quote:
Ik heb vast overlappingen met de anderen die al hebben gereageerd, maar ik volg even je vijf punten.

quote:
1. Het volk klaagt over gebrek aan vlees.
Het volk klaagt, maar het begint met
vers 4a: Het samenraapsel nu, dat zich onder hen bevond, werd met gulzig begeren vervuld;
Dit zijn waarschijnlijk een soort 'afvalligen'-o.id. en die begonnen met mopperen. Dit voorbeeld volgend begon het volk ook te mopperen. Je zou dus zeggen als je dit leest dat het samenraapsel niet tot het echte volk Israel behoorde:
vers 4b: ook de Israëlieten begonnen weer te jammeren en zeiden: Wie geeft ons vlees te eten?
NT-toepassing kun je zien in dit gedeelte:
Hand 20:28 Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, die Hij Zich door het bloed van zijn Eigene verworven heeft. 29 Zelf weet ik, dat na mijn heengaan
grimmige wolven bij u zullen binnenkomen, die de kudde niet zullen sparen; 30 en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan, die verkeerde dingen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken.Ze klagen over gebrek aan vlees. Je leest echter ook dat vlees en wat ze verder nog opnoemen, en wat ze missen, hoort bij wat ze in Egypte te eten hadden.
De slavernij etc hebben ze het nieteens over. Daar zijn ze van verlost - en dat is natuurlijk goed en prettig voor hen, maar wat zonde dat ze al die overvloed aan eten moeten missen
de vleespotten van Egypte. En dat is toch een slag in het gezicht van God.
Verder was
Gods voedsel voor hen in de woestijn het manna:
Vers 6 Maar nu drogen wij uit, er is in het geheel niets, wij krijgen alleen dit man te zien. 7 Het man nu leek op korianderzaad en het zag er uit als balsemhars;
Het staat ook genoemd in bv Neh 9,15
Brood uit de hemel hebt Gij hun gegeven voor hun honger, en water voor hen uit een rots doen komen voor hun dorst. en in de Psalmen.
Maar ook hier is er is een diepere betekenis die je ook uit het NT kan halen.
Bv:
Johannes 6 31 Onze vaderen hebben het manna in de woestijn gegeten, zoals geschreven is: Brood uit de hemel gaf Hij hun te eten.
32 Jezus zeide dan tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven,
maar mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel; 33 want dát is het brood Gods, dat uit de hemel nederdaalt en aan de wereld het leven geeft. 34 Zij zeiden dan tot Hem: Here, geef ons altijd dit brood. 35 Jezus zeide tot hen: Ik ben het brood des levens; wie tot Mij komt, zal nimmermeer hongeren en wie in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.
Ook wordt deze verbinding gelegd in het NT waar Israel ons ten voorbeeld wordt gesteld waarvan:
1 Kor. 10 3 allen
hetzelfde geestelijke voedsel aten, 4 en allen dezelfde geestelijke drank dronken, want zij dronken uit een geestelijke rots, welke met hen medeging, en die rots was de Christus. 5 En toch heeft God in het merendeel van hen geen welgevallen gehad, want zij werden neergeveld in de woestijn.
Vers 5 geeft dan aan dat Hij in de meesten van hen geen welgevallen had. Bv -al staat dat er net niet bij:
dat ze Gods voedsel voor hen, het geestelijke voedsel in wezen Christus, weigerden en zich met het eten en de behoeften van Egypte wilden vullen.
Egypte staat wel voor
de wereld waar we uit verlost zijn als gelovigen - we zijn door de Rode zee gegaan - de scheiding door de doop (hoe je die dan ook verder invult

) en nu zijn we op reis in de woestijn tot we aan het einde daarvan het beloofde land verkrijgen.
En wat zeggen de mensen nu: we willen geen geestelijk voedsel wat God ons geeft op onze reis (voedt het leven wat je hebt gekregen van/door de Heilige Geest) maar we willen ons vlees koesteren en voeden. Terwijl we nu juist in het NT worden opgeroepen:
het vlees met zijn misleidende begeerten te doden.
Want dat vlees hoort bij het leven wat we hadden toen we nog zonder God leefden.
quote:
2. God zegt: je ZAL vlees eten, tot het je neus uit komt.
Ik denk dat hiermee bedoeld wordt dat ze na een maand kwartels er ook meer dan genoeg van zouden hebben. (En zouden ze gaan mopperen waarom ze geen ander vlees kregen bv)
quote:
3. God zendt een heleboel kwartels.
Hij geeft hen wat ze wilden
quote:
4. Het volk neemt een hapje
En wel iets meer. Vergelijk het manna - daar mochten ze per dag een vastegestelde hoeveelheid van verzamelen. En hier gaan ze te keer of ze alles in één keer willen opeten - en pas op anders krijgen we niet genoeg. etc. Terwijl het dertig dagen zou komen. Geen vertrouwen dus.
quote:
5. God slaat het volk met een grote plaag.
Hierover staat ook wat in de Psalmen.
Vanwege de verwijzingen quote ik even de Statenvertaling:
Psalm 106 13 Doch spoedig vergaten zij zijn daden
en wachtten niet op zijn raad;
[106:14] Ex 16:3. Num 11:4,6,33. Ps 78:18. 1 Kor 10:6.
Maar zij werden bevangen met lust in de woestijn, en zij verzochten God in de wildernis.
15 Toen gaf Hij hun hun begeerte; maar Hij
[106:15] Num 11:20,33. Ps 78:30,31. Jes 10:16.
zond aan hun zielen een magerheid.
Hij gaf hen het vlees wat ze verlangden, maar hierdoor was er geen geestelijke groei (overdrachtelijk gesproken) maar bleven ze mager (NBG: henzelf deed Hij wegteren)
Uiteindelijk is dat dus de doodssteek voor je 'leven met God'
Vergl
Rom 8,6Want de gezindheid van het vlees is de dood,
en dat is het beeld van het oordeel dat God een plaag zend en hen doodt. Neervelt in de woestijn. (vergl. 1 Kor. 10)
quote:
Voor de duidelijkheid wilde ik er eerst even vanuit gaan dat dit verhaal historisch waar is, maar voor overdrachtelijke opvattingen sta ik ook open.
Ik heb er een paar genoemd.
