Beste volgeling,
We zijn opgewekt door het geloof (der, in, aan, in,) de werking / kracht van God, die hem uit de doden heeft opgewekt. Het geloof in de overwonnen dood door de kracht van God lijkt mij de hoofdzaak. Een doop zonder geloof, daar wordt in geen enkele tekst over gesproken. In simpel nederlands "door het geloof" lees ik als "vanwege het geloof".
Daarnaast ontbreekt ook in de andere vertalingen enig woord wat duidt op het inruilen van besnijdenis voor doop. Nergens staat in de minste mate iets als "in plaats van." de passage over geloof is mij in de tekst te dominant aanwezig.
Naar mijn mening is de besnijdenis een teken van deel hebben aan het verbond gesloten met het volk israel. Een teken dat je deel uitmaakt van dat volk wat een speciale plek heeft in Gods hart.
de doop geeft de kracht weer van de kruisdood, de overwinning op de dood, het herstel van de relatie tussen God en de mens en zijn daaraan verbonden belofte ten eeuwigen leven.
Nu kan ik me vergissen, maar het verbond of de verbonden in het oude testament spreken volgens mij over een verbond van trouw aan Abraham en zijn nageslachten / vele volken. Het teken daarvan was de besnijdenis. Hoe spreekt dat verbond over Zijn trouw gedurende de aardse levenstijd en heeft zijn verbondstrouw wel of geen betrekking op een eeuwig leven na de dood? Heeft het louter betrekking op zegen op aardse zaken, bezit van land etc. Hoe spreekt het OT over het leven na de dood? Er wordt in het OT wel gesproken over mensen die leven bij Goden naar God gaan. Maar is dit het zelfde als de beschrijvingen bedoelt in het NT. Is de opmerking van Esau daarop gestoeld? Ik citeer uit genesis...
Maar Jakob zeide: Verkoop mij dan eerst uw eerstgeboorterecht. 32 En Esau zeide: Zie, ik ga toch sterven; waartoe dient mij dan het eerstgeboorterecht? 33 Daarop zeide Jakob: Zweer mij eerst. En hij zwoer hem. Zo verkocht hij aan Jakob zijn eerstgeboorterecht. 34 Toen gaf Jakob aan Esau brood en het linzengerecht; hij at en dronk, stond op en ging heen. Zo verachtte Esau het eerstgeboorterecht, maar intrigeren weer de laatste woorden van David beschreven in II samuel 23:
Spreuk van David, de zoon van Isaï,
en spreuk van de man die hoog geplaatst is,
de gezalfde van Jakobs God,
de liefelijke in Israëls lofzangen.
2 De Geest des HEREN spreekt door mij,
zijn woord is op mijn tong;
3 Israëls God spreekt,
Israëls Rots zegt tot mij:
Een rechtvaardige heerser over de mensen,
een heerser in de vreze Gods,
4 hij is als het morgenlicht bij het opgaan der zon,
een morgen zonder wolken:
door de glans na de regen
spruit jong groen uit de aarde.
5 Maar niet alzo mijn huis bij God!
Toch heeft Hij mij een eeuwig verbond gegeven,
geordend in alles en verzekerd.
Want al mijn heil en alle welbehagen,
zou Hij die niet laten uitspruiten?
6 Doch de nietswaardigen – zij zijn allen als verstrooide doornen;
voorwaar, zij worden niet met de hand aangevat:
7 moet iemand ze aanraken,
dan voorziet hij zich van ijzer of lansschacht,
en met vuur worden zij op de plaats zelf geheel verbrand!
Ik wil eigenlijk duidelijk maken dat doop zo iets fundamenteel anders is als de besnijdenis. het "in plaats van" werpt voor mij alsnog te veel vraagtekens op en is letterlijk niet terug te vinden. In vervolg daarop.
Passage uit deuteronomium 29 en daarna een passage uit hoofdstuk 30. Let op 29 vers 4 en 30 vers 6. Het is wel verstandig e.e.a even in het verband te lezen. Hier wordt gesproken over de werking van God op het hart. Dit wordt vertaald in de besnijdenis van het hart. Naar mijn mening wordt in kol. ook gedoeld op die besnijdenis. De besnijdenis van het hart, een besnijdenis niet door mensenhanden, maar door de Geest van God.
Een geestelijke besnijdenis die het hart vernieuwd, niet een lichamelijke besnijdenis die ten teken van het verbond is. Het een is niet in te ruilen voor het ander. het is iets totaal anders. By the way. Waarom wordt in de door mij aangehaalde OT - passage gesproken over een besnijdenis van het hart die God deed plaats vinden, naast de "gewone besnijdenis"? Was die lichamelijke besnijdenis niet het teken van het verbond. waarom wordt in Deut 30 geschreven over bekering en daarop volgend besnijdenis van het hart?
