quote:
Pooh schreef op 09 december 2005 om 13:58:Een interessante, maar nogal gezochte vertaling. ἀναμάρτητος ὑμῶν, zonder context, zou je in het Nederlands vertalen met "de onschuldigen van u", of "de onschuldigen onder u".
Het in de grondtekst gebruikte woord ‘humoon’ is een genitief (2e naamval); namelijk het bezittelijk voornaamwoord: uw (van u).
Dit woord komt veel voor in het NT en wordt normaliter als zodanig gebruikt, dus als: ‘uw’.
- Zie bijvoorbeeld in hetzelfde hoofdstuk Joh.8:21 ‘uw zonden’ = Amartia humoon,
- Of iets eerder in Joh. 6:49 ‘
Uw vaders’ = Patres humoon
- En zeer veel andere voorbeelden.
Dus zonder context zou het dan zijn: “
uw onschuldige.” (niet: ‘de onschuldigen onder u’)
Maar vertalen kan natuurlijk nooit zonder de context !
En betreffende de context, laten we eens eerst de kop en de staart pakken (vs 5 en 11)
- In vers 5 wordt een uitspraak gevraagd naar aanleiding van de wet van Mozes:
“En
Mozes heeft ons in de
wet geboden, . . . , Gij dan, wat zegt Gij?”
- In vers 11 word uiteindelijk de uitspraak genoemd, dat Jezus haar niet
veroordeelt. “En Jezus zeide tot haar: Zo
veroordeel Ik u ook niet; . . “.
Gaat dit feit van al dan niet
veroordelen nu
volgens de wet van Mozes? Ja of nee?
Volgens de wet van Mozes zijn er 2 criteria om überhaupt te mogen veroordelen. Namelijk: Er moet minimaal 2 getuigen zijn. En de getuigen zullen als eerste zich moeten keren tegen de beschuldigde om die te doden:
Op den mond van twee getuigen, of drie getuigen, zal hij gedood worden, die sterven zal; op den mond van een enigen getuige zal hij niet gedood worden.” (Deutr.17:6, Deutr.19:15; 17:6 ,Num.35:30, zie ook: Hebr.10:28; Matt.18:16; 2 Kor.13:1).
De hand der getuigen zal eerst tegen hem zijn, om hem te doden, en daarna de hand des gansen volks; zo zult gij het boze uit het midden van u wegdoen.” (Deutr.17:7).
Als je dus bovenstaande 2 punten samenvat, geldt er, dat om überhaupt te mogen veroordelen via de wet van Mozes, je moet kunnen zeggen:
“
Uw getuigen (min.2), laat deze als eerste ‘de steen werpen’. ”
Deze conclusie is dus puur gebaseerd op de wet van Mozes en nog helemaal los van de tekst.
Maar het frappante is, dat de tekst vrijwel hetzelfde zegt, namelijk:
“Uw onschuldige, werpe als eerste den steen …”
Dus het is geenszins ver gezocht, want alles valt gewoon op zijn plaats.
Uit de context blijkt duidelijk dat er bedoelt wordt:
“Uw getuige, werpe als eerste den steen …”
Bedenk overigens, dat vertalen geen exacte wetenschap is, woorden hebben vaak overlappende betekenissen, en afhankelijk van de context kan het een of het andere bedoeld worden.
Zo hebben aanklagers bij elk proces met 2 partijen te doen, namelijk de beschuldigden en de getuigen. Daarom zullen de Farizieën met 2 partijen naar Jezus toe moeten gaan om een veroordeling te krijgen. Jezus kan dan vragen:
- waar is uw ene partij, uw ‘schuldige partij’ (de beschuldigden), en
- waar is uw andere partij, uw niet-‘schuldige partij’ (c.q. onschuldige partij), dus in de context van een proces: “uw getuigen”.
Jezus zit niet de vragen te omzeilen, Hij loopt niet te draaien. Hij is recht door zee. Hij houdt zich consequent aan de wet. En het is niet zo, dat Jezus de Farizieën te slim af is geweest met een spitsvondigheidje. Nee, de wet is Jezus volle ernst.
DoelNog even over het doel van de Farizieën:
“
En Mozes heeft ons in de wet geboden, . . . , Gij dan, wat zegt Gij? En dit zeiden zij, Hem verzoekende, opdat zij iets hadden, om Hem te beschuldigen”.
Dus klaarblijkelijk gaat het om een dilemma c.q. strikvraag zoals men Jezus wel vaker vragen stelde (b.v. over het recht van de romeinse keizer in Matt.22:15-22).
Wat het dilemma precies is staat er niet expliciet bij. In ieder geval is het
enerzijds de wet van Mozes en
anderzijds misschien inderdaad de wet van de romeinen.
In dat geval, wat Jezus ook kiest ze kunnen hem dan altijd beschuldigen: of dat hij tegen de wet van Mozes ingaat of dat hij tegen het romeins gezag ingaat, dat ze niet eigenhandig mochten stenigen zonder toestemming van de romeinen. Omdat bij Jezus kruisiging ze ook gingen naar het wettige gezag; naar de romeinen. (eigenlijk zelfde voorbeeld als de strikvraag: “mag je de bezetters, de romeinen, belastig betalen?”(Mattt.22)).
Het dilemma zou ook kunnen zijn dat de wet van Mozes, zoals steniging van die overspelige vrouw, niet meer werd toegepast in die tijd en inderdaad een impopulaire actie was. Dan was het dilemma: Kiest Hij voor de wet van Mozes zichzelf daarmede impopulair makend (schuldig voor het volksmoraal)
of laat Hij zien dat de wet van Mozes van eeuwen daarvoor, dat je in die tijd, in de gebrokenheid van het leven, niet zomaar kon toepassen, waarmede Hij dan tegen de wet van Mozes zou ingaan.
De conclusie is in beide gevallen:
Jezus kiest consequent voor de wet. Zelfs consequenter dan dat de Farizieën klaarblijkelijk voor mogelijk hielden. Want door Jezus handelwijze kwam de strikvraag die ze voor Jezus in petto hadden, in feite weer terug op hun bordje !
Nu moesten de Farizeeën (met hun, al dan niet aanwezige, opgevoerde getuigen) een keuze maken waarvan ze van te voren bedacht hadden: wat je ook kiest ik ga je erop ’pakken’.
quote:
Opvallend is ook dat echt alle bijbelvertalers daarvoor gekozen hebben. (iig alle vertalingen op biblija in een begrijpelijke taal)
Dat zou kunnen, maar
so what ? sterkte van het argument gaat voor macht van het getal.