quote:
op 22 Feb 2003 17:57:07 schreef Sam:
Hier voel ik dus allerminst voor. Ik zal je ook uitleggen waarom. Er zijn mensen in de Reformatorische hoek die niet meer naar de kerk durven omdat ze psychologische angsten hebben ontwikkeld door donderpreken. Iets wat ik zeer afschuwelijk vind.
Laat het duidelijk zijn dat dat ook mij niet voor ogen staat! Ik heb het niet over donderpreken, maar over stimulerende preken, waarin uitgelegd wordt hoe je werk kunt maken van je geloof.
quote:
Een oproep tot verootmoediging begint m.i. bij lofprijzing & aanbidding (als je dit nog nooit ervaren heb, zoek het op!), ten tweede begint het met voorbede of kringgebed (in een open atmosfeer zal dit ook gebeuren), ten derde door 1 op 1 omgang, ten vierde omgang in kleine groepen.
Ik ken de ervaring van lofprijzing en aanbidding. En ik kan mij dus goed voorstellen dat zo'n gezamenlijke ervaring een band schept. Ik vind het echter wel problematisch dat ik deze manier van gemeenteopbouw niet met zoveel woorden in de Bijbel terugvind. Daar gaat het meer om de verkondiging. En dan niet alleen vanaf de preekstoel, maar ook onderling, door profetie en vermaning (jouw derde en vierde punt dus). Ik ben bang (serieus), dat het meer het sociale mechanisme van een gezamenlijke muzikale ervaring is dat hier voor de samenbinding zorgt, dan dat het de gemeenschap der heiligen is, waar de Bijbel het over heeft.
Kringgebed is een heel fragiel gebeuren. Ik ben het met je eens dat het erg belangrijk is, als je met elkaar verder wilt komen. Ik heb in verschillende gebedsgroepen gezeten. De bedoelingen waren altijd goed en zuiver, maar toch zijn het aantal bijeenkomsten waarin het echt 'goed' was, op een hand te tellen. Niet dat we het kringgebed moeten schuwen, maar het is echt heel moeilijk. Ook op dit punt lijkt het mij dat er toerusting en oefening nodig is.
quote:
Ik hoop dat je dit bloedserieus neemt.
Wat ik om mij heen in mijn gemeente zie, grijpt mij aan. Ik heb dus geen enkele reden om hier lakoniek over te doen. Ik wil zoeken naar verantwoorde wegen om hiermee om te gaan. En daarbij ben ik hard voor mijzelf. In die zin dat ik zaken die veelbelovend lijken en waar ik best voor voel, toch verwerp als blijkt dat ze niet het beste zijn voor een gemeente.