Uit een scriptie van mij over diverse allochtonenkerken in Nederland:
De Syrisch-orthodoxe kerk was onlangs in het nieuws door het overlijden op 29 oktober j.l. van de in Glane (Twente) residerende aartsbisschop, Rabban Cicek, voor de Benelux en Midden-Europa. Grote massa’s mensen kwamen daar op af. Deze kerk behoort niet tot dezelfde familie als de ‘Russisch-Orthodoxe’ of ‘Grieks-Orthodoxe Kerk’. Zij behoort tot de kerkengroep van ‘Oosters-Oriëntaalse Kerke’ en is mogelijk oudste kerkgemeenschap ter wereld. Volgens de kerk zelf gebruikt men tijdens de liturgie hetzelfde Aramees als Jezus sprak. Haar geschiedenis gaat, naar eigen zeggen, terug naar de eerste gemeente in Antiochië, de plaats waar de leerlingen van de Heer voor het eerst 'christenen' genoemd werden (Hand. 11 : 26). De Syrisch-Orthodoxen leggen veel nadruk op de eenheid van Christus' menselijke en goddelijke natuur om zo zijn God-menszijn te verklaren. Daarom worden zij monofysieten (monos=één, fusis=natuur) genoemd, een naam die zij overigens zelf als scheldnaam ervaren en daarom liever niet gebruiken. In het jaar 451, tijdens het concilie van Chacedon, leidde deze visie tot een splitsing met andere orthodoxe kerken, die juist het onderscheid tussen de twee naturen van Christus benadrukten (dit zijn de Oosters-Orthodoxen; de Syrischen worden - samen met de armeense en koptische christenen - gerekend tot de Oriëntaals-Orthodoxen). Hoewel de naam anders doet vermoeden, zijn de Syrisch-Orthodoxen niet allemaal afkomstig uit het huidige Syrië. Zij behoren eigenlijk tot het oude volk der Arameeërs, een naam die meer dan 2000 jaar oud is. Nadat koning Cyrus enkele eeuwen voor Christus hun land veroverd had, ging men de Arameeërs ook Syriërs noemen. Vandaar het woord 'Syrisch' in de naam van het kerkgenootschap, al is dan Oostelijk Turkije hun 'kerngebied'.
De Syrisch-Orthodoxe kerk kan bogen op een roemrijke geschiedenis. Talloze missionarissen van deze kerk trokken er in de vroege kerkgeschiedenis op uit naar alle uithoeken van Azië, tot ver in India en China toe. Restanten van Syrisch-orthodoxe kerken en kloosters kan men nog her en der aantreffen. In de Middeleeuwen moet het verspreidingsgebied van deze kerk aanzienlijk groter zijn geweest dan dat van de R.K. Kerk.
Toch is het niet het 'roemruchte' verleden dat deze kerk stempelt. De syrisch-orthodoxen zijn - evenals de verwante armeniërs - bovenal een vervolgde gemeenschap. Vanaf haar begin als kerkgemeenschap buiten de Rijkskerk van Byzantium (erfgenaam van het Oost-Romeinse Rijk) heeft men de overheid tegen zich gehad. De romeinse staat (eerst de 'heidense', daarna de 'christelijke') keerde zich met harde hand tegen haar. Gedurende de eeuwen van arabische overheersing was er een redelijke mate van tolerantie, maar men was wel tweederangsburger in eigen land. De westerse kruisvaarders - op weg naar het heilige land - richtten ware slachtingen onder hen aan. Syrisch-orthodoxen waren immers Turken? Ook onder latere overheersing door de Mongolen en onder het Ottomaanse (Turkse) Rijk werd men in het beste geval getolereerd. Christelijke centra werden regelmatig geplunderd. Tijdens de massamoorden van 1915 in Oost-Turkije zijn vele honderdduizenden Armeniërs en andere christenen vermoord, minstens zo veel anderen kwamen om ten gevolge van ziekten, honger en ontberingen. In de jaren '20 leidden politieke gebeurtenissen in Turkije opnieuw tot massamoorden (de zgn. 'Armeense kwestie'). Het woongebied van de Syrisch-orthodoxen - gelegen precies in het spanningsveld van elkaar vijandige Turken en Kurden - lokte als het ware voortdurend spanningen uit. De opeenvolgende golven van wrede onderdrukking reduceerden de Syrisch-Orthodoxen niet slechts getalsmatig, maar lieten hen ook eeuwenlang achter als een in armoede en onwetendheid voortlevende groep. Merkwaardigerwijze beleeft deze kerk de laatste decennia weer een 'revival'.
