Geachte dsWim en Knee,
Uw laatste bericht was:
Beste Piet, ik lees je topic inderdaad pas nu. Jezus is een eigennaam, ergens net als Piet. Christus is van het Griekse chrèstos, betekent gezalfde, en precies hetzelfde als het Hebreeuwse Masjiach: Messias. Omdat Jezus de Messias is kan Hij ook met Messias/Christus worden aangeduid. Met Christus Jezus bedoelt Paulus dus wel Jezus, maar hij zegt erbij de Jezus de Messias, dé Gezalfde met de Geest, is.
--------------------------------------------------------------------------------------------------
Intussen heeft Knee nog een zeer goede bijdrage geleverd aan onze discussie. Misschien gaat het meer om de terminologie die wij gebruiken of……..is er toch een belangrijk verschil? Is Jezus, de Messias, nu onze Redder, of is God onze Redder? Feit is, dat Paulus ons in 2 Kor.5.16 afraadde om geen Christus naar het vlees meer te kennen. Dus geen Messias! Het woord Messias komt ná het evangelie van Johannes nooit meer onvertaald voor in het N.T. zoals bijvoorbeeld het woord ‘amen’. De naam Christus kreeg vooral in het evangelie van Johannes en in het evangelie van Paulus een andere invulling. Zoals u wel gemerkt heb, lees ik de bijbel met de vooronderstelling dat de waarheid vaak ‘verborgen’ wordt. Heel vaak vraag ik mij af: Waaróm zegt de bijbel bepaalde dingen op een bepaalde manier? Zo staat er in Johannes 1.42b:’Wij hebben gevonden de Messias, wat BETEKENT: Christus. Vers 43 b echter, zegt:’Gij zijt Simon, de zoon van Johannes, gij zult heten Céfas, wat VERTAALD wordt met Petrus’. Is dit soms een ‘hint’, dat ‘Christus’ geen vertáling is van het woord messias, maar dat de betekenis veranderd is? Nu dan naar 4.24 en 25. Daar zegt Jezus tegen de Samaritaanse vrouw:’God is Geest, en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest en waarheid’. De vrouw antwoordt dan (en laten wij goed opletten):’Ik weet, dat de Messias komt, die Christus GENOEMD wordt; wanneer die komt, zal Hij ons alles verkondigen’. Zij IDENTIFICEERT de Christus dus met de Geest Gods waarover Jezus sprak. Heel kenmerkend vind ik, dat de vertalers het woord ‘geest’ hier niet met een hoofdletter vertaalden. Zoals jullie ongetwijfeld weten, komen er geen hoofdletters voor in de grondtekst, dus hier verraadden zij hun theologie. Nu zegt Jezus op de belijdenis van de vrouw:’Ik, die met u spreekt, ben het’. We moeten er echter ernstig rekening mee houden, dat Jezus in het evangelie van Johannes, de directe woordvoerder is van de Geest. Geheel ánders dus, dan in de synoptische evangeliën! Dat het in dit geval niet om de vleselijke Christus (Jezus) ging, maar werkelijk om de Geest, blijkt later in hoofdstuk 14.26. Jezus zegt daar namelijk:’Dit heb Ik tot u gesproken, terwijl ik nog bij u verblijf; maar de Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb’. Dat komt vrijwel overeen met de woorden van die vrouw!
We gaan nu terug naar Mattheüs 22.41 e.v. waar Jezus de volgende vraag aan de Schriftgeleerden stelt:’Wat dunkt u van de Christus? Wiens Zoon is Hij? Hier ook weer ‘zoon’ met een kleine letter. Eigenaardig! Zij antwoordden Hem:’Davids zoon’. Een juist antwoord, zouden we op het eerste gezicht zeggen. Lees hoofdstuk 1.1 maar: ‘Geslachtsregister van Jezus Christus….de zoon van David’. Toch wijst Jezus dit antwoord af. U kunt het verder zelf lezen, maar Jezus stelde zijn vraag ‘in de derde persoon enkelvoud’. Hij vroeg het niet van zijn eigen persoon, maar van de Christus, die in Hem was. Lees vooral zijn antwoord:’ Hoe kan David Hem dan door de Geest zijn Here noemen, als hij zegt: De Here heeft gezegd tot mijn Here…..’. Een Goddelijke tweespraak!En even verder:’Als David Hem (Christus) dus zijn Here noemt, hoe kan Hij dan zijn Zoon zijn? Niemand kon Hem antwoorden. En wij?
