Auteur Topic: Het Nieuwe Testament completeert het OT  (gelezen 2331 keer)

Titaan.

  • Berichten: 428
    • Bekijk profiel
Het Nieuwe Testament completeert het OT
« Gepost op: maart 12, 2006, 12:55:03 am »
OT
De autoriteit van het OT staat onomstotelijk vast, want in de eerste plaats heeft Christus Zelf haar uitgesproken en aanvaard; verder hebben de apostelen op last en in naam van hun Zender van haar getuigd en haar beleden, en eindelijk getuigt deze Schrift zelf op meer dan op een plaats, dat ze van God is.
Oppervlakkig beschouwd is de grond voor het gezag van het NT veel zwakker omdat we schijnbaar geen ander gezag hebben dan de uitspraken van de concilies van de oude Christelijke kerk.
Dit is echter alles slechts schijn.
Het Nieuwe Testament mist niet dat gezag, hetwelk ook gevonden kan worden voor het Oude Testament.

OT af ?
Eist het OT een nieuw Schriftdeel ? Is het zonder die nieuwe Schrift niet compleet ?
Beslissend is de vraagt of het OT een nieuw Bijbeldeel vraagt of noodzakelijk maakt, en zo ja, of het nieuwe de vervulling vindt van zijn onvolkomenheid en de completering van hetgeen het mist. Wat is nu het getuigenis van het NT en het OT hierover?

OT af ? → NT Getuigenis
Op velerlei wijze blijkt het dat deze Schrift niet af is, en roept om een “vervulling” die eenzelfde goddelijke karakter draagt. Gods Woord gebruikt zelf tal van woorden om ons dit te prediken, en de meest op de voorgrond staande termen zijn:
-   beloften (Hand.13:32; Rom.4; Gal.3; etc.)
-   schaduw der toekomende goederen (Hebr.10:1)
-   voorbeeldingen (Hebr.9:23)
-   Onderscheiding van, de genade en de waarheid die door Jezus Christus zijn gekomen, en de wet (Joh.1:17)

Al deze woorden zeggen dat er iets komen moet.
De belofte predikt dat er een toekomst zal intreden waarin het beloofde werkelijkheid wordt.
De schaduwen zeggen dat het licht dat deze schaduwen vooruitwerpt nog in volle glans moet opgaan.
De voorbeeldingen spreken van de zaak die door het beeld wordt voorgesteld,
en de wet getuigt dat moet komen de voldoening van de wet in de volheid van de genade en de waarheid Gods.
In de brief aan de Hebreeën wordt dit met tal van voorbeelden betoogd:
Want de wet, hebbende een schaduw der toekomende goederen, niet het beeld zelf der zaken, kan met dezelfde offeranden, die zij alle jaren geduriglijk opofferen, nimmermeer heiligen degenen, die daar toegaan.
Anderszins zouden zij opgehouden hebben, geofferd te worden, omdat degenen, die den dienst pleegden, geen geweten meer zouden hebben der zonden, eenmaal gereinigd geweest zijnde;
Maar nu geschiedt in dezelve alle jaren weder gedachtenis der zonden.
Want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren en bokken de zonden wegneme.

(Hebr.10:1-4)

OT af ? → OT Getuigenis.
Maar dit wordt niet alleen door het NT in het licht gesteld. Het OT spreekt zelf zijn incompleetheid uit. Het wijst in zijn vele beloften naar een andere bedeling, waarin de realiteit aanschouwd zal worden van alles wat nu schaduw is, en het spelt in het bijzonder de toekomst van het Vrouwenzaad, van de Silo, van de Ster uit Jakob, van de Profeet als Mozes, van de Koning op Davids troon, van het rijsje uit de afgehouwen tronk, van de Vredevorst en van de Immanuel.
Het eist in alle ceremoniën van de wet en alle schaduwen van de offerdienst in de tabernakel en de tempel het volkomen offer, dat de eindeloze herhaling van het dierenoffer doet ophouden. Het roept in de godsregering over Israël om dat koninkrijk dat zich uitstrekken zal over alle volkeren van de aarde, en het voorzegt de laatste dagen, waarin God zijn Geest zal uitstorten over alle vlees.
De schaduwen waren er, het lichaam moest nog komen. Men las de proloog, maar het drama zelf moest nog worden opgevoerd. Het voetstuk voor het op te richten standbeeld stond er, maar het beeld zelf moest nog op dat voetstuk geplaatst worden. Er was een beginzin, maar waarop de slotzin van de vervulling nog moest volgen.

