Het valt mij op dat een heleboel bijbelboeken niet in de "Ik-vorm" geschreven zijn, terwijl men aanneemt dat bijvoorbeeld Mozes Exodus heeft geschreven, maar hij spreekt nooit in de "Ik-vorm"
Bijvoorbeeld:
Exodus 2:11
Toen Mozes volwassen geworden was...
Exodus 2:21
Mozes liet zich overhalen om bij die man te blijven, en deze gaf hem zijn dochter Sippora tot vrouw.
Dit zijn maar twee voorbeelden, maar zo gaat het heel exodus door.
Maar ook bijvoorbeeld Mattheüs is niet in deze vorm geschreven, terwijl hij er zelf wel in voor komt:
Mattheüs 9:9
Toen Jezus van daar verderging, zag hij bij het tolhuis een man zitten die Matteüs heette, en hij zei tegen hem: ‘Volg mij.’ Hij stond op en volgde hem.
Waarom schrijft Mattheüs niet : "Toen Jezus vandaar verderging, zag hij mij bij het tolhuis zitten, en toen zei Jezus tegen mij: "volg mij", en ik stond op en volgde hem ?
Ik voeg me gewoon even af waarom ze dit op deze manier geschreven hebben, Je zou bijna gaan denken dat die boeken door iemand anders geschreven zijn.
Weet iemand hier iets meer over misschien ?