En zo worden we als mensen steeds meer afhankelijk van electronica. We worden slaven van de stekker. Eén stroomstoring, en de mens is nérgens meer. Eén computer crasht, en je bent kansloos. En waarom doen we dat in vredesnaam? Verbetert het de kwaliteit van het leven? Soms wel (ziekenhuizen, recherche, etc.), vaak niet. Nu willen ze het contant geld van ons afpakken. Het echte geld, dat je kunt voelen, zien, ruiken, horen en waarmee je triomfantelijk kunt zwaaien, wordt gereduceerd tot kille cijfers.
Sommige mensen vinden nostalgie, of gevoelens daarover onzin. Maar dat is het niet. Juist die kleine dingetjes geven het leven net dat extra. Zijn bepalend voor je geluk. De munten die door je hand glijden, knisperende bankbiljetten, roestige typmachines, kartonnen bordspellen, dikke boeken... het hoort er gewoon bij. Romantiek is een essentieel bestanddeel voor het welzijn en geluk van mensen.
Maar dat mag niet. Alles moet sneller, harder, killer, beter. Er is geen tijd meer voor elkaar, efficiëntie is het toverwoord. We haasten ons van de ene eltronicabonk naar de ander en menen daaruit geluk te halen. Softwarebedrijven dwingen ons bijna om regelmatig een nieuwe PC aan te schaffen, banken dwingen ons eletronisch te betalen en de NS zet ons achter een apparaat bij het kopen van kaartjes. Geen mensendingen meer, geen contact, dat kost alleen maar tijd. Ook al wil je het niet, het wordt je door je strot gedouwd.
Ik ben soms jaloers op de Amish-boeren in Amerika. Zij bekijken iedere ontwikkeling tenminste heel kritisch en waaien niet met alle winden mee. Ze gebruiken het liefst absoluut geen elektriciteit, alleen als het hoogst noodzakelijk is (zoals bij het koelen van producten). Ze werken daar niet met apparaten, maar met elkaar en met dieren. Hun leven is sober, maar zijn zij nu echt ongelukkiger? Ik heb vaak genoeg het idee dat zij wellicht véél gelukkiger zijn dan wij. Want zij hebben de realiteit niet uit het oog verloren. Wij wel.
Ik ben er van overtuigt dat op de nieuwe hemel en aarde alles tenminste 30% trager gaat. Dat we er weer terug naar de oorsprong gaan, we er weer doen waarvoor we gemaakt zijn: leven van het land, het bewerken en onderhouden van de schepping. We zien er geen cijfers meer, maar échte spullen. We zien er geen bits en bytes meer, maar échte mensen. Dan zullen we alles sámen opbouwen en elkaar in alles helpen en bijstaan. In intense liefde en welzalig geluk. We zullen er écht gelukkig zijn met wat God ons geeft. het leven zal er weer puur, ongerept en echt zijn. Heel dicht bij God, bij elkaar en bij Zijn schepping.
Tot die tijd mogen we best wel eens kritisch kijken of nieuwe ontwikkelingen nu de kwaliteit van ons leven wel écht bevorderen. Ben je écht gelukkiger nu je een mobieltje hebt? Ben je écht gelukkiger, nu je dat nieuwe spel kunt spelen? Ben je écht gelukkiger nu je een breedbeeldtelevisie hebt met dolby surround? Nu je makkelijk kunt pinnen? Of wil je straks tóch weer meer? Wil je écht graag meedraaien in de mallemolen van de technologie die gouden bergen beloofd, maar molshoopjes oplevert?
Ik vertik het. Ik ga geen nieuwe computer aanschaffen als ik het voor mijn werkzaamheden niet nodig heb. Ik ga geen breedbeeldtelevisie aanschaffen als mijn kleine teeveetje het nog prima doet. En ik ga al helemáál niet chippen. Ik wil het geld zien, voelen, ruiken, in mijn handen laten glijden. Pinnen vind ik handig genoeg. En aan zo'n achterlijk mobieltje wil ik helemáál niet denken, tenzij het écht noodzakelijk is. En dat is het tot nu toe zéker niet.
Misschien is het wel gezond om eens goed na te denken over wat jou nu écht gelukkig maakt in het leven, voordat je kritiekloos (zoutloos?) die chipknip er weer bijpakt. We worden zo slaven van de technologie en van koning efficiëntie. Maar we verliezen elkaar meer uit het oog dan we denken. Het is aan jou hoe je ermee omgaat. Maar niemand, nee niemand, mag jou iets opdringen wat nieuwe hebbedingetjes betreft.