Het OT veronderstelt de vervulling. Het zou zelfs zijn autoriteit verliezen, wanneer er niets op volgde, want dan zou blijken dat alle beloften en schaduwen in zichzelf leeg waren. De openbaring Gods zou zonder de laatste niet compleet zijn, en dat er op de Schrift van de oude bedeling een nieuwe Schrift volgt, kan dan ook allerminst bevreemden. Dit spreekt als vanzelf voor ieder die de eerste Schrift kent. Dit vloeit voort uit de onfeilbaarheid van het OT.

NT vervult OT ?
Het is dan slechts de vraag of het tweede Schrift die we nu hebben aan de bovengenoemde eisen beantwoordt.
Heel het NT wordt beheerst door het vervullingswoord van Christus: “heden is deze Schrift in uw oren vervuld”. En onze Here en Zaligmaker heeft niets anders gedaan dan de Schriften van het Oude Verbond tot vervulling te brengen. De Messias zag in het OT het goddelijk programma van zijn middelaarswerk en dat programma heeft Hij tot in de kleinste onderdelen volvoerd. Heel het OT wordt in het NT vervuld, en alle schaduwen, alle typen, alle beloften, alle voorbeeldingen zijn hier werkelijkheid geworden.

NT aanvaard
Waarom is het NT door de gelovigen zonder bedenking aanvaard. Het moet toen toch stuitend geweest zijn om aan de Heilige Schrift een nieuw stuk toe te voegen met pretentie van gelijk gezag. Het idee om naast de Schrift allerlei andere geschriften op een lijn te zetten met de Heilige Schrift vindt echter geen weerstand maar gaat er als vanzelf in; terwijl er tegelijkertijd allerlei andere schriften werden rondgedeeld, ziet men in hoofdzaak al zeer spoedig een grenslijn trekken tussen hetgeen in aanmerking komt om met dat gezag bekleed te worden en hetgeen hiervoor niet in aanmerking komt. Wat zijn honderd jaar bij zo’n proces van geestelijke ontwikkeling, en toch, er is niet veel meer dan een eeuw na Jezus Hemelvaart verlopen en er heeft zich reeds een complement van het OT gevormd, begint er naast te lopen, vindt erkenning en raakt in heilig gebruik. En dit gaat zo onopgemerkt en vanzelf dat er wel allerlei vragen opkwam of dat en dat boek zou worden opgenomen, maar van een principiële strijd tegen het denkbeeld zelf, om een Nieuw Testament bij het Oude te voegen is letterlijk niets te bespeuren. Reactie tegen dit denkbeeld als zodanig ging alleen, en heel begrijpelijk, uit van Joodse zijde, maar kwam in de kring van de Christenen zelfs niet op. Strijdlustig was men toen zoals nu, en geen verschil zo klein of er is van meet af voor en tegen gestreden. Maar van een oppositie tegen het denkbeeld zelf, dat er nu een nieuwe Schrift bij het Oude komt, blijkt nergens op enigszins betekende wijze.

Bedenk wat er zou gebeuren als we nu een derde bundel van latere oorsprong zouden willen toevoegen aan de bijbel, met gelijk gezag als die van de bijbel, een felle tegenreactie tegen zo’n poging zou niet kunnen uitblijven. En toch zo stond het toenmalig kerkelijk publiek er voor. Dat nu toch elke oppositie van principiële aard en betekenende invloed tegen dit idee uitbleef, toont aan hoe de geesten ontvankelijk gemaakt waren voor de ontvangst van een tweede Schriftuur.  Dit kon alleen omdat het NT de vervulling is van het Oude. Omdat de gemeente in het Nieuwe de werkelijkheid las, waarvan het oude profiteerde. Ware er tegenspraak of onvolledigheid of klopte het nieuwe Schrift niet dan zou er geen sprake van geweest zijn dat een gelovig hart zo’n schrift had aanvaard. Het zou geweigerd hebben uit eerbied voor het OT, waarvoor Christus Zelf Zich had gebogen in gehoorzaamheid aan het beslissende “alzo zegt de Heere Heere”. Maar nu er volkomen overeenkomst was behoefde geen enkele gelovige enig bezwaar te maken tegen de toevoeging van een nieuw schrift.

