uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest, uw tegenstanders ten spijt, om vijand en wraakgierige te doen verstommen.
3 voor u is de stem van kinderen, van de allerkleinsten, het bolwerk waarmee u vijanden stuit, het wapen waarmee u hen doet zwijgen, aan wraakzucht een einde maakt.
3 met de stemmen van kinderen en zuigelingen bouwt u een macht op tegen uw vijanden om hun wraak en verzet te breken.
De GNB is het meest vrij hier, en kleurt het plaatje wat meer in dan de andere vertalingen.
4 Als ik Uw hemel aanzie, het werk Uwer vingeren, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt;
4 Aanschouw ik uw hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt:
4 Als ik naar de hemel kijk, het werk van uw vingers, naar de maan en de sterren, door u daar vastgezet,
4 Zie ik de hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren door u daar bevestigd,
Het verschil is hier: bereid hebben vs. vastgezet, bevestigd. Bereiden 'voelt' voor mij meer als het 'proces om te komen tot'. De andere vertalingen leggen voor mijn gevoel iets meer nadruk op het resultaat van dat proces. Dit komt op mij over dat in de oudere vertalingen het scheppen als werk van God is meer tot uitdrukking komt. Dat ligt ook meer in lijn met het 'werk van uw vingers'.
5 Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt?
5 wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet?
5 dan denk ik: Wat is toch de mens dat u om hem geeft, wat betekent hij dat u voor hem zorgt?
5 wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt, het mensenkind dat u naar hem omziet?
De St.Vert. is - voor zover ik dat kan beoordelen op basis van een uitleg van de grondtekst - hier het meest precies. Wel heeft de NBV niet ten onrechte het woord sterveling gebruikt.
De St. Vert. noemt 'zoon des mensen' (letterlijk zoon van Adam), zou dat niet een verwijzing kunnen zijn naar Jezus Christus (de 2e Adam), op de een of andere manier? Jazeker, kijk maar in Heb 2:6. Deze psalm heeft dus nog een extra verdieping, die in de andere vertalingen niet duidelijk wordt.
6 En hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen, en hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond?
6 Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond.
6 U hebt hem weinig minder dan een god gemaakt, hem met glorie en eer gekroond.
6 U hebt hem bijna een god gemaakt, hem gekroond met glans en glorie,
Engelen vs. goddelijk, god. Engelen worden ook wel zonen Gods genoemd in het OT. Afgezanten van God. Tja, het is ook hier een gevoelskwestie. Stel jezelf de vraag: wat vind je fijner om te horen? En wat zou dan juister zijn?
Zie ook hier Heb 2:6.
7 Gij doet hem heersen over de werken Uwer handen; Gij hebt alles onder zijn voeten gezet;
7 Gij doet hem heersen over de werken uwer handen, alles hebt Gij onder zijn voeten gelegd:
7 U laat hem heersen over alles wat u gemaakt hebt, alles hebt u aan zijn voeten gelegd:
7 hem toevertrouwd het werk van uw handen en alles aan zijn voeten gelegd:
Heersen vs. toevertrouwd. Tja, voelt best wel verschillend. Heersen benadrukt dat wij macht hebben gekregen om te onderwerpen. Toevertrouwd, dat spreekt meer van verantwoordelijkheid.
8 Schapen en ossen, alle die; ook mede de dieren des velds.
8 schapen en runderen altegader en ook de dieren des velds,
8 de schapen en de runderen, de wilde dieren op het land,
8 schapen, geiten, al het vee, en ook de dieren van het veld,
Ossen, runderen, vs. geiten?
9 Het gevogelte des hemels, en de vissen der zee; hetgeen de paden der zeeen doorwandelt.
9 de vogelen des hemels en de vissen der zee, hetgeen de paden der zeeën doorkruist.
9 de vogels in de lucht en de vissen in de zee, alles wat zich een weg zoekt door het water.
9 de vogels aan de hemel, de vissen in de zee en alles wat trekt over de wegen der zeeën.
10 O HEERE, onze Heere! hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde!
10 O HERE, onze Here, hoe heerlijk is uw naam op de ganse aarde.
10 Heer, onze Heer, hoe groot is uw naam overal op aarde!
10 HEER, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde.
Vanwege de heenwijzing naar de Christus, in vers 5 en 6, die ik in de andere vertalingen niet zo snel lees, geef ik de voorkeur aan de Statenvertaling.