Auteur Topic: Toeval?  (gelezen 2495 keer)

Scholasticus

  • Berichten: 365
    • Bekijk profiel
Toeval?
« Gepost op: februari 03, 2006, 11:29:19 am »
In het topic Het Credo van Nicea, en wat het betekent in de praktijk schreef diak2b over 'toeval':

quote:

Dat betekent wat mij betreft een almachtige Vader en Schepper die alles in Zijn hand houdt. Hierin speelt de voorzienigheid een rol: "De zorg van God voor de wereld noemen wij de goddelijke Voorzienigheid. 'Zij reikt van het ene einde tot het andere met kracht en zij regeert het heelal met goedheid'. Wijsh. 8, 1." (Schoolcatechismus)

Dus inderdaad, aangezien God alles tot Zijn doel leidt, alles, kan ik niet geloven in toeval.

Mijns inziens is het zinvol om te onderscheiden tussen twee betekenissen van 'toeval' en 'toevallig':

1. als een gebeuren dat zich voltrekt buiten Gods weten, willen, en beslissen om; het gebeurt 'zomaar', en God 'kan er ook niets aan doen'. In deze betekenis geloof ik beslist niet dat toeval bestaat. Voor het religieuze spreken is dit de primaire betekenis. Naast het citaat dat je uit de RK Schoolcatechismus gaf, zou ik passages kunnen plaatsen uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis, art. 13:

quote:

Artikel 13 - Gods voorzienigheid

Wij geloven dat deze goede God, nadat Hij alle dingen geschapen had, ze niet aan zichzelf heeft overgelaten, of aan het toeval of het lot heeft prijsgegeven, maar ze overeenkomstig zijn heilige wil zo leidt en regeert, dat in deze wereld niets gebeurt zonder zijn beschikking. Toch is God niet de bewerker van de zonde die gedaan wordt, en evenmin draagt Hij er de schuld van. Want zijn macht en goedheid zijn zó groot en gaan ons begrip zó te boven, dat Hij zijn werk zeer goed en rechtvaardig beschikt en doet, ook al handelen de duivelen en goddelozen onrechtvaardig. En al wat in zijn doen het menselijk verstand te boven gaat, willen wij niet nieuwsgierig onderzoeken, verder dan ons begrip reikt. Maar in alle ootmoed en eerbied aanbidden wij de rechtvaardige beslissingen van God, die voor ons verborgen zijn. Wij stellen ons ermee tevreden, dat wij leerlingen van Christus zijn, om slechts te leren wat Hij ons onderwijst door zijn Woord, zonder deze grenzen te overschrijden.
Deze leer schenkt ons een onuitsprekelijke troost, als wij erdoor leren verstaan dat ons niets bij toeval kan gebeuren, maar dat alles ons alleen overkomt door de beschikking van onze goedertieren hemelse Vader. Hij waakt over ons met een vaderlijke zorg, terwijl Hij zó over alle schepselen heerst, dat niet één haar van ons hoofd — want die zijn alle geteld — en niet één musje ter aarde zal vallen zonder de wil van onze Vader (Mat. 10:29, 30). Hierop stellen wij ons vertrouwen, omdat wij weten dat Hij de duivelen en al onze vijanden in toom houdt en zij ons zonder zijn toelating en wil niet kunnen schaden.
Daarom verwerpen wij de verfoeilijke dwaling van de epicureeërs, die zeggen dat God Zich nergens mee bemoeit en alles aan het toeval overlaat.
en de Heidelbergse Catechismus, zondag 10:

quote:

Vraag 27: Wat verstaat u onder Gods voorzienigheid?

Antwoord:
De almachtige en tegenwoordige kracht van God, waardoor Hij hemel en aarde, met alle schepselen, als met zijn hand in stand houdt en zó regeert, dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, eten en drinken, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede en alle dingen, niet bij toeval, maar uit zijn vaderhand ons ten deel vallen.

Vraag 28: Waarom is het voor ons belangrijk te weten dat God alles geschapen heeft en nog door zijn voorzienigheid in stand houdt?

Antwoord:
Om in alle tegenspoed geduldig, in voorspoed dankbaar te zijn en voor de toekomst dit vaste vertrouwen te hebben in onze trouwe God en Vader, dat geen schepsel ons van zijn liefde scheiden zal. Want alle schepselen zijn zo in zijn hand, dat zij zich tegen zijn wil niet roeren of bewegen kunnen.


