Ik weet niet of onderstaande punten bij jullie herkenning geven.
Artikel van internet van AP Geelhoed.
WAT IS POSTMODERNISME?
Postmodernisme wil zeggen: datgene wat na het modernisme komt. Vandaar het woord post.
1/ De ineenstorting van het modernisme.
Men ging nadenken over de vooronderstellingen van het modernisme en men kwam meer en meer tot de conclusie dat die vooronderstellingen in de lucht hingen.
Is er wel een objectieve werkelijkheid? En als die er is kunnen we deze dan kennen zoals die werkelijk is? Kun je met taal de werkelijkheid wel beschrijven? Is onze waarneming wel objectief?
Zijn de denkwetten, waar het westerse denken vanuit gaat wel algemeen geldend?
Zowel het vertrouwen in de objectieve waarneming als in de algemeen geldigheid van het menselijk oordeels/redeneervermogen heeft de postmoderne mens verloren.
2/ Afwijzing van het funderingsdenken.
Het gevolg van de twijfel aan de vooronderstellingen van het modernisme is dat de mens voor zijn kennis geen fundament meer heeft. Er is dan geen objectieve kennis mogelijk. Niemand kan meer zeggen "zo is het, zo moet het".
Het modernisme wordt verachtelijk als "funderingsdenken" van de hand gewezen.
3/ De val van het correspondentie-waarheidsbegrip.
Met de val van het modernisme is ook het klassieke correspondentie waarheidsbegrip meegesleurd.
Waarheid als overeenkomst van een uitspraak met de werkelijkheid kan niet meer. Omdat, zo stelt men, dit waarheidsbegrip rust op vooronderstellingen die niet houdbaar zijn gebleken.
Immers wat is de werkelijkheid? We nemen wel wat waar maar dat zijn slechts zintuiglijke waarnemingen die verwerkt worden door ons verstand. Is er werkelijk iets buiten ons waar die zintuigen op reageren of zit, wat wij de werkelijkheid noemen, alleen in ons hoofd (het solipsisme). En als wij al aannemen dat er een werkelijkheid buiten ons bestaat, op welke gronden nemen wij dat dan aan? En, gesteld dat wij er van uit mogen gaan dat er een werkelijkheid buiten ons zelf bestaat, geeft dan, datgene wat wij waarnemen met onze zintuigen, de werkelijkheid ook weer zoals die in zichzelf is. Met ander woorden kennen wij het "Ding an sich".
Dit zijn nog alleen maar de problemen die het woord werkelijkheid in de klassieke definitie van waarheid met zich mee brengt. Een ander moeilijkheid is het probleem van de taal. De postmoderne mens twijfelt eraan of je met taal de werkelijkheid wel objectief (voor ieder geldig en voor ieder begrijpelijk) kan weergeven. En dat is nu precies een vooronderstelling waar het correspondentie waarheidbegrip (de klassieke visie op waarheid) vanuit gaat.
Een bewering is gesteld in menselijke taal. De vraag is dus of je met taal de werkelijkheid kunt beschrijven. De postmoderne filosofen ontkennen dit. Men vindt de taal, en zeker de geschreven taal, daarvoor veel te dubbelzinnig en daardoor te onnauwkeurig.
In plaats van het klassieke waarheidsbegrip voert men een relatief waarheidsbegrip in b.v. het pragmatisch waarheidsbegrip. Iets is waar als het werkt. In de wetenschap heet dat instrumentalisme. Of het waarheidsbegrip wordt geïndividualiseerd. Dit is nauw verbonden aan de pragmatische waarheidsvisie. Je hebt niet meer de waarheid, je hebt alleen nog maar jouw en mijn waarheid. Of men zoekt waarheid niet meer in kennis maar in de ervaring. (het existentialisme). Waarheid is volgens hen niet rationeel onder woorden te brengen maar waarheid is wel te ervaren. We kunnen waarheidsmomenten beleven.
4/ Het einde van de grote verhalen.
Het postmoderne verlies van het vertrouwen dat de mens de werkelijkheid kan kennen en beschrijven zoals deze is maakt dat de postmoderne mens het geloof in absolute, voor ieder geldige en te controleren waarheid heeft verloren. Daarmee is de postmoderne mens ook het geloof in de grote verhalen (in de grote wereldbeschouwingen) zoals b.v. het Marxisme of het christendom kwijtgeraakt.
Men is verder door de ervaringen van de vorige eeuw (wereldoorlogen, ontsporing van de techniek in b.v. milieuvervuiling, etc) het optimistische geloof in vooruitgang en in de beheersbaarheid van de wereld kwijt geraakt. Sommigen zijn ook het geloof in de goedheid van de mens kwijt geraakt.
