quote:
Volgens mij geeft de directe context van het woord 'christen' in handelingen (en in 1 Petrus) voldoende houvast om in ieder geval te bepalen wat door die twee auteurs als 'christelijk' gezien werd. Verder kan je kijken naar andere bronnen in die tijd, zoals bv. de bekende brief van Plinius de jongere aan Trajanus, en evt. het betwiste Testamentum Flavium.
quote:
Dat is wel erg simpel voorgesteld. Elk begrip heeft een 'grijs gebied', een onduidelijke periferie in het semantisch veld. Jij hebt toch verstand van patroonherkenning? Daarbij loop je er voortdurend tegenaan. Dat geldt voor deuren (waar ligt de grens tussen deur en niet-deur?), maar zeker voor kapitalisten en christenen.
Klopt, maar er zijn wel mensen aan te geven die absoluut geen kapitalist zijn, of juist helemaal wel. En we kunnen ook redelijk aangeven of iets in het vage gebied zit of niet. We kunnen wel het 'stereotype' kapitalist (of Christen) bepalen, lijkt me.
quote:
(..knip..)
Ik denk dat de mensen die jij bedoelt zelf wel een continuïteit zien.
Als je alleen je eigen versie van het christendom als de ware en de beste variant ziet, heb je geen probleem. Dan is de rest allemaal links of rechts afgevallen en is het vrij gemakkelijk om te bepalen wie christen is of niet. Maar het lijkt me niet dat iedere christen het met jouw oordeel over zijn al dan niet christen zijn, eens zal zijn. Heb jij dan het laatste woord?
We zijn niet alleen op zoek naar 'continuïteit', maar naar 'identiteit'. Ik kan best continuïteit zien tussen de hedendaagse PvdA, en de communisten van Marx pakweg 100 jaar geleden, maar ik zie ook dat het geen identiteit is. De PvdA is geen communistische partij, maar een stroming die daar z'n wortels in heeft, maar verder ontwikkeld is (geen waarde oordeel).
Om te kijken of er sprake van identiteit is, moet je kijken naar de oudste bronnen, handelingen en 1 petrus, etc. Als ik in handelingen ga neuzen, dan zie ik o.a. het volgende (in volgorde van hoofdstukken):
quote:
hand.1
3 aan wie Hij Zich ook na zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen lang hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft
11 die ook zeiden: Galileese mannen, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen.
hand.2
24 God evenwel heeft Hem opgewekt, want Hij verbrak de weeën van de dood, naardien het niet mogelijk was, dat Hij door hem werd vastgehouden.
31 heeft hij in de toekomst gezien en gesproken van de opstanding van de Christus, dat Hij niet aan het dodenrijk is overgelaten, noch zijn vlees ontbinding heeft gezien. 32 Deze Jezus heeft God opgewekt, waarvan wij allen getuigen zijn. 33 Nu Hij dan door de rechterhand Gods verhoogd is en de belofte des heiligen Geestes van de Vader ontvangen heeft, heeft Hij dit uitgestort, wat gíj en ziet en hoort.
38 En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des heiligen Geestes ontvangen.
hand. 3
De God van Abraham en Isaak en Jakob, de God onzer vaderen, heeft zijn knecht Jezus verheerlijkt, die gij hebt overgeleverd en verloochend ten overstaan van Pilatus, ofschoon deze oordeelde, dat men Hem moest loslaten. 14 Doch gij hebt de Heilige en Rechtvaardige verloochend en begeerd, dat u een man, die een moordenaar was, geschonken zou worden; 15 en de Leidsman ten leven hebt gij gedood, maar God heeft Hem opgewekt uit de doden, waarvan wij getuigen zijn. 16 En op het geloof in zijn naam heeft zijn naam deze, die gij ziet en kent, sterk gemaakt; en het geloof door Hem heeft hem dit volkomen herstel gegeven in u aller tegenwoordigheid.
20 en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende; 21 Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten, van oudsher.
hand.4
1 En terwijl zij tot het volk spraken, overvielen hen de priesters, de hoofdman van de tempel en de Sadduceeën, 2 zeer verontwaardigd, omdat zij het volk leerden en in Jezus de opstanding uit de doden verkondigden;
10 dan moet aan u allen en het ganse volk van Israël bekend zijn, dat door de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër, die gij gekruisigd hebt, maar die God heeft opgewekt uit de doden, dat door die naam deze hier gezond voor u staat. 11 Dit is de steen, door u, de bouwlieden, versmaad, die nochtans tot hoeksteen is geworden. 12 En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden.
hand.5
30 De God onzer vaderen heeft Jezus opgewekt, die gij hebt gehangen aan een hout en omgebracht; 31 Hem heeft God door zijn rechterhand verhoogd, tot een Leidsman en Heiland om Israël bekering en vergeving van zonden te schenken. 32 En wij zijn getuigen van deze dingen en ook de heilige Geest, die God hun gegeven heeft, die Hem gehoorzaam zijn
41 Zij dan gingen uit de Raad weg, verblijd, dat zij verwaardigd waren ter wille van de naam smadelijk behandeld te zijn; 42 en zonder ophouden, iedere dag, leerden zij in de tempel en aan huis, en verkondigden het evangelie, dat de Christus Jezus is.
hand.7
59 En zij stenigden Stefanus, die de Here aanriep, zeggende: Here Jezus, ontvang mijn geest. 60 En op de knieën vallende, riep hij met luider stem: Here, reken hun deze zonde niet toe! En met deze woorden ontsliep hij. En Saulus stemde in met zijn terechtstelling.
hand.8
16 Want deze was nog over niemand van hen gekomen, maar zij waren alleen gedoopt in de naam van de Here Jezus. 17 Toen legden zij hun de handen op en zij ontvingen de heilige Geest.