Bij deze belijdenisteksten kun je opmerken dat:
- toeval staat tegenover Gods vaderhand
- God de wereld niet aan het toeval overlaat
Dat wil nog niet persé zeggen dat er niet op een bepaalde manier toeval is. Een gewaagde stelling: juist het feit dat God de wereld niet aan het toeval overlaat bewijst dat er wel toeval is.

2. Dat brengt me bij de tweede betekenis van 'toeval': namelijk die in filosofische, nader bepaald, logisch-ontologische zin. Hier staat 'toeval' niet tegenover 'Gods bestuur', maar tegenover 'noodzakelijkheid'. De technische term voor 'toeval' is 'contingentie'. De vraag is hier, allereerst op het niveau van de creatuurlijke oorzaken, of alles wat er gebeurt noodzakelijkerwijs gebeurt op grond van een keten van noodzakelijk werkende oorzaken. Dat zou betekenen dat alles zich maar in één richting kan voltrekken, dat de uitkomst volstrekt vastligt, en dat er geen reëel alternatief is voor de werkelijke stand van zaken. De andere optie is, dat er op dit niveau van creatuurlijke zaken wél ruimte is voor alternatieven, dat de keten van oorzaken niet strikt gesloten is, en dat er niet een afloop in één richting vastligt. Ik ben door de publicaties over Duns Scotus, die ik noemde, overtuigd van de juistheid van de tweede opvatting, en de onjuistheid, de inconsistentie en het gevaar van de eerste opvatting.
Een vervolgvraag, die de zaak wat ingewikkelder maakt, is het betrekken van de creatuurlijke contingentie op God. Als God weet wat er (contingent) gebeurt, en ook wil dat het (contingent) gebeurt, wordt het contingente dan daarmee toch niet noodzakelijk? Een reden voor die aanname is, dat God zelf in zijn bestaan en wezen als noodzakelijk gedacht wordt. Omdat bovendien, volgens de traditionele Godsleer, Gods eigenschappen (waaronder verstand en wil) identiek zijn met Gods wezen, geldt dat ook het verstand en de wil van God noodzakelijk zijn. Daaruit leiden velen af dat het concrete kennen en willen door God van een bepaalde stand van zaken eveneens noodzakelijk is: gegeven dat God het zo weet en wil, kan het niet anders zijn.
Andere scholastici, te beginnen met Duns Scotus, bestrijden deze gevolgtrekking. Zij zeggen: het verstand en de wil van God zijn, wanneer ze betrekking hebben op contingente zaken, in die betrekking zelf niet noodzakelijk, maar contingent. Sterker, de contingentie van de creatuurlijke zaken is gebaseerd op de vrije wil van God die kan kiezen uit alternatieve opties.
Ook bij deze opvatting kan op een bepaalde manier wel over de noodzakelijkheid van Gods kennis en wil van de contingente dingen gesproken worden. Dit is echter niet een 'harde', 'absolute' en 'materiële' noodzakelijkheid, maar een 'relatieve' en 'implicatieve' noodzakelijkheid. Dat wil zeggen: het is noodzakelijk dat, als God wil dat ik pindakaas op mijn brood smeer (en geen jam), ik inderdaad brood met pindakaas eet. Maar zowel die pindakaas als het feit dat God dit wil zijn zelf niet noodzakelijk.

Sorry voor alle lezers, dit is een nogal technische uiteenzetting geworden. Bij het tweede punt heb ik nog veel details moeten weglaten, waarvoor ik nogmaals verwijs naar A. Vos e.a., Contingentie en vrijheid. Lectura I 39 en Andreas Beck & Henri Veldhuis (red.), Geloof geeft te denken. Opstellen over de theologie van Johannes Duns Scotus.

Ik ben echter van mening dat het om een niet onbelangrijk punt gaat: hoe zit onze geschapen werkelijkheid in elkaar? hoe verhoudt God zich tot die werkelijkheid? Op welke manier is er wel of niet over 'toeval' te spreken?
« Laatst bewerkt op: februari 04, 2006, 08:51:26 am door Scholasticus »

klaas f

  • Berichten: 348
    • Bekijk profiel
Toeval?
« Reactie #1 Gepost op: februari 03, 2006, 11:35:56 am »

quote:

hoe verhoudt God zich tot die werkelijkheid?
Lijkt me een sofisme! God ìs de werkelijkheid...
vriendelijke groet, klaas.

