Dit vond ik over 1 Kor. 13:
Tekst: Ger de Koning.
(Teksten ertussen geplaatst door mijzelf. Voor verdere onderbouwing van bepaalde beweringen is in dit stukje niet voor bedoeld. Desgewenst wil ik wel op het e.e.a. ingaan.

)
quote:
1 Kor. 13
8 De liefde vergaat nimmermeer;
Als hier staat dat de liefde nooit vergaat, kan het weer niet anders dan over de goddelijke liefde gaan. Van menselijke of natuurlijke liefde kan dat nooit gezegd worden. Die liefde kan verkoelen en zelfs omslaan in haat. In de praktijk van het leven is het helaas geen uitzondering dat een man en een vrouw uit elkaar gaan omdat zij niets meer voor elkaar voelen. Toen ze trouwden leek het allemaal zo mooi. Maar na verloop van kortere of langere tijd verkoelde de liefde, die ze aanvankelijk voor elkaar hadden. Dat komt, omdat dit soort liefde gebaseerd is op wat de ander is of doet. De goddelijke liefde daarentegen heeft altijd lief, hoe de ander zich ook gedraagt. De oorzaak hiervan is, dat van de goddelijke liefde Gód de bron is. Daarom vergaat die liefde nooit. Ze is er altijd al geweest en zal altijd blijven bestaan.
quote:
8... maar profetieën, zij zullen afgedaan hebben;
tongen, zij zullen verstommen;
kennis, zij zal afgedaan hebben.
Van de gaven kan dat niet gezegd worden.
Profetieën, talen en kennis, daarmee zal het een keer afgelopen zijn. Zolang we op aarde zijn hebben we profetieën nodig. Met profetieën worden twee dingen bedoeld. In de eerste plaats gaat het om toekomstvoorzeggingen, dingen die nog moeten gebeuren. Je vindt die door de hele Bijbel heen. Je toekomstverwachting is bepalend voor je leven op aarde. Als je bijvoorbeeld weet hoe het met de wereld zal aflopen, zul je daarmee rekening houden in je manier waarop je in de wereld leeft en met de wereld omgaat. Het tweede is profetie in de zin van hoofdstuk 14 vers 3, waar het gaat om het spreken in de samenkomst. Daar wordt niet aan toekomstvoorzegging gedacht, maar aan bemoediging of vermaning die jij nodig hebt in je geloofsleven.
maar profetieën, zij zullen afgedaan hebbenIn tegenstelling nu met de liefde zullen de profetieën te niet gedaan worden. Als een toekomstvoorzegging in vervulling is gegaan dan is de profetie te niet gedaan. Dat zal met alle profetieën gebeuren, want God zal alles wat Hij gezegd heeft, ook doen.
Ook profetie als bemoediging of vermaning zal teniet gedaan worden, namelijk als wij in de hemel zijn opgenomen. Dan hebben we geen opbeurend of berispend woord meer nodig.
kennis, zij zal afgedaan hebben Van de kennis geldt hetzelfde: zij zal te niet gedaan worden. Opdoen van kennis is iets wat
bij het onvolmaakte leven op aarde hoort. Je gaat naar school, je volgt cursussen om je kennis te verrijken en om daardoor beter je werk te kunnen doen. Het opdoen van kennis gaat door zolang je op aarde leeft. Dat geldt ook in de dingen van God. Maar in de hemel is dat niet meer nodig en is ze te niet gedaan.
tongen, zij zullen verstommenAan de talen komt ook een einde.
Alleen is dat m.i. niet pas in de hemel. Om je duidelijk te maken waarom ik dat denk, wil ik je wijzen op het woordgebruik in vers 8. Dat heeft mij tenminste veel geholpen toen ik nadacht over de gave van het spreken in talen en of deze gave ook nu nog voorkwam.
Van de profetieën en van de kennis staat dat zij 'teniet gedaan worden', terwijl er van de talen staat dat 'zij zullen ophouden'. Dit verschil is van groot belang. Het 'te niet gedaan worden' ziet op iets dat zal gebeuren en waardoor zowel de profetieën als de kennis aan hun einde komen.
Deze gebeurtenis is de komst van de Heer Jezus om de gemeente op te halen en naar de hemel te brengen. Dan is de volmaakte toestand aangebroken en zijn profetie en kennis niet meer nodig.
Met de talen ligt dat anders. 'Zij zullen ophouden' wil zeggen dat zij na verloop van tijd vanzelf zullen ophouden, namelijk als zij hun functie hebben vervuld. En wat was hun functie? Om in de begintijd van de gemeente duidelijk te maken dat God aan het werk was. In het boek Handelingen, waarin het ontstaan en de beginjaren van de gemeente worden beschreven, lees je in de eerste hoofdstukken verschillende keren over het spreken in talen. Maar hoe verder je in dit Bijbelboek leest des te minder tref je er deze gave aan, tot ze helemaal uit het gezicht verdwijnt.
De betekenis van het spreken in talen komt in hoofdstuk 14 van 1 Kor. nog uitgebreid aan de orde, maar hier is toch ook al een aanwijzing te vinden die je niet over het hoofd moet zien.
quote:
9 Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren.