Als gevolg van de politieke spanningen in Turkije is sinds de Eerste Wereldoorlog een groot deel van deze christenen uitgezworven, vooral naar Irak, Libanon en Syrië. De huidige patriarch woont dan ook in Damascus.
De Syrisch-Orthodoxen in Nederland komen grotendeels uit Oost-Turkije. Een groot aantal van hen is hier begin jaren '80 - m.n. in Twente en in Amsterdam - als asielzoeker gekomen. Een aantal van hen kreeg destijds bekendheid onder de naam 'Kerkturken', o.a. verblijf houdend in de gereformeerde kerk van het degelijke Twentse stadje Rijssen. In Nederland zetelt sedert 1979 ook het hoofd van de kerk (aartsbisschop) voor Midden-Europa en de Benelux, die in dit bisdom zo'n 60.000 zielen omvat. In Twente verwierf aartsbisschop, Rabban Cicek, in 1981 een oud R.K. klooster, gelegen in Glane bij Losser aan de duitse grens, en vestigde zich daar. Inmiddels is hier een indrukwekkend centrum voor de Syrisch-Orthodoxe kerk tot stand gekomen: het klooster met bijbehorende ontmoetings-ruimten en educatief centrum is fraai gerestaureerd en wordt intensief gebruikt; een spiksplinternieuwe kathedraal - aan 1000 kerkgangers plaatsbiedend - is in 1994 in gebruik genomen en fungeert als pelgrimscentrum; voor dit alles heeft men miljoenen weten op te brengen.
Inmiddels telt de Syrisch-Orthodoxe kerk in Nederland ruim 10.000 leden, groten-deels in Twente. Opmerkelijk is dat de gemeenschap in korte tijd energie, tijd en geld vond om - door aankoop of nieuwbouw - een achttal kerkgebouwen te verwerven, en voor elke parochie een priester aan te stellen. In elke kerk wordt dagelijks (!) dienst gehouden. De urenlang durende zondagsliturgie (in het Syrisch, Turks en Arabisch) is indrukwekkend. Oeroude en bijbelse rituelen van zalving, voetwassing, besprenkeling (vgl. psalm 51:9) blijken er springlevend te zijn. In het aangrijpende kyriëgeroep klinkt het lijden en het leed van zoveel eeuwen verdrukking en pijn door.
Op de vraag waarom men zo veel geld besteed heeft aan de bouw van een nieuwe kathedraal, antwoordde een Syrisch-orthodoxe priester mij:
'Jullie Nederlanders verkopen kerken en kloosters, maar tachtig procent van onze bevolkingsgroep gaat regelmatig naar de kerk. Wij zijn vanuit ons vaderland gewend aan grote en mooie kerken en kloosters, dat is belangrijk voor ons. Daarom doen we dat hier ook. En het is niet alleen de kerk; er zit ook een begraafplaats bij en driehonderd parkeerplaatsen. Bovendien is de kerk aan de binnenkant voor een groot deel van marmer'.
Mogelijk een signaal dat het deze christenen sinds hun jarenlange strijd om een verblijfsvergunning in Nederland economisch niet slecht gegaan is. Ook kerkelijk wordt men - vergeleken met andere migrantenkerken - voor 'vol' aangezien. Een grief van menig syrisch-orthodox kerklid is dat men in de nederlandse praktijk van alledag (en in de statistieken!) voor 'islamiet' wordt aangezien. Het zijn immers 'Turken'?