Stelling 37.
Het herstel van het ambt van apostelen ondermijnt het volle gezag van de Bijbel, die immers het eens voor altijd gelegde fundament voor de kerk vormt.
In de Institutie van Calvijn vond ik dit: (IV, 4, 58) 'de eerste drie (hij bedoelt apostelen, profeten en evangelisten) heeft de Here in het begin van zijn rijk opgewekt, en wekt Hij ook nu en dan op, naar de noodzakelijkheid der tijd eist.' En: 'trouwens, ik ontken niet, dat God ook later somtijds apostelen, of althans in hun plaats, evangelisten heeft opgewekt, gelijk in onze tijd geschied is.' Op pag. 57: 'immers het licht en de warmte van de zon, of spijs en drank zijn niet zo noodzakelijk tot het koesteren en onderhouden van het tegenwoordige leven, als het ambt van apostel en herder tot het bewaren van de Kerk op aarde.' In zijn verdere betoog blijkt dat hij niet een scherp onderscheid maakt tussen apostelen en herders (net zo als het bevestigingsformulier) waar de bijbel dat wel doet.
De opstellers hebben deze uitspraak van Calvijn kennelijk over het hoofd gezien. In dit opzicht ben ik het met Calvijn eens i.p.v. met de opstellers. Als God inderdaad weer apostelen zou teruggeven aan de kerk zou dat grote gevolgen hebben voor de bestaande structuren. Wat zou er gaan gebeuren? Een paar gevolgen:
de kerk zou weer één worden,
door hun handoplegging zou de Heilige Geest weer meegedeeld kunnen worden,
leergeschillen zouden opgelost worden (het heeft de Heilige Geest en ons goedgedacht, Hand. 15),
de kerk zou weer in waarheid geleid worden, (wij hebben de zin van Christus),
we zouden de volle mansgestalte bereiken (Ef. 4),
de kerk zou door hen aan Christus bij zijn komst voorgesteld kunnen worden, onbesmet, zonder vlek of rimpel (2 Kor. 11:2).
Vanzelfsprekend zou hun leer volkomen in overeenstemming zijn de Schrift, immers de Heilige Geest die hen in alle waarheid leidt is dezelfde die de bijbel heeft geïnspireerd.
Ik geloof vast en zeker dat als de kerk haar nood zou inzien (verdeeldheid, afval) en tot God om hulp zou roepen, Hij haar genadig wil zijn en al zijn middelen weer terug wil geven om haar te doen zijn zoals Hij haar bedoeld heeft.
Als reformatorische en evangelische en rooms-katholieke en orthodoxe christenen elkaar in een gemeenschappelijke schuldbelijdenis zouden kunnen vinden, inplaats van het eigen gelijk tegenover anderen te verdedigen, God wonderen zou kunnen doen, waar we nu geen benul van hebben.