moeilijk lezend artikel als leek in deze terminologie. (vaak een opeenvolging van onmogelijke woorden en zinsconstructies. Daar bedoel ik mee zonder betekenis in de belevingswereld van mij en andere niet ingewijden vandaag. Dat veroorzaakt in mijn ogen een situatie waardoor discussies met anders denkende erg moeilijk worden omdat deze de beleving en taal niet eigen zijn en misschien daardoor wel van te voren tot mislukken gedoemd. De oorzaak ligt wellicht deels bij de naar binnen gerichtheid van de kerk, met name als het om de sacramenten gaat. Nu kijk hier bij ook schuldbewust naar de taalontwikkeling in de gereformeerde wereld en helaas zijn vernieuwingen hierin niet altijd verbeteringen. Maar dit alles terzijde)
quote:
uit het bovengenoemde artikel
Tenslotte nog een korte beschouwing over het begrip genade, dat in de leer van de sacramenten zulk een grote rol speelt. Hierover bestaat een uitgebreide theologische literatuur, die in St. Augustinus (354-430) haar eerste heel grote auteur en leermeester heeft gevonden. Ook zijn er in de theologie der genade scholen en meningsverschillen, en dit niet alleen buiten, maar ook in de katholieke Kerk. Wij willen slechts enkele punten aanstippen tot beter begrip van wat tot het geloof behoort.
Het woord genade, in het Grieks cháris, in het Latijn gratia, komt al in het Oude Testament in verschillende betekenissen voor en duidt daar vaak de gunst en de gunstbewijzen van God aan. In dezelfde betekenis (naast andere) vinden wij het woord in het Nieuwe Testament, bijna hoofdzakelijk in Lucas, Handelingen, Paulus en 1 Petrus (meer dan 140 maal; daarbuiten twaalf maal). Het woord "genade" is een sleutelwoord in de leer van St. Paulus en hiermee hangt het ongetwijfeld samen dat wij het ook 25 maal in de geschriften van zijn leerling Lucas vinden.
De voornaamste gunst die wij van God geheel onverdiend ontvangen is de vergiffenis van onze zonden, verbonden met een innerlijke reiniging, door Paulus ook "rechtvaardigmaking", "rechtvaardiging" genoemd, een met de Hebreeuwse taal samenhangend woord. In het Oude Testament is de "rechtvaardige" allereerst de man die geen schuld draagt, hij die geen zonden bedrijft, de Wet in acht neemt en de deugden beoefent die God behagen. Iemand kan zowel in beperkte zin "rechtvaardig" zijn, d.w.z. niet schuldig aan datgene waarvan hij wordt aangeklaagd, en in absolute: vrij van zonden zodat God geen schuld in hem vindt. Dit is dus een andere rechtvaardigheid dan die der gelijknamige deugd, waardover wij "ieder geven wat hem toekomt". De eerste "rechtvaardigheid" is een toestand. Zolang de eerste mensen niet hadden gezondigd, waren zij "rechtvaardig" voor God, zij waren voor God wat zij moesten zijn. Deze toestand ging door de eerste zonde verloren, maar is door Christus in beginsel weer mogelijk gemaakt, waarbij echter niet alle gevolgen van de zonde nu al zijn weggenomen, in het bijzonder de dood niet.
In Titus 3, 5 vindt men de volgende samenvatting van de leer van Sint Paulus: "Toen de mildheid en de mensenliefde van God onze Zaligmaker was verschenen, heeft Hij ons niet gered door werken die wij zelf in gerechtigheid hebben verricht, maar in overeenstemming met zijn barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing van de H. Geest, die Hij in rijke mate over ons heeft uitgestort door Jezus Christus onze Verlosser, opdat wij gerechtvaardigd door zijn genade, volgens de hoop erfgenamen zouden worden van het eeuwig leven."
Hieruit volgt dat wij innerlijk opnieuw moeten geboren en vernieuwd worden (vgl. ook Joh. 3, 5), d.i. geheiligd (1 Cor. 6, 11 enz.; Trente, DS 1528) nadat ons de zonden zijn vergeven, de zondige toestand der erfschuld, de erfzonde, inbegrepen. Eenmaal "wedergeboren" beweegt God ons bovennatuurlijk tot het doen van het goede en ook dat is goddelijke gunst, "genade". "Wij zijn immers niet bekwaam iets te bedenken als uit onszelf, maar heel onze bekwaamheid is uit God." (2 Cor. 3,5) Door de genade leiden wij een bovennatuurlijk leven door God. "God is het, die in ons het willen en het werken bewerkt, naar zijn welbehagen." (Fil. 2, 13) Het Concilie van Trente heeft dit in de canones 2 en 3, die aan het decreet over de rechtvaardigmaking van 13 januari 1547 zijn toegevoegd (DS 1552; 1553), opnieuw geformuleerd (zie ook hs. 4 en 5 van hetzelfde decreet; DS 1523; 1524).
De van God ontvangen "rechtvaardigheid" (heiligmakende genade) kan volgens Trente in ons groeien door goede werken (DS 1574; 1582; decreet over de rechtvaardigmaking). Wij mogen dit niet zo verstaan als houdt God een soort boekhouding van onze goede werken bij, wier verdiensten Hij optelt. Wij staan niet met Hem in rekening-courant. Onze goede werken, door de kracht der genade verricht, doen onze liefde tot God groeien en daardoor worden wij steeds meer met Hem verbonden; zo neemt onze "heiligheid" ("heiligmakende genade") toe.
De sacramenten zijn voor de christen het normale middel om het leven der genade te verkrijgen en om dit tot ontwikkeling te brengen. Zij zijn niet de enige middelen, wat niet wegneemt dat het ons toch is voorgeschreven er gebruik van te maken.
Er is al op gewezen dat de Grieken plegen te zeggen dat wij door de sacramenten de H. Geest ontvangen; daarbij maken zij niet alle onderscheiden die de westerse theologie in de leer der genade heeft ontwikkeld. Aan de H. Geest wordt in het Westen het geven der genade toegeschreven, zoals al eerder is gezegd; Hij is immers Gods persoonlijke liefde en door ons genade te schenken wil God ons weldoen, ons het eeuwig leven meedelen. Dit is een uiting van Gods liefde m.b.t. ons en van zuiver geestelijke aard. Vandaar dat zij aan de H. Geest wordt toegeschreven. Toch is het schenken der genade, zoals al het andere dat God in de wereld doet, een daad van heel de Heilige Drievuldigheid zonder onderscheid van Personen.