1. Broeders en zusters (feministische tendensen)
De feministische theologie in het algemeen ergert zich aan wat zij noemt het “mannelijke voorkomen” van de bijbel. Zij wil af van het mannelijke Godsbeeld, waarbij God wordt voorgesteld als man, als vader. De tijd van de Bijbel doet zich voor als een tijd waarin mannen het voor het zeggen hebben. De rol van de vrouw is veel te klein. Er komen veel te veel sporen in voor van de patriarchale context van de schrift. Bijbelverhalen verleiden de lezer tot het overnemen van vrouw-vijandige visies en meningen. Vanuit de feministische theologie wordt de laatste tijd gepleit voor een ‘tegendraads’ lezen van de bijbel. Men leest dan onder de overgeleverde tekst allerlei onderdrukte stemmen van vrouwen. We moeten die veronderstelde stemmen niet langer wegdrukken, maar deze juist naar voren halen. Welnu, dat is exact hetgeen gebeurd in de Nieuwe Bijbelvertaling. Alle herinnering aan patriarchale sporen worden weggewist. De vrouwen worden in menige tekst ingetoverd. Dat de grondtekst er geen enkele aanleiding toe geeft, schijnt de “vertalers” weinig te deren. Men probeert eigen handelwijze te rechtvaardigen door te doen alsof men ‘inclusief vertaalwerk’ heeft geleverd. “De bijbel staat vol met allerlei uitspraken over mannen en vrouwen, en dat geldt ook voor de vertaling ervan. Het is echter zaak te voorkomen dat er in de vertaling op een andere manier over de seksen wordt gesproken dan in de grondteksten”. Dat betekent kennelijk dat elke keer wanneer in een bijbeltekst wordt gesproken over mannen en over broeders, men tegenwoordig verplicht is te denken aan mannen en vrouwen, aan broeders en zusters. Het komt er simpelweg op neer, dat koste wat het kost het alleen-mannelijke zoveel mogelijk moet verdwijnen. En dat is gebeurd in de NBV.
Overal zijn de zusters naast de broeders gezet ( al gebruikt het Grieks het woord άδελφοι, dat gewoon “broeders” betekent).
b.v. in handelingen:
We vinden in 1:16/2:29/13:26,38 “broeders en zusters” ipv “broeders” (het kerkelijk stemrecht voor vrouwen is zo ook meteen geregeld in de zinsnede: “kies daarom. Broeders en zusters, uit uw midden zeven wijze mannen” in 6:3.Jammer dat het hier nog wel mannen zijn die gekozen worden…). In 2:37/15:7,13/23:1,6/28:17 “broeders” ipv “mannen broeders” (“mannen” moet kennelijk weg); in 22:1 “broeders, zusters, en u leden van het Sanhedrin” ipv “Mannen, broeders en vaders”!; in 7:2 “Broeders en leden van de Raad” ipv “Gij mannen broeders en vaders”. We zwijgen maar over de teksten waar “mannen”gewoon is weggelaten uit de vertaling! Zie b.v. 20:32
Nog duidelijker is de poging om mannen weg te vertalen in de volgende plaatsen: 11:1 “gemeenteleden” ipv “broeders; 14:2/15:3,32,33,40/16:2,40/21:17 “gelovigen” ipv “broederen”; 15:36/17:6,10,14/18:18,27/28:14 “leerlingen” ipv “broeders”. Zeer opmerkelijk is een plaats als 1:15; u vind daar “leerlingen” (Statenvertaling: “discipelen”). Op het eerste gezicht een consequente handelswijze van de NBV. Hier is echter iets bijzonders aan de hand. Normaal gesproken volgt de NBV de tekst van Nestle-Aland. Daar staat “Broeders”. De door de Statenvertaling gebruikte grondtekst heeft “discipelen”. Wat doet men hier? Men schrijft net “broeders”, maar “leerlingen”. Zo is men hier van de broeders af. Welk een willekeur toch. Dit slaat werkelijk alles; 3:17/7:25 “volksgenoten” ipv “broeders”; 7:23 “zijn eigen volk” ipv “broeders”. In 4:4 vinden we “gelovigen”ipv “mannen”.Hier openbaart zich de armoe van de feministische theologie wel heel bijzonder. Men wil heel ruim zijn, maar is in dezen juist bekrompen. Als er vijduizend mánnen tot geloof gebracht zijn door Gods genade, is het totale aantal gelovigen nog groter geweest!
Hand.2:5,14 spreekt over “Joden” ipv “Joodse mannen”; 2:22/5:35/13:1621:28 over “Israëlieten” ipv “Israëlitische mannen”; 17:22 over Atheners ipv “Gij mannen van Athene”. In 5:1 wordt over “een zekere Ananias” gesproken ipv “een zekere man met name Ananias”.
Opmerkelijk is 15:22 “twee leiders uit de gemeente ipv “mannen die voorgangers waren onder de broederen”. Wíj weten nog dat hier mannen mee worden bedoeld. Maar wat zal de toekomstige generatie denken, die opgroeit bij de NBV? In 15:23 lezen we “de apostelen en oudsten aan hun broeders en zusters: gegroet! ipv “de apostelen en de ouderlingen en de broeders (wensen) den broederen zaligheid”.
In 16:35,36,38 staat het neutrale “het stadsbestuur”ipv “de hoofdmannen”! (Stel u voor dat een bijbellezer zou denken aan alleen mannelijke bestuurders…)
consequent is uit de NBV geweerd de term “(God der) vaderen”. Als voorbeelden noem ik u 3:13/5:30/7:32 “de God van onze voorouders” ipv “de God onzer vaderen”; 7:11 “onze voorouders hadden niets meer te eten” ipv “onze vaders vonden geen spijze”; 7:12 “onze voorouders” ipv “onze vaders”. In deze laatste tekst kunnen overigens alleen Jakobs zonen – niemand anders- bedoeld zijn. Er is dus sprake van een belachelijke wijziging! In 7:15,19,38,39,44,45/13:17,32,36/15:10/22:14/23:14 staat “onze “voorouders” ipv “onze vaders”; 7:51,52/28:25 heeft “uw voorouders” ipv “uw (of: onze) vaders”; 7:45 “hen” ipv “van het aangezicht onzer vaderen”; 3:22 vertaalt: “Mozus heeft al gezegd” ipv “Mozus heeft tot de vaderen gezegd”. Zo omzeilt men “de vaderen”. Nee, t’is geen omzeilen. t’is welbewust verwijderen vanuit de door Gods Geest Geïnspireerde tekst. Hand.18:27 spreekt over “de gemeenteleden” ipv “de discipelen” (zeker: hier worden natuurlijk de discipelen in brede zin bedoeld: mannen en vrouwen; we hebben gehoorzaam te vertalen wat er staat!). Hst. 27:21 heeft: “Had maar naar mij geluisterd” ipv “O mannen, men behoorde mij wel gehoor gegeven te hebben” (vs.25 staat “mannen” er wel).
In handelingen 28:17 lezen we over “de gebruiken van onze voorouders” ipv “de vaderlijke gewoonten”. Me dunkt, lezer, uit bovenstaande plaatsen wordt genoegzaam duidelijk hoe de NBV omgaat met de grondtekst, wanner zij over mannen leest. Er moet worden vastgesteld dat de NBV op dit punt veel verder gaat dan de Groot Nieuws Bijbel, die op dit punt nog gematigd moet heten vergeleken bij de NBV.
De NBV is op dit punt niet anders dan een knieval voor de feministische theologie.