quote:
Als jij dat nu eens aanvult dan?

Ik dacht even: Zo kan die wel weer, mbt tot mijn post en de lengte ervan......
OK, vanuit het OT is het niet zo dat je de Heilige Geest in je hart ontving zoals in het NT.
Je bent door het geloof in Jezus een kind van God, dat is in het OT anders:
Ik zal u tot een God zijn.....
Je geloofde daar in iets wat nog moest komen. En de werkelijkheid was nog niet gekomen, maar in de verte gezien (zoals Hebr. 11 aangeeft -oeps, alweer NT)
De verlossing is in het OT nog niet duidelijk: Als je een zonde had begaan, moest je een offer brengen ter genoegdoening. En dan werd de zonde je niet toegerekend, maar werd bedekt.
Maar dat kwam elke keer terug, en het was dus nooit echt 'af'.
Gods wet werd je voorgehouden en daar moest je aan voldoen om voor God te kunnen bestaan.
In het OT :
Ex 33,20
Hij zeide:
Gij zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal Mij zien en leven21 De HERE zeide: Zie, bij Mij is een plaats, waar gij op de rots kunt staan; 22 wanneer mijn heerlijkheid voorbijgaat, zal Ik u in de rotsholte zetten en u met mijn hand bedekken, totdat Ik ben voorbijgegaan. 23 Dan zal Ik mijn hand wegnemen en
gij zult Mij van achteren zien, maar mijn aangezicht zal niet gezien worden.Dit vind ik wel een mooie tekst die het andere karkter van het OT laat zien..
Een mooi beeld wordt hierin ook nog gezien:
Zie, bij Mij is een plaats, waar gij op de rots kunt staan....En Hij verbergt ons in de rotsholte. Zo wordt Christus de
rots genoemd.
In Hem kunnen we tot God naderen(Even een zijpaadje:
Mat 7,24
Een ieder nu, die deze mijn woorden hoort en ze doet, zal gelijken op een verstandig man,
die zijn huis bouwde op de rots 25 En de regen viel neer en de stromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis, en het viel niet in,
want het was op de rots gegrondvest..Rom 9,33
gelijk geschreven staat: Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots en
een rots der ergernis, en wie op hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.
1 Kor 10,4
en allen dezelfde geestelijke drank dronken,
want zij dronken uit een geestelijke rots, welke met hen medeging, en die rots was de Christus.
1 Petr 2,7
U dan, die gelooft, geldt dit kostbare, maar voor de ongelovigen geldt: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden,
die is geworden tot een hoeksteen en een steen des aanstoots en een rots der ergernis,
Ook in Mattheus wordt Jezus de rots genoemd waarop de gemeente gebouwd zal worden (hier nog toekomst want het moet nog 'pinksteren' worden. NB: Petrus =
een stukje van de rots..... maar niet de Petra=rots zelf. Dat is de Heer waarop de gemeente gebouwd wordt.
Mat 16,18
En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen.
.......einde zijpaadje)
In het NT staat dit:
1 Joh 3,2
Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen; (maar) wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn,
wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.2 Kor 3
18 En wij allen, die
met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Here, die Geest is.