Derde Testament ?
Betekenisvol is ook het feit dat er in de Christenheid er nimmer aan gedacht is om aan de tweede bestaande Testamenten nog een derde toe te voegen.
Het Nieuwe Testament laat geen leemte achter; het is compleet en behoeft geen aanvulling. Het gaat over de komst van het Beloofde, en de vervulling van de schaduwen in Zijn verzoening. Het spreekt ons van Zijn heerlijkheid, en predikt Hem als koning, aan wie alle macht gegeven is in hemel en op aarde. Hij voert ons tot de uitstorting van de Geest, en de uitbreiding van het Evangelie over alle volken. Het onderwijst ons in de waarheid van God en de roeping en taak van de gemeente. En het richt eindelijk onze blik door alle eeuwen heen op de toekomst van onze  Heere Jezus Christus, Die bezig is te komen, en wiens heerlijkheid en majesteit zich in de historie van de wereld openbaart. En dit Nieuwe Testament eindigt in de Openbaring aan Johannes op Patmos, met dit waarschuwende en aangrijpende woord:
 “Want ik betuig aan een iegelijk, die de woorden der profetie dezes boeks hoort: Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn.
En indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des levens, en uit de heilige stad, en uit hetgeen in dit boek geschreven is
.” (openb.22:18,19)

Hieraan heeft Christus' Kerk zich gehouden. En daarom ook de autoriteit van het Nieuwe Testament erkend. God geeft ons geen derde, en dan zijn deze twee ons genoeg. Beide bekleed met goddelijke gezag, en tot ons komend als het woord van God.

Het oude vervult zich in het Nieuwe, en het Nieuwe is de realiteit van het Oude Testament.

Eliazer

  • Berichten: 34
    • Bekijk profiel
Het Nieuwe Testament completeert het OT
« Reactie #1 Gepost op: maart 12, 2006, 01:06:35 am »
Oud en nieuw testament lijkt mij niet zo'n goede uitdrukking, men kan beter spreken van het verbond met Israel vanuit Torah en de bevestiging! Het zogenaamde NT is niet nieuw maar moet onderscheiden worden in het licht van Torah, omdat het een aanvulling geeft op de midrasj!
« Laatst bewerkt op: maart 12, 2006, 01:09:17 am door Eliazer »

Titaan.

  • Berichten: 428
    • Bekijk profiel
Het Nieuwe Testament completeert het OT
« Reactie #2 Gepost op: maart 12, 2006, 01:06:07 pm »

quote:

Eliazer schreef op 12 maart 2006 om 01:06:
Oud en nieuw testament lijkt mij niet zo'n goede uitdrukking, men kan beter spreken van het verbond met Israel vanuit Torah en de bevestiging! Het zogenaamde NT is niet nieuw maar moet onderscheiden worden in het licht van Torah, omdat het een aanvulling geeft op de midrasj!
Het Nieuwe Testament
Het woord Testament is een Latijns woord, waarmee overgezet wordt het Griekse woord Diatheke, hetwelk de Griekse overzetters gebruiken om uit te drukken het Hebreeuwse woord Berith, dat is verbond. Daarmee wordt eigenlijk verstaan het Verbond zelf, dat God met de mensen gemaakt heeft, om hun onder bepaalde voorwaarden, het eeuwige leven te geven.
   
Onze Middelaar zegt bij het avondmaal in Matteus 26:28
Want dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments [novi testamenti], hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden.” (zie ook Mar.14:24 en Luk.22:20 en I kor.11:25).

Ook bijvoorbeeld in Hebr.9:15-17 word het genoemd:
En daarom is Hij de Middelaar des Nieuwen Testaments, opdat, de dood daartussen gekomen zijnde, tot verzoening der overtredingen, die onder het eerste Testament waren, degenen, die geroepen zijn, de beloftenis der eeuwige erve ontvangen zouden.

Het Nieuwe Testament
In het oude verbond, dat God met de mens heeft gemaakt, wordt het eeuwige leven beloofd onder de voorwaarde van een volkomen gehoorzaamheid en onderhouding van de wet. En wordt daarom genoemd het verbond der Wet, die God de Israëlieten weer heeft voorgehouden, opdat zij daaruit zouden leren verstaan (omdat deze voorwaarde bij alle mensen overtreden is en door geen mens volbracht kan worden), dat zij hun zaligheid moeten zoeken in een ander verbond; het nieuwe.
Het nieuwe verbond bestaat hierin, dat God Zijn Zoon tot een Middelaar verordineerd heeft, en het eeuwige leven belooft onder voorwaarde dat wij in Hem geloven; en het wordt genoemd het Verbond der Genade.
Het oude is de bediening van dit Verbond voor de komst van de Middelaar. Het Nieuwe is  de bedieining van hetzelfde Verbond, nadat de Zoon van God,de Middelaar van dit Verbond, in het vlees gekomen is en de verzoening van de mensen met God teweeg heeft gebracht.
Deze twee Verbonden zijn gelijk betreffende het feit dat in beide vergeving van de zonden en het eeuwige leven beloofd wordt onder voorwaarde van in de Middelaar te geloven. Maar deze 2 worden onderscheiden ten aanzien van de bediening die in het Nieuwe duidelijker is, zonder voorbeelden, en zich uitstrekt tot alle volken.