30 En Filippus liep snel erheen en hoorde hem de profeet Jesaja lezen en zeide: Verstaat gij wat gij leest? 31 En hij zeide: Hoe zou ik dit kunnen, als niet iemand mij de weg wijst? En hij verzocht Filippus in te stappen en naast hem te komen zitten. 32 En het gedeelte van de Schrift, dat hij las, was dit:
Gelijk een schaap werd Hij ter slachting geleid;
en gelijk een lam stemmeloos is tegenover de scheerder,
zo doet Hij zijn mond niet open.
33 In de vernedering werd zijn oordeel weggenomen:
wie zal zijn afkomst verhalen?
Want zijn leven wordt van de aarde weggenomen.
34 En de kamerling antwoordde, en zeide tot Filippus: Ik vraag u, van wie zegt de profeet dit? Van zichzelf of van iemand anders? 35 En Filippus opende zijn mond, en uitgaande van dat schriftwoord, predikte hij hem Jezus.
hand.9
3 En terwijl hij daarheen op weg was, geschiedde het, toen hij Damascus naderde, dat hem plotseling licht uit de hemel omstraalde; 4 en ter aarde gevallen, hoorde hij een stem tot zich zeggen: Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij? 5 En hij zeide: Wie zijt Gij, Here? En Hij zeide: Ik ben Jezus, die gij vervolgt. 6 Maar sta op en ga de stad binnen en daar zal u gezegd worden, wat gij doen moet. 7 En de mannen, die met hem reisden, stonden sprakeloos, daar zij wel de stem hoorden, maar niemand zagen. 8 En Saulus stond op van de grond en hoewel hij zijn ogen open had, kon hij niets zien, en zij leidden hem bij de hand en brachten hem naar Damascus. 9 En hij kon drie dagen lang niet zien, en hij at of dronk niet.
15 Maar de Here zeide tot hem: Ga, want deze is Mij een uitverkoren werktuig om mijn naam te brengen voor heidenen en koningen en [de] kinderen Israëls; 16 want Ik zal hem tonen, hoeveel hij lijden moet ter wille van mijn naam
En het geschiedde, toen Saulus enige dagen bij de discipelen te Damascus was, 20 dat hij terstond in de synagogen verkondigde, dat Jezus de Zoon van God is. 21 En allen, die het hoorden, stonden verbaasd en zeiden: Is dit niet de man, die te Jeruzalem uitroeide, wie deze naam aanriepen, en die hier gekomen is met het doel hen gevankelijk voor de overpriesters te brengen? 22 Doch Saulus trad steeds krachtiger op en bracht de Joden, die te Damascus woonden, in verwarring door te bewijzen, dat deze de Christus is.
hand.10
34 En Petrus opende zijn mond en zeide: Inderdaad bemerk ik, dat er bij God geen aanneming des persoons is, 35 maar onder elk volk is wie Hem vereert en gerechtigheid werkt, Hem welgevallig, 36 naar het woord, dat Hij heeft doen brengen aan de kinderen Israëls om vrede te verkondigen door Jezus Christus. Deze is aller Heer
42 en Hij heeft ons geboden het volk te prediken en te betuigen, dat Hij het is, die door God is aangesteld tot rechter over levenden en doden. 43 Van Hem getuigen alle profeten, dat een ieder, die in Hem gelooft, vergeving van zonden ontvangt door zijn naam.
hand.11
26 En het geschiedde, dat zij een vol jaar in de gemeente gastvrij ontvangen werden en een brede schare leerden en dat de discipelen het eerst te Antiochië Christenen genoemd werden.
Ik kan nog wel verder gaan, maar volgens mij geven de bovenstaande citaten al aardig de profielschets van een christen weer, zoals dat in het boek handelingen bedoelt wordt. Christenen geloven kennelijk:
- Jezus is opgestaan uit de doden, opgewekt door God (o.a. 1:3, 2:24, 2:32, 3:15, 4:10, ..)
- Jezus is Here over alles (10:36)
- Jezus is Zoon van God (9:20)
- Jezus kan de Heilige Geest uitdelen (2:33)
- Jezus is Heiland, leidsman ten leven, de rechtvaardige, ... (3:15, 5:31)
- Jezus zal opnieuw komen (1:11, 3:21)
- Jezus is de 'knecht des Heren' uit de Jesaja-profetie (8:32)
- Jezus is de Christus, de Messias (5:41, 9:22)
- Jezus heeft de macht om onze geest te ontvangen (7:59)
- Jezus heeft de macht om zonden te vergeven (7:60, 5:31, 13:38)
- gelovigen moeten gedoopt zijn in de naam van Jezus (2:38)
- geloof in Jezus brengt behoud (2:38, 4:12)
ik ben vast niet volledig geweest, maar deze opsomming geeft toch aardig aan wat christenen volgens de auteur van handelingen geloven. We kunnen wel gaan discussieren dat het begrip 'christen' toch ook veranderd kan zijn, maar dan moet er weer een nieuw begrip komen om de mensen die bovenstaande geloven, aan te duiden. Woorden kunnen van betekenis en denotatie veranderen, maar bovenstaande verzameling verandert niet - krijgt hooguit een andere naam.