quote:
Heidi schreef op 09 juli 2006 om 17:08:Natuurlijk groeiden de Christelijke gemeenten in aantal en dat is prima. Satan echter zag zijn kans schoon om daar wat onkruid tussendoor te strooien en zo ging men bepaalde dingen als Bijbels zien, die absoluut niet Bijbels waren en zijn.
Dit zie je ook terug in de gelijkenissen van Matt. 13.
bv:
quote:
24 Nog een gelijkenis hield Hij hun voor en Hij zeide: Het Koninkrijk der hemelen komt overeen met iemand, die goed zaad gezaaid had in zijn akker. 25 Doch terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide er onkruid overheen, midden tussen het koren, en ging weg. 26 Toen het graan opkwam en vrucht zette, toen kwam ook het onkruid te voorschijn. 27 Daarna kwamen de slaven van de eigenaar en zeiden tot hem: Heer, hebt gij niet goed zaad in uw akker gezaaid? Hoe komt hij dan aan onkruid? 28 Hij zeide tot hen: Dat heeft een vijandig mens gedaan. 29 De slaven zeiden tot hem: Wilt gij dan, dat wij het bijeenhalen? Hij zeide: Neen, want bij het bijeenhalen van het onkruid zoudt gij tevens het koren kunnen uittrekken. 30Laat beide samen opgroeien tot de oogst. En in de oogsttijd zal ik tot de maaiers zeggen: Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bossen om het te verbranden, maar brengt het koren bijeen in mijn schuur.
uitleg van de Hre Jezus:
37 Hij antwoordde en zeide: Die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen; 38 de akker is de wereld; het goede zaad, dat zijn de kinderen van het Koninkrijk; 39 het onkruid zijn de kinderen van de boze; de vijand, die het gezaaid heeft, is de duivel; de oogst is de voleinding der wereld; de maaiers zijn de engelen.
In één van de gelijkenissen wordt er onkruid gezaaid tuusen de tarwe. Aan de buitenkant ziet het er hetzelfde uit maar er heeft dus vermenging plaatsgevonden met het verkeerde. Hierdoor is de uiterlijke kerk in haar verschijningsvorm op aarde, groter dan ze in het echt (alleen ware kinderen van God) is.
Ook kun je nog opmerken dat er ook gelovigen zijn die zich niet hebben aangesloten bij een instituut kerk en voor het oog van de wereld misschien ongelovigen (niet-christenen) zijn. In Moslimlanden schijnt er een grote groep christenen te zijn die dat in het geheim is en niet officieel tot een kerkgenootschap behoort. Daarmee zijn het zeker wel kinderen van God!
Verder zie je in Openbaring 2 en 3 bij de zeven gemeenten die een brief krijgen, dat bijna elke gemeente al dwaalleer duldt / dan wel zelf al aanhangt in de gemeente. En dat is NB in de tijd van de apostelen dus al het geval. (Dat ik er nog een proftische betekenis in zie heb ik het hier nog maar niet over - dat is voor de stelling:
wanneer kwamen er verkeerde dingen binnen niet eens nodig.

)
Bv.
quote:
Op. 2:
Aan Efeze:
4 Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde verzaakt hebt. 5 Gedenk dan, van welke hoogte gij gevallen zijt en bekeer u en doe (weder) uw eerste werken.
12 En schrijf aan de engel der gemeente te Pergamum:
Dit zegt Hij, die het tweesnijdende scherpe zwaard heeft: 13 Ik weet, waar gij woont, dáár waar de troon des satans is;
14 Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat gij daar sommigen hebt, die vasthouden aan de leer van Bileam, die Balak leerde de kinderen Israëls een strik te spannen, dat zij afgodenoffers zouden eten en hoereren. 15 Zo hebt ook gij sommigen, die op gelijke wijze aan de leer der Nikolaïeten vasthouden. 16 Bekeer u dan; maar zo niet, dan kom Ik spoedig tot u en Ik zal strijd tegen hen voeren met het zwaard mijns monds.
Aan Tyatira:
20 Maar Ik heb tegen u, dat gij de vrouw Izebel laat begaan, die zegt, dat zij een profetes is, en zij leert en verleidt mijn knechten om te hoereren en afgodenoffers te eten. 21 En Ik heb haar tijd gegeven om zich te bekeren, maar zij wil zich niet bekeren van haar hoererij. 22 Zie, Ik werp haar op het ziekbed en hen, die met haar overspel bedrijven, breng Ik in grote verdrukking, indien zij zich niet van haar werken bekeren. 23 En haar kinderen zal Ik de dood doen sterven en alle gemeenten zullen inzien, dat Ik het ben, die nieren en harten doorzoek; en Ik zal u vergelden, een ieder naar uw werken. 24 Doch Ik zeg tot u allen, die voorts te Tyatira zijt, en deze leer niet hebt en die niet, gelijk zij zeggen, de diepten des satans hebt leren kennen: Ik leg u geen andere last op.
Op. 3
Aan Sardes:
Ik weet uw werken, dat gij de naam hebt, dat gij leeft, maar gij zijt dood. 2 Wees wakker en versterk het overige, dat dreigde te sterven, want Ik heb geen van uw werken vol bevonden voor mijn God. 3 Bedenk dan, hoe gij het ontvangen en gehoord hebt, en bewaar het en bekeer u. Indien gij dan niet wakker wordt, zal Ik komen als een dief, en gij zult niet weten, op welk uur Ik u zal overvallen. 4 Doch gij hebt enkele personen te Sardes, die hun klederen niet hebben bezoedeld,
Aan Laodicea:
15 Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet. Waart gij maar koud of heet! 16 Zo dan, omdat gij lauw zijt en noch heet, noch koud, zal Ik u uit mijn mond spuwen. 17 Omdat gij zegt: Ik ben rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en naakte, 18 raad Ik u aan van Mij te kopen goud, dat in het vuur gelouterd is, opdat gij rijk moogt worden, en witte klederen, opdat gij die aandoet en de schande uwer naaktheid niet zichtbaar worde; en ogenzalf om uw oogleden te bestrijken, opdat gij zien moogt. 19 Allen, die Ik liefheb, bestraf Ik en tuchtig Ik; wees dan ijverig en bekeer u.
Dus aardig wat misstanden en dwaalleer in de kerk van de eerste eeuw.!!