o.a. in Jeremia wordt het nieuwe verbond al voorzegt:
Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israel en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken;
Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE;
Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israel maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.
En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken
.” (Jer.31:31)

Deze profetie van Jeremia wordt ook genoemd in het NT in Hebr.8:8-10 (zie ook Hebr.10:16-18)

In 2 Kor 3:4-6,14 wordt een contrast genoemd tussen het oude en het nieuwe
En zodanig een vertrouwen hebben wij door Christus bij God. Niet dat wij van onszelven bekwaam zijn iets te denken, als uit onszelven; maar onze bekwaamheid is uit God; Die ons ook bekwaam gemaakt heeft, om te zijn dienaars des Nieuwen Testaments, niet der letter, maar des Geestes; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.” (2 Kor 3:4-6).
Maar hun zinnen zijn verhard geworden; want tot op den dag van heden blijft hetzelfde deksel in het lezen des Ouden Testaments, zonder ontdekt te worden, hetwelk door Christus te niet gedaan wordt.”

quote:

Het zogenaamde NT is niet nieuw maar moet onderscheiden worden in het licht van Torah, omdat het een aanvulling geeft op de midrasj!
Ik ken het woord “midrasj” niet, maar ik vond dit:
De rabbijnse exegese, de midrasj, behoort tot de Mondelinge traditie.
Begrijp ik je nu goed dat je het NT op een lijn stelt met iets dat slechts een menselijke overlevering is ?
« Laatst bewerkt op: maart 12, 2006, 07:22:03 pm door Titaan. »

Eliazer

  • Berichten: 34
    • Bekijk profiel
Het Nieuwe Testament completeert het OT
« Reactie #3 Gepost op: maart 13, 2006, 12:33:37 am »

quote:

Titaan. schreef op 12 maart 2006 om 13:06:
[...]


[...]
Ik ken het woord “midrasj” niet, maar ik vond dit:
De rabbijnse exegese, de midrasj, behoort tot de Mondelinge traditie.
Begrijp ik je nu goed dat je het NT op een lijn stelt met iets dat slechts een menselijke overlevering is ?
Juist, hoe denk je dat de verhalen in het z.g.OT en NT zijn terechtgekomen in de bijbel, wel volgens de midrasj!
« Laatst bewerkt op: maart 13, 2006, 12:57:49 am door Eliazer »

Eliazer

  • Berichten: 34
    • Bekijk profiel
Het Nieuwe Testament completeert het OT
« Reactie #4 Gepost op: maart 13, 2006, 12:34:59 am »
Citaat
Eliazer schreef op 13 maart 2006 om 00:33:
[...]


Juist, hoe denk je dat de verhalen in het z.g. NT zijn terechtgekomen, wel volgens de midrasj! Het hele NT is Midrasj.

Titaan.

  • Berichten: 428
    • Bekijk profiel
Het Nieuwe Testament completeert het OT
« Reactie #5 Gepost op: maart 14, 2006, 05:33:36 pm »

quote:

Titaan schreef:
Begrijp ik je nu goed dat je het NT op een lijn stelt met iets dat slechts een menselijke overlevering is ?

quote:

Eliazer antwoordde op 13 maart 2006 om 00:33:
[...]
Juist, hoe denk je dat de verhalen in het z.g.OT en NT zijn terechtgekomen in de bijbel, wel volgens de midrasj!
Hoe de verhalen van het NT en het OT zijn terechtgekomen in de bijbel ?
Door iets slechts menselijks?
Nee, daarin mag ik je niet volgen.
Mensen zijn feilbaar, en gelukkig is het gezag van de bijbel daarop niet gebaseerd. De Bijbel claimt veelvuldig Gods Woord te zijn. Het is van God ingegeven door de onfeilbare ingeving van de Heilige Geest. Haar gezag berust op haar Goddelijkheid..
De oorsprong van de Schrift ligt niet in de wil van mensen, maar in de werking van Gods Geest. Daaruit volgt dat wij in de Schrift, al is zij door mensen geschreven, niet met een gewoon menselijk boek te doen hebben.

Al de Schrift is van God ingegeven…” (2 Tim.3:16).
Dit eerst wetende, dat geen profetie der Schrift is van eigen uitlegging; Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.” (2 Petrus 1:21).

[p.s. eigen uitlegging betekent dus dat je er niet maar van mag maken wat je wil; geen menselijke inzicht is de maatstaf; geen mening of gevoelen mag beslissen en geen subjectieve willekeur mag over het Woord heersen. De Schrift geeft zelf aan hoe zij verklaard moet worden. En dat is hét principe van zuivere exegese: Schrift met Schrift vergelijken. En niet via de midrasj, wetenschap, of wat dan ook.]

