quote:
Knee schreef op 13 juli 2005 om 11:15:Leuke invalshoek!

Mat 28:19 - Statenvertaling
Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.
[...]
Het komt er dus op neer, als ik het goed lees, dat Jezus de opdracht geeft alle volken tot discipelen (volgelingen en leerlingen) te maken (er staat eigenlijk 'discipel (werkwoord) alle volken'),
door hen te dopen en te leren.
Even vrij vertaald, zegt Jezus:
Trek er op uit. Maak alle volken tot mijn volgelingen en leerlingen. Doe dat door ze te dopen in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, en ze alles te leren wat Ik u geboden heb.
Als ik de SV er bij pak dan zou je ook kunnen zeggen dat de doop zelf een soort onderwijs is. Het woord voor 'to disciple' heeft iets in zich van 'to teach, instruct'.
De Griekse text van dit vers heeft één hoofdwerkwoord, namelijk de gebiedende wijs
mathêteusate, "maak tot leerling" (een causatief van
mathêtês, "leerling", "iemand die studeert"). Het woord is een aoristus-vorm, wijzend op een eenmalige actie of een begin (geen proces). Met andere woorden, de discipelen wordt vooral opgedragen nieuwe leerlingen te werven.
De hoofdzin "maak dus discipelen" ("dus", Gr.
oun, wijst op Jezus' claim dat Hij macht heeft in hemel en aarde) gaat vergezeld van drie deelwoordconstructies: "gaande", "dopende", "lerende te onderhouden".
1.
Poreuthentes, "gaande", is opnieuw een aoristus vorm: ga nu op pad.
2.
Baptizontes, hen "dopende" of "dompelende", is
geen aoristus vorm (dat nl.
baptisantes zijn).
3. Datzelfde geldt voor
didaskontes têrein, "onderwijzende te bewaren/houden".
Op grond van de vormen van deze woorden deel ik de zin in tweeën: ga op pad om leerlingen te maken (actieve opdracht voor de apostelen op het moment zelf); en: doe dat door te dopen en onderwijs te geven (doorgaand proces dat invulling geeft aan het leerling-
zijn, niet het leerling-
worden).
Een verder interessant aspect aan de tekst van dit vers: het lijdend voorwerp van "leerling maken" is
ta ethnê, "de heiden(volk)en", onzijdig meervoud; maar de deelwoordconstructies "dopen" en "onderwijzende" gebruiken het verwijswoord
tous, "hen", mannelijk meervoud. Voor de hand ligt de uitleg dat bedoeld is leerlingen te maken
uit alle volken, zodat het verwijswoord slaat op de impliciete groep van hen die inderdaad leerling geworden zijn.
De werkwoorden "dopen" en "onderwijzende" zijn parallel in vorm en plaats in de zin, en we kunnen ze daarom beschouwen als aspecten van hetzelfde proces, namelijk opgroeien als discipel. Een uitleg van de doop als het begin of afsluiting van het onderwijsproces past daarom niet goed.
Met het oog op de discussie kinder-/volwassendoop: als doop een onderdeel is van het leerproces, is er veel te zeggen voor doop op jonge leeftijd in gezinnen waar de kinderen groot worden met de christelijke leer. Deze doop/discipelschap relatie wordt meestal niet benadrukt in gereformeerde kring, maar is niet in strijd met de doop als verbondsteken. Het "onderhouden van Christus' bevelen" is een centraal motief in de bijbel dat geïdentificeerd kan worden met onze rol in het Nieuwe Verbond. Het verbond (en dus de doop) legt een claim op de dopeling: jij bent nu leerling van Christus. Niet voor niets koppelt het traditionele Doopsformulier doop aan onderwijs in de vragen aan de ouders.