Ook de kinderen dienen zich te bekeren. De ouders kunnen zich niet namens de kinderen bekeren. Ze worden apart genoemd. Buiten de fysieke besnijdenis is de belofte van een besnijdenis van het hart. Deze staan naast elkaar. Ook efeze 2 (zie ook onder) legt geen verband tussen besnijdenis en doop. Ik lees ook hier dat besnijdenis staat versus kruisdood.
Deut 29 Vernieuwing van het verbond met God
1 Dit zijn de woorden van het verbond dat de HERE Mozes geboden heeft met de Israëlieten te sluiten in het land Moab, naast het verbond dat Hij met hen bij Horeb gesloten had.
2 Mozes dan riep geheel Israël tot zich en zeide tot hen: Gij hebt alles gezien wat de HERE in het land Egypte voor uw ogen Farao, al zijn dienaren en zijn gehele land heeft aangedaan: 3 de grote beproevingen, die gij met eigen ogen gezien hebt, die grote tekenen en wonderen. 4 Doch de HERE heeft u geen hart gegeven om te verstaan of ogen om te zien, of oren om te horen, tot op de huidige dag.
Deut 30 Na berouw verlossing
1 Wanneer dan al deze dingen over u komen, de zegen en de vloek, die ik u voorgehouden heb, en gij dit ter harte neemt te midden van al de volken, naar wier gebied de HERE, uw God, u verdreven heeft, 2 en wanneer gij u dan tot de HERE, uw God, bekeert en naar zijn stem luistert overeenkomstig alles wat ik u heden gebied, gij en uw kinderen, met geheel uw hart en met geheel uw ziel – 3 dan zal de HERE, uw God, in uw lot een keer brengen en Zich over u erbarmen; Hij zal u weer bijeenbrengen uit al de volken, naar wier gebied de HERE, uw God, u verstrooid heeft. 4 Al waren uw verdrevenen aan het einde des hemels, de HERE, uw God, zal u vandaar bijeenbrengen en vandaar halen; 5 de HERE, uw God, zal u brengen naar het land, dat uw vaderen bezeten hebben, gij zult het bezitten en Hij zal u weldoen en u talrijker maken dan uw vaderen. 6 En de HERE, uw God, zal uw hart en het hart van uw nakroost besnijden, zodat gij de HERE, uw God, liefhebt met geheel uw hart en met geheel uw ziel, opdat gij leeft.
Efeze 2
11 Bedenkt daarom dat gij, die vroeger heidenen waart naar het vlees, en onbesneden genoemd werdt door de zogenaamde besnijdenis, die werk van mensenhanden aan het vlees is, 12 dat gij te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht Israëls en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld. 13 Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus.
14 Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, 15 doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot één nieuwe mens te scheppen, 16 en de twee, tot één lichaam verbonden, weder met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft. 17 En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren; 18 want door Hem hebben wij beiden in één Geest de toegang tot de Vader. 19 Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, 20 gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is. 21 In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Here, 22 in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest.
zo maar weer wat ruwe gedachten over over verder te praten...
kajem
quote:
volgeling schreef op 17 mei 2006 om 21:09:Ik reageer morgen verder, maar ik wil nu een opmerking maken over Kol 2:11-12. Jij citeert uit de NBV. Laat ik een aantal nauwkeuriger vertalingen citeren:
Statenvertaling Herziening 1977In Wie gij ook besneden zijt met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses, door de besnijdenis van Christus; Zijnde met Hem begraven in de doop, in welke gij ook met Hem opgewekt zijt door het geloof der werking Gods, Die Hem uit de doden opgewekt heeft.
NBG 1951In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van Christus, daar gij met Hem begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook mede opgewekt door het geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewekt.
Telos NT vertaling 1982In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis, niet met handen verricht, in het uittrekken van het lichaam van het vlees, in de besnijdenis van Christus, met Hem begraven in de doop. In Hem bent u ook mee opgewekt door het geloof in de werking van God, die Hem uit de doden heeft opgewekt.
Herziene Statenvertaling 2004-hedenIn Hem bent u ook besneden met een besnijdenis die geen werk is van mensenhanden, in het uittrekken van het lichaam van de zonden van het vlees, door de besnijdenis van Christus. U bent immers met Hem begraven in de doop, waarin u ook met Hem bent opgewekt door het geloof in de werking van God, Die Hem uit de doden heeft opgewekt.
Willibrord 1995In Hem bent u ook besneden, niet door mensenhanden maar door het afleggen van het lichaam van de zonde, door de besnijdenis van Christus. In de doop bent u met Hem begraven, maar ook met Hem verrezen, door uw geloof in de kracht van God, die Hem uit de doden liet opstaan.
Het zal je opvallen dat geen enkele van deze 'betere' vertalingen het woordje 'omdat' gebruikt.