In Opdracht
Betreffende de schrijvers; de Heere gaf hun te spreken, en hun woord was van God, wat ook overeenkomt met het zelfgetuigenis van alle profeten van het OT.
Zij weten zich immers doorgaans klaar en duidelijk door de Heere geroepen (Ex.3, ISam.3, Jes.6, Jer.1, Ezech.1-3 enz.).
Zij zijn zich bewust, dat de Heere tot hen gesproken heeft, en dat zij van Hem de openbaring hebben ontvangen. Zij treden op met het majestueuze: “Alzo spreekt de Heere, Heere” (Jes.1:1, Jer 1en 2 etc.) en zij vorderen voor dat woord absolute gehoorzaamheid. En ja, wanneer zelfs de roeping van Godswege ingaat tegen hun begeren en hun willen, is God hun te sterk en moeten zij gaan. Dan baten Mozes geen uitvluchten (Ex.3). Dan mag Jesaja niet weigeren. Dan roept Amos uit:
De Heere Heere heeft gesproken, wie zou niet profeteren” (Amos 3:8),

en dan moet Jeremia belijden:
Heere! Gij hebt mij overreed, en ik ben overreed geworden: Gij zijt mij te sterk geweest, en hebt overmocht …. Dies zeide ik: ik zal Zijner niet gedenken, en niet meer in Zijn naam spreken; maar het werd in mijn hart als een brandend vuur, besloten in mijn beenderen; en ik bemoeide mij om te verdragen, maar kon niet” (Jer.20:7,9).

Om die reden maken zij ook scherp onderscheid tussen wat God hun openbaart en hetgeen opkomt uit hun eigen hart, en prediken het volk alleen wat de Heere zegt (Num16:28; Neh.6:8).
Door het volk werden zij als gezanten van God erkend, die door Hem verwekt en gezonden zijn, en Zijn woord spreken (Jer.26:5; Ezra 9:11, etc.)
En Israël heeft van het begin aan, tenzij het in afgoderij zich van God Zelf keerde, naar hen gehoord als naar de boden van God. Niet dat de profeten hun optreden daarvan afhankelijk stelden. Nee, ze zijn, al zou heel Israël hen verwerpen, zich van hun goddelijke zending ten volle bewust, en staan steeds in de onverzettelijke overtuiging van hun roeping en in de onwankelbare zekerheid dat zij Gods Woord spreken.
En Jesaja en Amos en Jeremia en Ezechiel laten zich niet door het volk terugdringen. Een sprekend voorbeeld vinden we bij Jeremia, als hij om zijn verkondiging van Jeruzalem’s verwoesting met de dood wordt bedreigd. In zijn verdedigings rede doet hij geen poging zich te rechtvaardigen anders dan met zijn beroep op zijn Goddelijke zending:
De HEERE heeft mij gezonden, om tegen dit huis en tegen deze stad te profeteren al de woorden, die gij gehoord hebt;
Nu dan, maakt uw wegen en uw handelingen goed, en gehoorzaamt de stem des HEEREN, uws Gods; zo zal het den HEERE berouwen over het kwaad, dat Hij tegen u gesproken heeft.
Doch ik, ziet, ik ben in uw handen; doet mij, als het goed, en als het recht is in uw ogen;
Maar weet voorzeker, dat gij, zo gij mij doodt, gewisselijk onschuldig bloed zult brengen op u, en op deze stad, en op haar inwoners; want in der waarheid, de HEERE heeft mij tot u gezonden, om al deze woorden voor uw oren te spreken.
”(Jer.26:12-15)


Toepassen op het geschreven woord ?

Maar geldt dit niet alles voor het gesproken woord?
Kunnen wij dit wel toepassen op de Schrift ?
Zeker, want tussen het gesprokene en het geschrevene is geen tegenspraak, en ook het geschrevene treedt met goddelijke autoriteit op. Wel zijn de uitspraken van het OT waarin een bevel tot schrijven wordt gegeven betrekkelijk klein in aantal:
- “Toen zeide de Heere to Mozes: schrijf dit ter gedachtenis in een boek …” (Ex.17:14)
- “Verder zeide de Heere tot mij: Neem u een grote rol en schrijf daarop  ….” (Jes.8:1)
-  “En Ik zal over dat land brengen al Mijn woorden, die Ik daarover gesproken heb; al wat in dit boek geschreven is, wat Jeremia geprofeteerd heeft over al deze volken. ” (Jer.25:13)
- “Toen antwoordde mij de HEERE, en zeide: schrijf het gezicht, en stel het duidelijk op tafelen, opdat daarin leze die voorbijloopt”  (Hab.2:2)
- Etc.
 