Tussen haakjes, men beweert dat men de grote verhalen afwijst, maar in feite is het postmodernisme zelf ook weer een groot verhaal. Het postmodernisme is ook een wereldbeschouwing zij het een negatieve.
5/ Taalspelen en de ambiguïteit van taal.
Het postmodernisme heeft een andere kijk op taal als het modernisme.
In het modernisme hangt men in het algemeen de afbeeldingstheorie als taaltheorieën aan. Dat betekent dat een woord (een begrip) als het ware een etiketje is wat op een bepaald fenomeen uit de werkelijkheid wordt geplakt. Een woord heeft dus een vaste betekenis want het wijst naar een vast iets uit de werkelijkheid. Op grond hiervan stelt de afbeeldingtheorie dat met woorden de werkelijkheid kan worden afgebeeld en beschreven. Dit sluit dus aan bij het hierboven genoemde correspondentie waarheidsbegrip.
Deze beeldtheorie is tegenwoordig, door de postmoderne filosofen, losgelaten. Men stelt dat de betekenis van woorden niet statisch is. Een woord is niet het etiket van een vast fenomeen in de werkelijkheid. Men stelt dat de betekenis van een woord niet wordt bepaald door datgene wat het zou afbeelden. De betekenis van een woord wordt bepaald door het taalspel, door de context waarin het woord wordt gebruikt. Een taal is, in deze visie, een samenhangend geheel van klanken die in een bepaalde situatie worden gebruikt en die daar functioneert als middel van communicatie Er bestaan allerlei van zulke taalspelen. Het taalspel bepaalt de functie van een woord.
Extreme postmoderne taaltheoretici en filosofen zeggen daarom dat er geen relatie is tussen taal en werkelijkheid. Daarom en omdat men taal te dubbelzinnig vindt (dat is de veronderstelde ambiguïteit van taal) stelt men dat met taal niet op objectieve wijze de werkelijkheid te beschrijven is.
Dit heeft natuurlijk grote consequenties voor het verstaan van de bijbel.
6/ Het beeld van de ideologische eilanden.
Men stelt dat er geen bruggen (geen gemeenschappelijke grond) bestaan tussen de verschillende taalspelen. Je kunt alleen door een sprong van het ene taalspel in het andere komen. Dit is onder meer het gevolg van de vooronderstelling dat taal niet verwijst naar de voor ieder geldende werkelijkheid. Een beroep op de werkelijkheid die voor jou en voor de ander geldig is (een beroep op de feiten) kan dan ook niet meer.
7/ Er is niets nieuws onder de zon.
Het postmodernisme is niets anders dan een nieuwe verschijningsvorm van het aloude scepticisme.
Het scepticisme is een filosofische stroming die stelt dat zekere kennis niet te verkrijgen is. Ook de sceptici verwierpen waarheid als overeenkomst met de werkelijkheid. Ook zij betwijfelden dat men door denken en waarnemen tot zekere, ware, betrouwbare kennis van de werkelijkheid zou kunnen komen.
Neem de stadhouder Pontius Pilatus. Pilatus was zeer waarschijnlijk, zoals zoveel vooraanstaande Romeinen uit die tijd, een aanhanger van het scepticisme. Toen Jezus tegenover hem getuigde dat Hij (Jezus) was gekomen om van de waarheid te getuigen reageerde Pilatus met de opmerking: "Wat is waarheid?" (Johannes 18:38). Zo probeerde Pilatus zich te onttrekken aan de waarheidsclaim van de Here Jezus. Dit gesprek kun je zo overzetten naar de tegenwoordige postmoderne tijd. Hier botsten twee visies op waarheid met elkaar. Jezus ging er blijkbaar vanuit dat er zoiets als de waarheid bestaat. Pilatus twijfelde daaraan. Hij was daar sceptisch over.
8/ Geen doel, geen zin, geen goed en kwaad, geen idealen.
Als er geen absolute waarheid is dan is er ook geen doel, geen zin, geen moraal. Het gevolg is de ontbinding van de maatschappij. Men vervalt in pure lustbevrediging en egoïsme
9/ De wending naar het gevoel.
Omdat men er van overtuigd is dat via het rationele denken en via de waarneming geen zin te vinden is probeert men die zin via de intuïtie en via transcendente/mystieke ervaringen te vinden. Hierin zien we trouwens een herhaling van de Romantiek. In de Romantiek zien we dezelfde toewending naar gevoel, intuïtie, het mysterie, in reactie op de Verlichting met zijn nadruk op de rede.
10/ Met de val van het modernisme verdwijnt ook het mechanische wereldbeeld.
Dit leidt tot een nieuwe openheid voor het bovennatuurlijke.
Ook in de Romantiek zien we een soortgelijke invasie van occultisme zoals wij die beleven.