Nu zegt dsWim, dat Christus Jezus ‘Messias Jezus’ betekent. Paulus noemt eerst Jezus, maar bedoelt met “Christus’, dat Hij de Messias is. De Geest is hieruit dus totaal weg! Jezus is een persoon, maar de Messias is ook een persoon. Ik heb daar al meer over geschreven. Nu schreef Paulus in 1 Kor. 15.31:’Zowaar als ik, broeders, op u roem draag in Christus Jezus, onze Here’. Maar in 2 Kor.2.18 zegt hij: ‘De Here nu is de Geest’. Opnieuw een duidelijk bewijs, dat Paulus met deze omgekeerde naam niet de persoon van Jezus bedoelt, maar de Geest, die in Hem was. Knee schrijft echter (overigens stem ik met al het overige van harte in): ‘Jezus, die de Christus is, woont in mij door zijn Geest’. In neem je goede bedoeling voor honderd procent aan. Daar gaat het dus niet over! We kunnen het echter nog meer bijbels zeggen: De Geest, die in Jezus was, heeft God ook in onze harten uitgezonden (Galaten 4.6). De nadruk mag wat dit betreft, dus niet meer zozeer op Jezus vallen. Dat klink niet erg aannemelijk, want het ’Jezus-geloof’ heeft zich, helaas, in de loop der eeuwen in een absoluut verkeerde richting ontwikkeld. Ik ga daar nu niet op in, maar het beroep op Iemand, die zich búiten je eigen persoon bevindt, is in flagrante strijd met het evangelie van Paulus, die het naar-binnen-gerichte geloof predikt. ‘Tot dat de Christus in u gestalte verkregen heeft’, scheef hij. Bovendien is Gód de Redder van alle mensen.
Tot slot nog een paar voorbeelden van teksten, waarin de naam Christus Jezus voorkomt. Zouden wij die vertalen of interpreteren als Messias Jezus, zoals dsWim dat doet, dan hebben we een zeer groot probleem. Voorbeelden? In Romeinen 8.34 schreef Paulus:’Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is de opgewekte…’. Stel, dat hier zou staan, dat Messias Jezus de gestorvene is, dan zou dat van Paulus een overbodige mededeling zijn. Iedereen wist dat toch al! Meer nee, Paulus wilde hier de nadruk leggen op de Geest, die in alle mensen gestorven én weer opgewekt is, ter rechterhand Gods zit, en voor ons pleit. Vervolgens Efeze 2.5 en 6:’Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft en de gestalte van een dienstknecht aangenomen heeft…’ . Was dat de vleselijke Messias, die in de gestalte Gods was, en zich ontledigde? De vraag stellen, is haar beantwoorden, want ook hier gaat het over de Geest, die in de gestalte Gods was. Om het nu af te sluiten: Het conflict tussen de Joden en Paulus ging over ‘het geloof in Christus Jezus’, en niet over het geloof in de Messias Jezus. De Joden, waarmee het conflict ontstond, waren immers geen ongelovigen, maar hielden óók vast aan ‘Messias Jezus’. Het geloof in een vleselijke Christus (want dat betékent het geloof in Messias Jezus), kan niet blijven bestaan, want het is niet bijbels! Daarom: Terug naar het evangelie van Paulus, waarin hij zegt:’Wordt mijn navolgers, gelijk ook ik Christus navolg’.
Piet Strootman