Wat er zakelijk gezegd en schreven is, is één, en daarom eisen de profeten voor hun geschreven woord dezelfde autoriteit als voor’t gesproken woord. Dit blijkt duidelijk uit Jesaja 34:16:
zoekt in het boek des Heeren, en leest; niet een van deze zal er feilen, het ene noch het andere zal men missen; want Mijn mond zelf heeft het geboden, en Zijn Geest zelf zal ze samenbrengen
Met dat boek des Heeren bedoelt Jesaja de rol waarin zijn profetie wordt opgetekend, en die rol, die schrift wordt door hem genoemd het boek van Jehovah. Hij spreekt hier dus heel duidelijk de goddelijke autoriteit van zijn eigen opgetekende profetien uit, en wat van zijn profetie kan gezegd worden, is zeker ook van toepassing op de geschriften van alle profeten.

Wat we lezen in Jeremia 36:2 bevestigt dit. Daar spreekt de Heere tot Jeremia:
neem u een rol des boeks, en schrijf daarop al de woorden, die Ik tot u gesproken heb over Israel en over Juda, en over al de volken, van den dag af, dat Ik tot u gesproken heb, van de dagen van Josia aan, tot op dezen dag”.
Deze rol moet Baruch worden voorgelezen, opdat “misschien hunlieder smeking voor des Heren aangezicht zal neervallen, en zij zich zullen bekeren, een iegelijk van zijn boze weg; want groot is de toorn en de grimmigheid, die de Heere tegen dit volk heeft uitgesproken
Hier wordt weer het woord des Heeren vereenzelvigd met de rol van Jeremia. Hier treedt weer de Schrift met gezag op, en wanneer straks de koning Jojakim deze rol versnijdt en in het vuur verbrandt, zegt de Heere niet: het geschrevene komt er minder op aan. Maar waakt Hij voor de eer van het geschrevene en klinkt Zijn bevel:
neem u weder een andere rol, en schrijf daarop al de eerste woorden, die geweest zijn op de eerste rol” (vs.28). En dan spreekt Hij Zijn strafwoord uit over de koning die zich vergrepen heeft aan Zijn getuigenis.

Meerdere plaatsen zouden genoemd kunnen worden. Bedenk bijvoorbeeld slechts aan de wet des Heren. God schrijft Zelf de tien woorden op twee tafelen. Hij spreekt ook zelf meermalen van het geschrevene. In Deutr.32:24 lezen we dat Mozes de woorden der wet geschreven heeft in een boek, en Israël bezat het wetboek in Schrift.
Ten overvloede nog dit:  de Heere gebiedt Daniël: “En gij, Daniël! Sluit deze woorden toe, en verzegel dit boek, tot de tijd van het einde; vele zullen het naspeuren en de wetenschap zal vermenigvuldigd worden”(Dan.12:4).

Wet van Mozus ?

Voor ons is de wet, de vijf boeken van Mozes, het Woord des Heeren, en wij steunen in dit geloof op hetgeen de wet van zichzelf getuigt:
Het is de Heere Die haar door Mozes aan Israël gegeven heeft. Uit Zijn mond heeft het volk haar ontvangen, want dit geldt niet alleen van de tien geboden en van het verbodsboek dat in Exodus 21-23 beschreven wordt. Ook alle andere wetten komen door het spreken van God tot Israël, en keer op keer lezen we in de vijf boeken: de Heere zeide, of de Heere sprak tot Mozes. De meeste hoofddelen beginnen met deze woorden. “Toen sprak de Here tot Mozes zeggende” (ex.25:1 vgl.30:11,17,22,34; 34:1 etc.), “En de Here riep Mozes en sprak tot hem uit de tent der samenkomsten, zeggende: spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen etc. (Lev.1:1; 4:1; 6:1). “Voorts sprak de Heere tot Mozes” (Num.1:1; 2:1; 4:1, etc.). En vooral in het boek Deuteronomium, waarin Mozes het volk dat gereed staat het beloofde land binnen te trekken, herinnerd aan alles wat de Heere gedaan heeft en wordt met nadruk gewezen op de goddelijke oorsprong van de wet. “De Heere onze God sprak tot ons aan de Horeb, zeggende: ” (1:6). “Gelijk de Heere tot mij gesproken had” en “toen sprak de Heere tot mij, zeggende” (2:2). “Toen sprak de Heere tot mij” (3:2). “De Heere, onze God heeft een verbond met ons gemaakt aan Horeb” (5:2). “Terzelfder tijd zeide de Heere tot mij” (10:1).
En om niet meer te noemen: Mozes schrijft de woorden van de wet tenslotte in een boek, en spreekt van dit boek: “Neemt dit wetboek, en legt het aan de zijde van de ark des verbonds des Heeren, uws Gods, dat het aldaar zij ten getuige tegen u” (31:26).
 
