quote:
1 Joh. 3:
11 Dit is immers wat u vanaf het begin hebt horen verkondigen: dat we elkaar moeten liefhebben 12 en niet moeten doen zoals Kaïn, die voortkwam uit hem die het kwaad zelf is, en zijn broer doodsloeg. En waarom sloeg hij hem dood? Omdat zijn eigen daden slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig.
Afgelopen zondag werd o.a. bovenstaande tekst in de kerk voorgelezen. Het vetgedrukte deel viel me op. Het is anders verwoord dan in de NBG, hier staat: “hij was uit de boze”. Maar er staat niet bij dat “hij
voortgekomen is uit hem die het kwaad zelf is”.
Hoe moet ik dat “voortgekomen” verstaan? Betekent dat door geboorte of kwam dit door een keuze?
Verder is er viermaal in de evangeliën door de Here Jezus de benaming “adderengebroed” gebruikt tegen de Farizeeën.
quote:
Joh. 8: 44
44 Uw vader is de duivel, en u doet maar al te graag wat uw vader wil. Hij is vanaf het begin een moordenaar geweest. Hij hoort niet bij de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is. Wanneer hij liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen.
Wij zouden het toch niet in ons hoofd halen om tegen medegelovigen (zoals de Farizeeën) te zeggen: “gij hebt de duivel tot vader”. Om in kerkelijke termen te blijven zouden we hen zelfs “verbondskinderen” noemen.
quote:
Matheus 13:
24 Nog een gelijkenis hield Hij hun voor en Hij zeide: Het Koninkrijk der hemelen komt overeen met iemand, die goed zaad gezaaid had in zijn akker. 25 Doch terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide er onkruid overheen, midden tussen het koren, en ging weg. 26 Toen het graan opkwam en vrucht zette, toen kwam ook het onkruid te voorschijn. 27 Daarna kwamen de slaven van de eigenaar en zeiden tot hem: Heer, hebt gij niet goed zaad in uw akker gezaaid? Hoe komt hij dan aan onkruid? 28 Hij zeide tot hen: Dat heeft een vijandig mens gedaan. 29 De slaven zeiden tot hem: Wilt gij dan, dat wij het bijeenhalen? Hij zeide: Neen, want bij het bijeenhalen van het onkruid zoudt gij tevens het koren kunnen uittrekken. 30 Laat beide samen opgroeien tot de oogst. En in de oogsttijd zal ik tot de maaiers zeggen: Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bossen om het te verbranden, maar brengt het koren bijeen in mijn schuur.
Ik heb het gevoel dat bovenvermelde teksten te maken hebben met het schriftgedeelte uit Matheus 13.
Klopt dat? Is er iemand die hierover iets op grond van de bijbel kan zeggen?