quote:
op 11 Mar 2003 16:59:58 schreef Pulpeet:
Je mag anderen niet afrekenen op jouw interpretatie van de bijbel.
Het oude testament leert ons, dat vanaf het eerste begin, al vanaf Abel, er van de het beste, van de eerstelingen aan God werden afgedragen. Abel deed dat in de vorm van een offer. Abraham gaf zijn tienden aan Melchisedek. Het volk Israël gaf zijn tienden van de oogst en van alle inkomsten aan de Levitische priesters, althans, dat zouden zij moeten doen. God is erg teleurgesteld over zijn volk. Hij zegt zelfs dat zij Hem beroven. Zo ziet Hij het niet afdragen van de tienden.
Toch denkt God daar niet alleen aan. Hij zou hen graag zegenen. Zegenen met overvloed. En dat zal Hij zeker doen als er weer tienden worden afgedragen.
In onze moderne tijd krijgen de meeste mensen hun inkomen door op een andere manier te werken dan op het land. Maar hoe het ook zij, feitelijk komt al ons inkomen uit de grond, en de grond, ja de hele aarde is van de Here. Dus alles wat we produceren en alles waar we geld mee verdienen is in oorsprong van God. Toch wil God niet alles hebben, Hij vraagt ons ti en procent van ons inkomen, de rest schenkt Hij ons dan.
Abraham gaf zijn tienden aan Melchisedek. Dat staat in het oude testament, maar ook in het nieuwe testament. Van Melchisedek wordt niet alleen verteld dat hij priester was van God in de tijd van Abraham, maar dat hij priester was van eeuwigheid af aan tot in alle eeuwigheid. Hij wordt in het nieuwe testament gelijkgesteld aan de Zoon van God. Aan deze priester betaalde Abraham dus zijn tienden, lang voordat God tijdelijk een ander priesterschap instelde: het Levitische.
In de brief aan de Hebreeën wordt uitgelegd dat er een verandering van priesterschap heeft plaatsgevonden. Het Levitische priesterschap heeft plaatsgemaakt voor het priesterschap naar de ordening van Melchisedek. Deze nieuwe hogepriester doet nu dienst in het heiligdom in de hemel. Hij zit aan de rechterzijde van de troon der majesteit in de hemelen. Jezus is die nieuwe hogepriester.
Daar is natuurlijk veel meer over te zeggen, maar we houden ons voor nu bij ons onderwerp: tienden.
Jezus is dus hogepriester naar de ordening van Melchisedek. De tiendenbetaling aan Hem is nooit afgeschaft. Wij moeten, ook vandaag, tienden afdragen aan onze hogepriester. En net als in het oude testament worden de tienden afgedragen aan de dienstknechten van God. Dat zijn nu niet meer de Levieten, maar nu zijn het Gods werkers die full- of part-time werken voor de Here en moeten leven van het evangelie. De gemeente waar je samenkomt heeft geld nodig, allerlei organisaties die zich met het evangelie bezig houden hebben geld nodig.
Vraag de grote hogepriester hoe je je tienden moet verdelen. Hij zal het je duidelijk maken. En God zal je zegenen. Je zal zien dat je met het gedeelte dat God je schenkt (die negentig procent) meer kunt doen, dan dat je vroeger kon met de honderd procent waarvan je dacht dat die van jou waren.