Niet alleen zegt de wet zelf dat “de Heere tot Mozes sprak aangezicht aan aangezicht, gelijk een man met zijn vriend spreekt”(ex.33:11), niet slechts lezen we in het boek Numeri het woord des Heeren: “Van Mond tot mond spreek Ik met hem, en door aanzien, en niet door duistere woorden; en de gelijkenis des Heeren aanschouwt hij” (12:8), niet alleen getuigt de Heere tot Mozes, dat Hij een profeet zal verwekken, “als u” (deutr.18:18). Maar ook Israëls profeten en zangers hebben Mozus die eer gegeven. “Hij heeft Mozes Zijn wegen bekend gemaakt” (ps.103:7), en: “nochtans dacht Hij aan de dagen van ouds, aan Mozes en Zijn volk” (Jes.63:11).

Het is duidelijk dat ook de onderdelen van de Schrift getuigen dat ze van God zijn. Zij stemmen samen omdat zij het ene werk van de Heilige Geest vormen. Daarom zijn zij ook toen en door alle tijden heen als gezaghebbend erkend.
- De wet des Heeren werd in het heiligdom gelegd (ex.25:22, Deutr.31:9)
- Wat Jozua schrijft, is voor het volk het boek van de redenen des Heeren (Joz.24:26,27)
- Samuel spreekt tot het volk het recht van het koninkrijk, en schrijft het in een boek, en legt het voor het aangezicht van de Heere (1Sam.10:25)
- De poezie wordt opgeschreven en bewaard (het lied van Mozes, Deutr.31:19). De psalmen van David, (2 Sam.1; 23:1-3, etc. psalm 72:20)
- De spreuken worden door de mannen van Hizkia verzameld (spr.25:1)

Zo heeft Israel zijn Schrift in gelovige gehoorzaamheid aanvaard. Zo buigt Christus zich voor haar autoriteit. En datzelfde gezag geldt onverzwakt voor ons.
« Laatst bewerkt op: maart 14, 2006, 06:36:08 pm door Titaan. »

Priscilla en Aquila

  • Hero Member
  • *****
  • Berichten: 10069
  • u hebt Mijn woord bewaard
    • Bekijk profiel
Het Nieuwe Testament completeert het OT
« Reactie #6 Gepost op: maart 15, 2006, 10:31:10 pm »
Modbreak:
De theologische benadering van dit onderwerp past beter in CL dan in BF. Dus verplaatst naar dat betreffende subforum
« Laatst bewerkt op: maart 19, 2006, 11:25:02 pm door Priscilla en Aquila »
Ik kom spoedig; houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme.   Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan

Titaan.

  • Berichten: 428
    • Bekijk profiel
Het Nieuwe Testament completeert het OT
« Reactie #7 Gepost op: maart 19, 2006, 08:30:55 pm »
In aansluiting op het voorgaande, dat zich beperkte tot voornamelijk het OT...

NT niet voortgebracht door de wil van mensen.

Het NT is niet voortgebracht door de wil van mensen. Het komt ten diepste niet op uit een persoonlijke begeerte tot schrijven. Het is niet zo dat de apostelen en evangelisten uit zuiver individuele overweging ertoe kwamen de omwandeling van de Heiland te tekenen of een stuk van de waarheid te ontvouwen. Aan zulk een zuiver menselijke principe, waaraan alle bijzondere inwerking en leiding van de Heilige Geest vreemd is, mag zelfs niet aan gedacht worden.
De achtergrond schuilt in de opdracht, die Jezus Christus aan Zijn apostelen gegeven heeft. Het Nieuwe Testament wordt niet alleen geëist door de Schrift van de oude bedeling, maar ook door Christus zelf.
Ik bid, zo spreekt Christus in Zijn hogepriesterlijke gebed, ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen (Joh.17:20), en het woord van de apostelen, dat wij niet anders kennen dan uit hun brieven en evangeliën, is derhalve het middel waardoor de gemeente van latere eeuwen komt tot geloof in de verzoening door Jezus Christus.