Scholasticus

  • Berichten: 365
    • Bekijk profiel
Toeval?
« Reactie #2 Gepost op: februari 03, 2006, 11:51:05 am »

quote:

klaas f schreef op 03 februari 2006 om 11:35:
[...]


Lijkt me een sofisme! God ìs de werkelijkheid...
Gewijzigd in 'onze geschapen werkelijkheid'. Dan geldt jouw gelijkstelling niet meer, en is het ook geen sofisme.

diak2b

  • Berichten: 6897
    • Bekijk profiel
Toeval?
« Reactie #3 Gepost op: februari 03, 2006, 12:11:02 pm »

quote:

Scholasticus schreef op 03 februari 2006 om 11:29:
Bij deze belijdenisteksten kun je opmerken dat:
- toeval staat tegenover Gods vaderhand
- God de wereld niet aan het toeval overlaat
Dat wil nog niet persé zeggen dat er niet op een bepaalde manier toeval is. Een gewaagde stelling: juist het feit dat God de wereld niet aan het toeval overlaat bewijst dat er wel toeval is.
Gewaagde stelling, maar mooi in zijn gewaagdheid. Ik heb geen antwoord, anders dan dat ik hier over ga nadenken.

quote:

Ik ben door de publicaties over Duns Scotus, die ik noemde, overtuigd van de juistheid van de tweede opvatting, en de onjuistheid, de inconsistentie en het gevaar van de eerste opvatting.
In deze zin begrepen, zou ik zelf niet geneigd zijn over toeval te spreken, maar dat kan aan de beperktheid van mijn vocabulair liggen. Maar dat deze opvatting juist is, moet zijn zelfs, onderscrhijf ik. Het alternatief is het Deïsme van Aristoteles, en dat is imho volledig onchristelijk.

quote:

Een vervolgvraag, die de zaak wat ingewikkelder maakt, is het betrekken van de creatuurlijke contingentie op God. Als God weet wat er (contingent) gebeurt, en ook wil dat het (contingent) gebeurt, wordt het contingente dan daarmee toch niet noodzakelijk? Een reden voor die aanname is, dat God zelf in zijn bestaan en wezen als noodzakelijk gedacht wordt. Omdat bovendien, volgens de traditionele Godsleer, Gods eigenschappen (waaronder verstand en wil) identiek zijn met Gods wezen, geldt dat ook het verstand en de wil van God noodzakelijk zijn. Daaruit leiden velen af dat het concrete kennen en willen door God van een bepaalde stand van zaken eveneens noodzakelijk is: gegeven dat God het zo weet en wil, kan het niet anders zijn.
Die redenering kan ik volgen, maar niet onderschrijven. Ze verondersteld de noodzakelijkheid van God, en die onderschrijf ik niet.

quote:

Andere scholastici, te beginnen met Duns Scotus, bestrijden deze gevolgtrekking. Zij zeggen: het verstand en de wil van God zijn, wanneer ze betrekking hebben op contingente zaken, in die betrekking zelf niet noodzakelijk, maar contingent. Sterker, de contingentie van de creatuurlijke zaken is gebaseerd op de vrije wil van God die kan kiezen uit alternatieve opties.
ik realiseer me ineens wat er aan de hand is met Scotus, en diens franciscaanse achtergrond. Dit is dezelfde denklijn als die van Ockham, als ik me niet ernstig vergis. Is de consequentie van dit denken niet dat God feitelijk volstrekt onkenbaar is?

quote:

Sorry voor alle lezers, dit is een nogal technische uiteenzetting geworden.
In tegendeel, erg boeiend!

quote:

Ik ben echter van mening dat het om een niet onbelangrijk punt gaat: hoe zit onze geschapen werkelijkheid in elkaar? hoe verhoudt God zich tot die werkelijkheid? Op welke manier is er wel of niet over 'toeval' te spreken?
Volstrekt eens. Belangrijk, maar ik heb niet direct antwoorden :)
Waar beschaving en eerlijkheid botsen, zal ik maar zwijgen.