10 Doch, als het volmaakte komt, zal het onvolkomene afgedaan hebben.
Dan gaat Paulus verder alleen spreken over profetie en kennis. Beiden zijn 'ten dele', dat wil zeggen dat profeteren en kennen bij stukjes en beetjes gaat. Bij God is volmaakte kennis aanwezig, bij ons een gedeeltelijke kennis.
Je kunt dit vergelijken met het leren kennen van een stad. Je kunt een stad alleen goed leren kennen als je alle straten ervan bent doorgegaan. Na elke straat waarin je bent geweest heb je de stad weer een stukje beter leren kennen. Dat wordt bedoeld met 'ten dele', dus in gedeelten. Pas wanneer je in een vliegtuig zit en boven de stad vliegt, krijg je een totaal overzicht en zie je hoe alle straten met elkaar in verbinding staan.
Met de waarheid van God is dat net zo. Je kunt op het ene moment bezig zijn met je zegeningen als christen en op een ander moment met de toekomst van Israël, maar nooit met beiden tegelijk. Natuurlijk ga je steeds meer van de geweldige eenheid van de Bijbel zien als je je veel met de Bijbel bezighoudt. Maar toch zul je pas in staat zijn om Gods plan in zijn totaliteit te overzien, als het volmaakte, dat is de heerlijkheid, is gekomen.
quote:
11 Toen ik een kind was,
sprak ik als een kind,
voelde ik als een kind,
overlegde ik als een kind.
Dat er ook in geestelijk opzicht sprake is van groei blijkt uit wat Paulus zegt over een kind en over een man. Wat in de natuur geldt, geldt ook in geestelijk opzicht. Ik weet niet hoelang je de Heer Jezus al kent. Ik weet wel, dat je na verloop van tijd andere dingen belangrijker gaat vinden dan die je vroeger belangrijk vond. Je gaat van bepaalde dingen de waarde beter kennen. Een klein kind vind het prachtig om met allerlei dingen te spelen. De waarde ervan beseft het niet, het interesseert het kind niet, als het maar leuk is. Een speelgoedautootje is leuk en achter het stuur van een echte auto zitten is ook leuk. Maar wie een man is geworden zal ondertussen wel tot de ontdekking zijn gekomen van het grote verschil in waarde en gebruik.
quote:
12 Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen,
doch straks van aangezicht tot aangezicht.
Nu ken ik onvolkomen,
maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben.
In geestelijk opzicht is dat ook zo. De Korinthiërs vonden het prachtig om in talen te spreken. Toch hoorde het spreken in talen bij de 'kind-periode' van de gemeente. Wat werkelijk van waarde was voor de gemeente hadden ze nog niet door. Dat wij nu alles nog wazig zien, komt door de beperkingen die wij als mensen hebben. Hiermee wordt niet
bedoeld dat het dus toch geen zin heeft om Gods Woord te leren kennen, omdat het toch moeilijk en onbegrijpelijk blijft. Nee, wie God en de Heer Jezus echt liefhebben zullen er al het mogelijke aan doen om Hem beter te leren kennen en dat kan alleen door de Bijbel. Heb jij het nooit ervaren dat je tijdens het lezen ineens dingen duidelijk werden? Het is het verlangen van de Heer Jezus dat wij toenemen aan inzicht.
Het wazig zien, alsof je in een spiegel kijkt die je gezicht niet helemaal duidelijk weergeeft, moet je vergelijken met de volmaaktheid van de hemel. Wanneer we daar zullen zijn, zal elke beperking en elke onduidelijkheid, die we hier op aarde nog ervaren, weg zijn. Ik zal dan op dezelfde manier kennen, zoals God mij altijd al heeft gekend.
quote:
13 Zo blijven dan:
Geloof, hoop en liefde, deze drie,
Maar zolang ik op aarde ben, blijven geloof, hoop en liefde tot mijn beschikking. Voor elke christen zijn deze drie de pijlers waar zijn leven op rust en de kracht waardoor hij leeft in een wereld die in het boze ligt (1 Johannes 5 vers 19).
Geloof is hetzelfde als vertrouwen. Een christen vertrouwt op God en de Heer Jezus voor het heden, ondanks de tegenstand en de moeite die hij meemaakt.
De hoop ziet verlangend uit naar de tijd dat het volmaakte zal komen.
In Hebreeën 6 vers 19 wordt de hoop 'een anker van de ziel' genoemd. Een anker is van groot belang om een schip op de juiste plaats te houden, zodat het niet met de stroom wordt meegesleept. Een schipper vertelde eens dat niet alle ankers even betrouwbaar zijn.
Vertrouwt hij zijn anker niet, dan heeft hij geen rust. Maar kan hij zijn anker vertrouwen, dan gaat hij rustig slapen. Als jij zo je hoop vestigt op de Heer Jezus en blijft uitzien naar Zijn komst, zul je niet van je stuk gebracht worden.
quote:
13...maar de meeste van deze is de liefde.
Ten slotte de liefde. Zij is van de drie de meeste. De liefde is de meeste, omdat zij niet alleen uitgaat naar God en de Heer Jezus, zoals dat het geval is bij geloof en hoop, maar ook hier op aarde uitgaat naar andere mensen om hun goed te doen. De liefde is eveneens de meeste, omdat zij ook in de eeuwigheid blijft bestaan, terwijl het geloof verwisseld wordt in aanschouwen en de hoop in vervulling gaat.