In opdracht van Christus
Wat is nu de opdracht van Christus ? Deze is samen te vatten in het ene woord van Christus “Gij zult mijn getuigen zijn” (Hand.1:8), of zoals Hij bij Zijn afscheid, vlak voor Zijn lijden en sterven, gesproken heeft: “en gij zult ook getuigen, want gij zijt van den beginne met Mij geweest” (Joh.15:27). De apostelen moeten dus optreden als getuigen van Jezus Christus. En in dat getuigen ligt een tweevoudige taak want Jezus spreekt in Zijn afscheidsgesprekken van: indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb (Joh.14:26), en: de toekomende dingen.(Joh.16:13)
    1.
    Het is eerst bekendmaking van alles wat zij gehoord en gezien hebben en van de tekenen, die Jezus Christus heeft verricht, zoals de apostel Petrus schrijft:
    Want wij zijn geen kunstelijk verdichte fabelen nagevolgd, als wij u bekend gemaakt hebben de kracht en toekomst van onzen Heere Jezus Christus, maar wij zijn aanschouwers geweest van Zijn majesteit.
    Want Hij heeft van God den Vader eer en heerlijkheid ontvangen, als zodanig een stem van de hoogwaardige heerlijkheid tot Hem gebracht werd: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb.
    En deze stem hebben wij gehoord, als zij van de hemel gebracht is geweest, toen wij met Hem op den heiligen berg waren
    ” (2 Petr.1:16-18).

    2.
    En in de tweede plaats bestaat het getuigenis in het verkondigen van de toekomende dingen. Of anders gezegd, in de openbaring aan de wereld van wat Jezus Christus (,na zijn hemelvaart), hun betuigen en verklaren zou. Onze Heiland zegt immers: nog vele dingen heb Ik u te zeggen , doch gij kunt die nu niet dragen. Hij belooft, dat de andere Trooster alles uit het Zijne zal nemen en het hun verkondigen (Joh.16:12-14) Hij heeft na de Pinksterdag de schatten des heils in hun rijkdom en schoonheid voor Zijn getuigen ontsloten, zoals Johannes op Patmos het voorecht ontvangt om bij het licht van de geopende hemel en bij de openbaring van het ontsloten boek met de zeven zegelen, in de toekomst te blikken, en de gangen van het godsrijk gade te slaan.

Het getuigenis van de apostelen beperkt zich dus niet tot hetgeen Jezus Christus heeft gesproken en gedaan, maar gaat verder en ontsluit meer. Het is ook de ontsluiting van alles wat wel in beginsel in de prediking van de Heiland verborgen lag, maar nog niet door de andere discipelen konden worden verdragen. Dat wat de apostelen betuigd hebben gaat niet tegen de woorden van Christus in, maar is een nadere verklaring van Zijn evangelie, en behoort tot datgene, wat ze tijdens Zijn omwandeling niet konden verdragen.

Publiek
Het getuigenis van de apostelen richt zich niet alleen tot degene die zij in hun dagen door mondelinge prediking bereiken kunnen, maar:
gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen (mar.16:15); “gaat dan heen, onderwijst al de volken” (Mat.28:19), en Jezus spreekt van “hen, die door hun woord in Mij geloven” en doelt dan op “al de gegevenen des Vaders” (Joh.17:20,24). Christus vergaderd Zijn Kerk uit alle tijden en uit alle geslachten. Het getuigenis van de apostelen eindigt dus niet bij hun dood, maar duurt voort door alle eeuwen heen, en vindt pas zijn besluit en voltooiing wanneer in de toekomst Jezus Christus Zijn gemeente compleet en de volkomenheid van Zijn rijk ingetreden is.
In deze taak nu ligt het gebod tot het schriftelijk getuigenis opgesloten. Want door een mondelinge getuigenis alleen kan aan deze opdracht niet worden voldaan.
Daarom hebben de apostelen hun getuigenis opgeschreven en de Heilige Geest heeft hen bij het schrijven geleidt. Alleen het geschreven verduurt de eeuwen en is betrouwbaar, en alleen het geschrevene bereikt de volkeren over de gehele aarde

Woord van God?
Het is niet voldoende te weten dat de opdracht van Christus aan de apostelen de Schrift eist, maar voor ons moet vaststaan dat die Schrift het Woord van Christus, het Woord van God zelf is. En ook dit blijkt duidelijk uit wat de Heiland in Zijn opdracht aan zijn dienstknechten heeft bevolen en beloofd. Hij heeft ze niet alleen belast met de geweldige arbeid om Zijn getuigen te zijn en in dat getuigen de verleden en toekomstige dingen te prediken, maar hun daarbij toegezegd de bijzondere leiding van de Heilige Geest. Die, zo spreekt de Heiland, zal u alles leren, wat Ik u toegezegd heb (Joh.14:26). De Geest der waarheid, Die van den Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen (Joh.15:26). Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelf niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen (Joh.16:13). En aan dit beslissend woord voegt Christus nog toe, dat de Geest Hem zal verheerlijken en het uit het Zijne zal nemen (vs.14). De Trooster maakt hen indachtig alles, wat Christus gezegd heeft. De toekomende dingen openbaart Hij hun. In beide delen van de roeping is Hij hun gids, en dan een onfeilbare gids, want de Heilige Geest is de waarachtige God boven alles te prijzen tot in der eeuwigheid.