Laat ik eens wat uitgebreider het proberen uit te leggen.
Laat ik daarbij de uitgangspunten van Billy nemen:
- iedereen verdient de dood
- degene die in Jezus geloven worden gered van de dood
Romeinen 9 zoomt in op het volk Israel, het uitverkoren volk.
Paulus maakt de tweedeling in waarlijk en niet-waarlijk. Het lijkt mij duidelijk dat het waarlijke deel bestaat uit de joden die Jezus als Messias aanvaard hebben.
Romeinen 11 zoomt dan verder in op het niet-waarlijke deel. Dit leidt ik af uit vers 28:
"Zij zijn wel door hun verhouding tot de Blijmare vijanden om uwentwil".
Dit lijkt mij niet te slaan op de bekeerde joden.
Tevens staat in vers 1 dat God Zijn volk niet verstoten zal. God zal toch niet verstoten degenen die Zijn Zoon hebben aangenomen. Dus het niet-verstoten zal moeten gaan over het niet-waarlijke deel.
Paulus geeft ook aan dat dit een heilsgeheim is (vers 25), dus blijkbaar geen onderdeel uitmakend van de reeds bekende boodschap. De bekende boodschap is dat door het geloof in Jezus Christus jouw zonden betaald zijn. Er is blijkbaar echter nog een geheim deel dat Paulus hier openbaar maakt. Hij geeft zelfs een reden aan waarom hij dat doet:
"opdat gij niet eigenwijs moogt zijn".
In vers 27 staat dan:
En hierin bestaat het verbond met
henWie zijn die "hen"?
Dat is het verharde deel van de joden. Niet de reeds bekeerde joden (het verbond met de bekeerde joden is bekend en derhalve geen heilsgeheim).
Waaruit bestaat het verbond:
"dat Ik hun zonden vergeef".
Jezus is reeds gestorven voor de zonden van de mensen die reeds bekeerd zijn. Die zonden hoeft God dus niet meer te vergeven.
Er vindt dus een extra vergeving plaats. En wel voor de zonden van het verharde deel.
Het gevolg is dat GEHEEL Israel gered zal worden, dus zowel het waarlijke als het niet-waarlijke deel.
Paulus geeft ook aan waarom dat zo gebeurt:
"maar volgens de uitverkiezing zijn zij beminden om de aartsvaders;".
Modbreak:
Dit is niet in overeenstemming met de policy Henk. Alleen door geloof is de basis en wij hoeven dat niet te gaan verklaren hoe dat met andere zal gaan. Maar dit basispunt gaan we hier van uit.
Maar ze zijn behouden vanwege hun uitverkiezing. Zij zijn beminden om de aartsvaders.
Ook dit moet weer slaan op de niet-bekeerde joden. Zij zijn niet bemind om hun geloof maar om de aartsvaders.
Ook hier wordt de reden aangegeven:
"want God heeft nooit berouw over zijn genadegaven en roeping."
Henk