quote:
Een paar teksten die in ieder geval aangeven dat Jezus ook voor bevrijding kwam:
quote:
Joh. 8:32: U zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u bevrijden.
Mat. 1:21 Ze zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.
Luc. 24: (de Emmaüsgangers): Wij leefden in de hoop dat hij degene was die Israël zou bevrijden, maar inmiddels is het de derde dag sinds dit alles gebeurd is. 22 Bovendien hebben enkele vrouwen uit ons midden ons in verwarring gebracht. Toen ze vanmorgen vroeg naar het graf gingen, 23 vonden ze zijn lichaam daar niet en ze kwamen zeggen dat er engelen aan hen waren verschenen. De engelen zeiden dat hij leeft. 24 Een paar van ons zijn toen ook naar het graf gegaan en troffen het aan zoals de vrouwen hadden gezegd, maar Jezus zagen ze niet.’ 25 Toen zei hij (Jezus) tegen hen: ‘Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben? 26 Moest de messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’ 27 Daarna verklaarde hij hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon bij Mozes en de Profeten.
En verder zegt Jezus wel: 'Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal U rust geven, want mijn last is licht en mijn juk is zacht'. Dat is ook een vorm van bevrijding, toch? Overigens is het doel niet: bevrijding van alles, zodat je op je eigen kompas kunt gaan varen. Het doel is eerder: bevrijding van
verkeerde overheersing, en komen onder de gezonde en natuurlijke overheersing (zacht juk, heerschappij, koninkrijk) van God. Dat is gelijk ook waarom Jezus het zo vaak over het Koninkrijk der Hemelen heeft. Niet over het koninkrijk van eigengereide mensen, maar van Gods overheersing, waardoor de mens weer richting en sturing heeft, waar de mens ook nog eens beter van wordt (al is het hoofddoel, dat God weer de eer krijgt die Hij verdient).
quote:
Nu zou een gelijkstelling van de begrippen "Koninkrijk van God" en "nirvana" zowel christenen als boeddhisten aanstoot kunnen geven, daar deze begrippen voor beide partijen heilig kunnen zijn. "Moge hij of zij het nirvana bereiken", is een wens van elke boeddhist aan het adres van een stervende. Christenen hopen op dezelfde wijze dat het "koninkrijk van God" een ieders deel zal zijn. Hoeveel verschillen er tussen beide begrippen ook mogen zijn, toch is er in beginsel een zekere verwantschap in betekenis. In de oorspronkelijke prediking van de Boeddha en van Christus, verwijzen de begrippen "nirvana" en "koninkrijk van God" naar de volheid van het menselijk bestaan. Beide begrippen verwijzen naar een geestesgesteldheid van "geestelijke armoede", waarin de mens zijn zwakheden en geneigdheden heeft overwonnen. Natuurlijk zijn er ook graduele verschillen tussen beide begrippen. In sommige gelijkenissen waarin Christus het rijk van God verduidelijkt, heeft de nieuwe wereld niet alleen betrekking op het individuele bestaan van de mens, maar ook op het maatschappelijk samenleven van mensen. Toch beoogde Christus niet primair gestalte te geven aan nieuwe samenlevingsstructuren. Hij richtte zich tot mensen die die samenleving zouden kunnen opbouwen.
In het boeddhistische denken over bevrijding krijgt het besef dat authenticiteit van de mens niet geheel in een wereldse beleving van de werkelijkheid gevonden kan worden, een sterk accent. Voor het boeddhisme is het verwijderen van beletselen, die de mens pijnigen en van zichzelf doen vervreemden, in eerste instantie een existenti묥 beleving, een kwestie van "zien" (in welke omstandigheid de mens ook moge verkeren). In het christelijke denken over bevrijding wordt benadrukt dat het "koninkrijk van God" ook economische, politieke en sociale dimensies heeft. In de moderne christelijke theologie hebben de begrippen "vervreemding", "bevrijding" en "authenticiteit" vaak maatschappelijke en politieke ondertonen. Diverse christelijke bevrijdingstheologie뮬 inclusief feministische varianten, staan in dit teken. In het boeddhistische ideaal van zelfloosheid, wordt de moderne christelijke theologie voor een indringende vraag gesteld: in hoeverre zijn onze beelden van God -hoezeer ze ook gestempeld zijn door authentiek evangelische idealen van gerechtigheid, menselijkheid, liefde en barmhartigheid- niet onbewust dienstbaar te maken aan egoisme en zelfzucht. In hoeverre wordt ons geloof in een nieuwe hemel en een nieuwe aarde onbewust gevoed door de alledaagse moraal van materi묥 rijkdom en individualisme? Is de "geestelijke armoede", waarnaar de Boeddha en Christus verwijzen, niet een noodzakelijke voorwaarde voor de strijd tegen onrecht en armoede in de samenleving?
Ik denk dat het inderdaad alleen voor het
moderne christendom opgaat, dat de overeenkomsten zo groot zijn, en dat het evangelie en het beeld dat christenen van God hebben, vooral door humanistische denkkaders wordt ingegeven. Het doel wat ik hierboven schetste, is voor mij ook een duidelijk verschil tussen mij en moderne christenen

God is niet in dienst van mijn welbevinden en leven, maar ik ben in zijn dienst, en dat levert dan ook bevrijding en leven op, omdat God zijn dienstknechten (m/v) graag beloont (dat hóeft Hij niet, maar dóet Hij wel).